1 Basisprincipes van ontwikkelingspsychologie
1.1 Les 1: Basisprincipes van ontwikkelingspsychologie
1.1.1 IJsberg metafoor:
Boven zeeniveau:
Gedrag van een individu die we observeren maar soms niet kunnen begrijpen en waarvan we soms
ook niet weten hoe we moeten reageren
Onder zeeniveau:
Emoties, motieven, verlangens, ontwikkelingsfases, ...
= Het is vaak niet te observeren maar het beïnvloedt het gedrag van een individu.
Als we zicht krijgen aan de emoties etc.… dan kunnen we onze reactie aanpassen aan die emoties,
ontwikkelingsfases, ...
1.1.2 10 basisprincipes van ontwikkelingspsychologie
1. Studie van verandering, continuïteit, transformatie en identiteit
2. Ontwikkeling wordt beïnvloed door biologische, psychologische en sociale factoren
3. Ontwikkelingsgerichte preventie en interventie
4. Ontwikkeling is ingebed in een relationeel context
5. Probabilistisch ontwikkelingsmodel
6. Ontwikkeling is niet lineair
7. Studie van meerdere ontwikkelingslijnen of domeinen
8. Studie van normaliteit en pathologie
9. Integratie van vroege(re) ontwikkelingsstappen
10. Ontwikkelingsgerichte interventie is een relationele interventie
1.2 Leg uit: Ontwikkelingspsychologie als de studie van verandering en
continuïteit, transformatie en identiteit. zie 1
1.2.1 Ontwikkelingspsychologie
Ontwikkelingspsychologie bekijkt niet alleen wat er verandert maar ook wat er gelijk blijft.
de studie van continuïteit en verandering die zich voordoen doorheen de levensloop.
Houdt zich bezig met wat op een bepaalde leeftijd gemiddeld al kan
Wat we kunnen verwachten aan effecten op de ontwikkeling bij moeilijke momenten die eigen zijn aan een
ontwikkelingssprong of bij pijnlijke ontwikkelingsinterferenties
Groei bevorderende invloeden: spontaan herstel, sociale steun, therapie, karakter,…
Veerkracht
het vermogen om, door sterke adaptieve mogelijkheden, in moeilijke omstandigheden weerstand te kunnen
bieden
Vb.: ondanks een moeilijke periode zich toch in staat zijn om de focus te leggen op school en dan
nog goed te kunnen presteren.
Vb.: individu die moeilijke gebeurtenissen meemaakt toch kan aanhaken bij sociale contacten.
Kwetsbaarheid
aanlegfactoren (temperament)
persoonlijkheidsfactoren (geringe frustratietolerantie, geringe stresstolerantie)
relationele factoren (onbeschikbaarheid van zorgfiguren, vroege verwaarlozing, …)
Vb.: Kind met hevig temperament vragen meer draagkracht dan andere kinderen
Vb.: ouder die emotioneel niet beschikbaar is waardoor de angs voor de verandering groot wordt.
, 1.2.2 2 Bronnen waaruit een individu kan groeien/veranderen:
Ontwikkelingstaken en -fasen:
Zijn specifiek verbonden met een bepaalde ontwikkelingsfase
Vb.: Peuter (ontwikkelingsfase) – Autonomie verwerven (ontwikkelingstaak)
Ontwikkelingsinterferenties:
Interfereren met het ontwikkelingsverloop.
Zijn vaak emotionele, pijnlijke en moeilijke gebeurtenissen die zich voortdoen in het leven.
Ze zijn niet specifiek gebonden aan een ontwikkelingsfase.
= Ze kunnen ons dwingen om te groeien
Vb.: Sterven van een ouder (interferentie) – kan maken dat een individu sneller op eigen benen sta.
Verandering roept angst op > daarom Constantie/continuïteit = belangrijk:
De angst van de veranderingen gaat zorgen dat het individu zich gaat vasthangen aan wat dat die kent, aan
wat vertrouwd is.
Op dat veranderingen niet te veel angst zou roepen, om zicht te kunnen aanpassen aan de veranderingen
moet een individu terug kunnen vallen op dingen die hetzelfde blijven.
het is belangrijk dat een persoon kan terugvallen op een houvast en veilige basis, zodat het kan omgaan met
de groei en de bijhorende angst . Persoon moet kunnen terugvallen op:
Identiteit: belangrijk dat we onszelf blijven herkennen (persoonlijkheidskenmerken,..
