Samenleven in Nederland
Toets : boek/filmpjes / artikelen alles/ wat in de les gezegd wordt
Hoe leren toets :
- Neem als leidraad pp en leerdoelen (pp laat zien wat docent belangrijk vind)
- Vooral kennis vragen heel weinig toepassen
- Per onderdeel van de les 6/7 vragen
,Samenleven in Nederland :
College 1 :
Sociologie : wetenschappelijke studie van het sociale leven, verandering, oorzaken en gevolgen van
menselijk gedrag. Hierin ben je op zoek naar patronen en verklaringen om duiding van het gedrag te
zoeken.
Sociale verbanden : Mensen staan constant met elkaar in contact, gaan vriendschappen aan, werken
samen, vertrouwen elkaar of juist niet. Sociale verbanden zijn een voorwaarde van gedrag. Voorbeeld
voor mij is 1e jaar student social werk, SVA1A1, havo.
Gedrag : geheel van acties en reacties van een organisme met betrekking tot de natuurlijke en sociale
omgeving. Dit leren we kennen uit eerdere sociale ervaringen. Gedrag krijgt pas betekenis omdat het
zich afspeelt binnen sociale verbanden.
Achter de eenvoudigste dingen die we doen : schuilt een immense keten van contacten en relaties
die hebben onmiskenbaar effect op ons gedrag hebben.
Sociale verbeeldingskracht : beschikken over het bewustzijn dat je opgroeit in een sociale omgeving
die je vormt en levenslang aanwezig kan blijven.
Dingen die mensen als hoogstpersoonlijk aanvoelen: (bijv. meningen, problemen, gevoelens) zijn
gekleurd door sociale verbanden en contacten waar ze deel van uitmaken of hebben uitgemaakt (bijv.
Discriminatie en armoede)
Sociologen: proberen sociale vraagstukken in de samenleving en de maatschappelijke structuren te
verklaren
Oorsprong van ons gedrag volgens sociologie : voor het feit dat we sociale contacten onderhouden,
gedrag hierdoor betekenis krijgt.
Ideale samenleving = politiek bepaald de visie op samenleven/ hulpverlening
Interactie: als mensen zich bewust zijn van elkaar en hun gedrag op elkaar richten.
Verbaal : praten/ berichtjes/ schrijven
Non verbaal : in taal/ lichaamshouding/ onderdanig/ bazig/ negeren/ attributen
Impression management : bewust of onbewust proces waarbij mensen proberen de perceptie van
andere mensen te beïnvloeden.
Socialiseren : Het proces waarbij iemand de normen, waarden, cultuurkenmerken van de
samenleving of groep aanleert
, Primaire socialisatie : kinderen leren basisvaardigheden van sociaal gedrag vaak in het gezin (wat is
beleefd, wie is te vertrouwen, hoe ga je om met een conflict). Dit zijn Impliciete leerprocessen (leer je
onbewust) Je leert dingen aan vaak door imitatie van gedrag.
Secundaire socialisatie : mensen leren zich sociaal te gedragen in ruimere verbanden en door
socialiserende instituties. (school heeft samenwerken en discipline, vriendenkring heeft grote invloed
op je normen en waarden)
Tertiaire socialisatie : mensen weten hoe ze zich in een bepaalde situatie sociaal (zouden moeten)
gedragen ook al hebben ze het niet zelf meegemaakt. Dit door media (tv, films, website, social
media). Dit is belangrijk voor de verspreiding van onze cultuur en ons gedrag.
Referentiekader: wijze waarop jij (de ander, samenleving, wereld) waarneemt en hoe je daar
betekenis aan geeft (gevormd door je socialisatie). Vanuit een eigen referentiekader denken heeft het
gevaar van oordelen/veroordelen van de ander in zich.
Toets : boek/filmpjes / artikelen alles/ wat in de les gezegd wordt
Hoe leren toets :
- Neem als leidraad pp en leerdoelen (pp laat zien wat docent belangrijk vind)
- Vooral kennis vragen heel weinig toepassen
- Per onderdeel van de les 6/7 vragen
,Samenleven in Nederland :
College 1 :
Sociologie : wetenschappelijke studie van het sociale leven, verandering, oorzaken en gevolgen van
menselijk gedrag. Hierin ben je op zoek naar patronen en verklaringen om duiding van het gedrag te
zoeken.
Sociale verbanden : Mensen staan constant met elkaar in contact, gaan vriendschappen aan, werken
samen, vertrouwen elkaar of juist niet. Sociale verbanden zijn een voorwaarde van gedrag. Voorbeeld
voor mij is 1e jaar student social werk, SVA1A1, havo.
Gedrag : geheel van acties en reacties van een organisme met betrekking tot de natuurlijke en sociale
omgeving. Dit leren we kennen uit eerdere sociale ervaringen. Gedrag krijgt pas betekenis omdat het
zich afspeelt binnen sociale verbanden.
Achter de eenvoudigste dingen die we doen : schuilt een immense keten van contacten en relaties
die hebben onmiskenbaar effect op ons gedrag hebben.
Sociale verbeeldingskracht : beschikken over het bewustzijn dat je opgroeit in een sociale omgeving
die je vormt en levenslang aanwezig kan blijven.
Dingen die mensen als hoogstpersoonlijk aanvoelen: (bijv. meningen, problemen, gevoelens) zijn
gekleurd door sociale verbanden en contacten waar ze deel van uitmaken of hebben uitgemaakt (bijv.
Discriminatie en armoede)
Sociologen: proberen sociale vraagstukken in de samenleving en de maatschappelijke structuren te
verklaren
Oorsprong van ons gedrag volgens sociologie : voor het feit dat we sociale contacten onderhouden,
gedrag hierdoor betekenis krijgt.
Ideale samenleving = politiek bepaald de visie op samenleven/ hulpverlening
Interactie: als mensen zich bewust zijn van elkaar en hun gedrag op elkaar richten.
Verbaal : praten/ berichtjes/ schrijven
Non verbaal : in taal/ lichaamshouding/ onderdanig/ bazig/ negeren/ attributen
Impression management : bewust of onbewust proces waarbij mensen proberen de perceptie van
andere mensen te beïnvloeden.
Socialiseren : Het proces waarbij iemand de normen, waarden, cultuurkenmerken van de
samenleving of groep aanleert
, Primaire socialisatie : kinderen leren basisvaardigheden van sociaal gedrag vaak in het gezin (wat is
beleefd, wie is te vertrouwen, hoe ga je om met een conflict). Dit zijn Impliciete leerprocessen (leer je
onbewust) Je leert dingen aan vaak door imitatie van gedrag.
Secundaire socialisatie : mensen leren zich sociaal te gedragen in ruimere verbanden en door
socialiserende instituties. (school heeft samenwerken en discipline, vriendenkring heeft grote invloed
op je normen en waarden)
Tertiaire socialisatie : mensen weten hoe ze zich in een bepaalde situatie sociaal (zouden moeten)
gedragen ook al hebben ze het niet zelf meegemaakt. Dit door media (tv, films, website, social
media). Dit is belangrijk voor de verspreiding van onze cultuur en ons gedrag.
Referentiekader: wijze waarop jij (de ander, samenleving, wereld) waarneemt en hoe je daar
betekenis aan geeft (gevormd door je socialisatie). Vanuit een eigen referentiekader denken heeft het
gevaar van oordelen/veroordelen van de ander in zich.