Voldoende betrouwbare omgeving: zelfde steun van ouders, zelfde reacties, ...
Groeibevorderende invloed:
sociale steun, spontaan herstel, veerkracht, karakter, therapie,...
Verandering zonder identiteit = angst
Identiteit zonder bevorderende invloed = stagnatie
a) zicht niet kunnen aanpassen
b) vastroesten van die identiteit en zich niet kunnen aanpassen aan nieuwe ontwikkelingsfasen.
1.2.3 2 dingen die continu zijn, die niet veranderen:
Ons identiteit:
aspecten van ons zelf waarin we gelijk blijven en ons zelf herkennen
Betrouwbare omgeving:
hebben dezelfde reactie, dezelfde steun, ...
Deze twee aspecten maken dat de veranderingen niet altijd angst oproept.
1.2.4 Ontwikkelen is veranderen, dynamiek en transformatie :
b) Enerzijds veranderen vanuit specifieke ontwikkelingsfasen waaraan bepaalde ontwikkelingstaken
verbonden zijn.
peuter, kleuter, puber, ...
c) Anderzijds vanuit bepaalde (meestal pijnlijke) ervaringen die ons dwingen tot verandering, verdere
ontwikkeling en groei.
Zijn niet specifiek voor bepaalde ontwikkelingsfasen en worden 'ontwikkelingsinterferenties'
genoemd
(vb. plotseling overlijden van een ouder tijdens kindertijd).
d) Ontwikkeling, verandering en groei stelt bestaande evenwicht in vraag :
Vraagt daarom een kern van identiteit = aspect waarin we gelijk blijven
• vormt een stabiele achtergrond waarop we kunnen ontwikkelen
e) Veranderingen doorheen de levensloop kunnen we slechts aan door :
Te kunnen bouwen op een zelfkern = zelfherkenning te midden van verandering
En een betrouwbare omgeving = sociale steun, culturele kaders om op terug te vallen
Behoorlijk continue in het leven
Kern van eigenheid blijft gedurende de verandering zichtbaar
f) Met de ruggensteun van identiteit en constantie (zelfbeeld, stemming, ed ..) kunnen we groeien.
1.1 Les 1: Basisprincipes van ontwikkelingspsychologie
1.1.1 IJsberg metafoor:
Boven zeeniveau:
Gedrag van een individu die we observeren maar soms niet kunnen begrijpen en waarvan we soms
ook niet weten hoe we moeten reageren
Onder zeeniveau:
Emoties, motieven, verlangens, ontwikkelingsfases, ...
= Het is vaak niet te observeren maar het beïnvloedt het gedrag van een individu.
Als we zicht krijgen aan de emoties etc.… dan kunnen we onze reactie aanpassen aan die emoties,
ontwikkelingsfases, ...
1.1.2 10 basisprincipes van ontwikkelingspsychologie
1. Studie van verandering, continuïteit, transformatie en identiteit
2. Ontwikkeling wordt beïnvloed door biologische, psychologische en sociale factoren
3. Ontwikkelingsgerichte preventie en interventie
4. Ontwikkeling is ingebed in een relationeel context
5. Probabilistisch ontwikkelingsmodel
6. Ontwikkeling is niet lineair
7. Studie van meerdere ontwikkelingslijnen of domeinen
8. Studie van normaliteit en pathologie
9. Integratie van vroege(re) ontwikkelingsstappen
10. Ontwikkelingsgerichte interventie is een relationele interventie
1.2 Leg uit: Ontwikkelingspsychologie als de studie van verandering en
continuïteit, transformatie en identiteit. zie 1
1.2.1 Ontwikkelingspsychologie
Ontwikkelingspsychologie bekijkt niet alleen wat er verandert maar ook wat er gelijk blijft.
de studie van continuïteit en verandering die zich voordoen doorheen de levensloop.
Houdt zich bezig met wat op een bepaalde leeftijd gemiddeld al kan
Wat we kunnen verwachten aan effecten op de ontwikkeling bij moeilijke momenten die eigen zijn aan een
ontwikkelingssprong of bij pijnlijke ontwikkelingsinterferenties
Groei bevorderende invloeden: spontaan herstel, sociale steun, therapie, karakter,…
Veerkracht
het vermogen om, door sterke adaptieve mogelijkheden, in moeilijke omstandigheden weerstand te kunnen
bieden
Vb.: ondanks een moeilijke periode zich toch in staat zijn om de focus te leggen op school en dan
nog goed te kunnen presteren.
Vb.: individu die moeilijke gebeurtenissen meemaakt toch kan aanhaken bij sociale contacten.
Kwetsbaarheid
aanlegfactoren (temperament)
persoonlijkheidsfactoren (geringe frustratietolerantie, geringe stresstolerantie)
relationele factoren (onbeschikbaarheid van zorgfiguren, vroege verwaarlozing, …)
Vb.: Kind met hevig temperament vragen meer draagkracht dan andere kinderen
Vb.: ouder die emotioneel niet beschikbaar is waardoor de angs voor de verandering groot wordt.
, 1.2.2 2 Bronnen waaruit een individu kan groeien/veranderen:
Ontwikkelingstaken en -fasen:
Zijn specifiek verbonden met een bepaalde ontwikkelingsfase
Vb.: Peuter (ontwikkelingsfase) – Autonomie verwerven (ontwikkelingstaak)
Ontwikkelingsinterferenties:
Interfereren met het ontwikkelingsverloop.
Zijn vaak emotionele, pijnlijke en moeilijke gebeurtenissen die zich voortdoen in het leven.
Ze zijn niet specifiek gebonden aan een ontwikkelingsfase.
= Ze kunnen ons dwingen om te groeien
Vb.: Sterven van een ouder (interferentie) – kan maken dat een individu sneller op eigen benen sta.
Verandering roept angst op > daarom Constantie/continuïteit = belangrijk:
De angst van de veranderingen gaat zorgen dat het individu zich gaat vasthangen aan wat dat die kent, aan
wat vertrouwd is.
Op dat veranderingen niet te veel angst zou roepen, om zicht te kunnen aanpassen aan de veranderingen
moet een individu terug kunnen vallen op dingen die hetzelfde blijven.
het is belangrijk dat een persoon kan terugvallen op een houvast en veilige basis, zodat het kan omgaan met
de groei en de bijhorende angst . Persoon moet kunnen terugvallen op:
Identiteit: belangrijk dat we onszelf blijven herkennen (persoonlijkheidskenmerken,..
Voldoende betrouwbare omgeving: zelfde steun van ouders, zelfde reacties, ...
Groeibevorderende invloed:
sociale steun, spontaan herstel, veerkracht, karakter, therapie,...
Verandering zonder identiteit = angst
Identiteit zonder bevorderende invloed = stagnatie
a) zicht niet kunnen aanpassen
b) vastroesten van die identiteit en zich niet kunnen aanpassen aan nieuwe ontwikkelingsfasen.
1.2.3 2 dingen die continu zijn, die niet veranderen:
Ons identiteit:
aspecten van ons zelf waarin we gelijk blijven en ons zelf herkennen
Betrouwbare omgeving:
hebben dezelfde reactie, dezelfde steun, ...
Deze twee aspecten maken dat de veranderingen niet altijd angst oproept.
1.2.4 Ontwikkelen is veranderen, dynamiek en transformatie :
b) Enerzijds veranderen vanuit specifieke ontwikkelingsfasen waaraan bepaalde ontwikkelingstaken
verbonden zijn.
peuter, kleuter, puber, ...
c) Anderzijds vanuit bepaalde (meestal pijnlijke) ervaringen die ons dwingen tot verandering, verdere
ontwikkeling en groei.
Zijn niet specifiek voor bepaalde ontwikkelingsfasen en worden 'ontwikkelingsinterferenties'
genoemd
(vb. plotseling overlijden van een ouder tijdens kindertijd).
d) Ontwikkeling, verandering en groei stelt bestaande evenwicht in vraag :
Vraagt daarom een kern van identiteit = aspect waarin we gelijk blijven
• vormt een stabiele achtergrond waarop we kunnen ontwikkelen
e) Veranderingen doorheen de levensloop kunnen we slechts aan door :
Te kunnen bouwen op een zelfkern = zelfherkenning te midden van verandering
En een betrouwbare omgeving = sociale steun, culturele kaders om op terug te vallen
Behoorlijk continue in het leven
Kern van eigenheid blijft gedurende de verandering zichtbaar
f) Met de ruggensteun van identiteit en constantie (zelfbeeld, stemming, ed ..) kunnen we groeien.