Samenvatting Lecture 3 nieren
• Na dit college:
– Ken je de fysiologie van de nier
– Ken je de belangrijkste pathofysiologie van de nier, de oorzaken, diagnostiek en waar nodig de
behandeling
– Ken je de klinisch chemische parameters van nierfunctie en de relatie met fysiologie en pathofysiologie
– Kun je de kennis toepassen in casuistie
Begrippen
Emie= in plasma bv. Hypernatriëmie: verhoogd plasma natrium
Urie= in urine bv. Albuminurie: albumin in urine
Renale bloed flow is 25% van cardiale output
Het nefron: de functionele eenheid van de nier
1. Afferente & Efferente arteriole
3. Capsule van Bowman. De wand vormt een dubbelwandige
kamer waarin het ultrafiltraat wordt opgevangen.
2. Glomerulus. Capillair netwerk in de Capsule van Bowman,
hier wordt het plasma gefiltreerd. Bloed dat niet door de
glomerulus gefiltreerd wordt, komt in het capillaire network dat
bloed toevoert aan de:
4. Proximale gekronkelde (contortus) tubulus. Gekronkeld,
cellen bedekt met microvilli, en voorzien van veel mitochondria
(hoge energie consumptie).
5. Lis van Henle. Dalend en stijgend been, overgaand in:
6. Distale gekronkelde (contortus) tubulus, gekronkeld,
voorzien van capillairen.
7. Verzamel buis (ductus collectans). Vanaf hier wordt de
urine naar het nierbekken en de blaas verplaats
Het nefron: de functionele eenheid van de nier
➔ Elk deel heft specifieke cellen die de bijbehorende
transport functie vervullen
Juxtamedullaire->Grotere, hogere GFR, langere lis
van Henle, efferente arteriolen vormen vasa recta,
concentrated vermogen nier
Superficiële-> kortere lis van henle, peritubulaire capillairen vervoeren nutriënten naar tubulus
,Nier functies
1. Verwijderen van afvalstoffen
2. Terugwinnen van essentiële componenten
3. Regulatie van ionen: H+ (pH), Na+ , K+ , Ca2+
4. Regulatie van plasma volume / bloedruk
5. Regulatie plasma osmolaliteit (mosmol/kg)
6. Productie van hormonen: erythropoietine, renine, 1,25
(OH)2D (actief vitamine D)
Nieren doen er dus langer over!
Processen in nefron
-glomerulus, klaring, GFR
- proximale tubulus
- lis van Henle
- juxtaglomulaire apparaat
- distale tubulus
- verzamelbuis
Glomerulus
3 lagen:
1. Endotheel: bedekt met glycocalyx beïnvloed
permeabiliteit
2. Basaal membraan: extracellulaire matrix
eiwitten: negatieve lading
3. Filtratie porie
, Glomerulaire filtratie
Filtratie barrière: filtratie van opgeloste deeltjes op basis van grootte en
lading
• Kleine moleculen (<1.8 nm) ongehinderde filtratie; >3.6 nm niet gefilterd
• Kationen (+) beter gefilterd dan anionen (-) van dezelfde grootte.
Tekstboeken:
Plasma albumine zou op basis van grootte (3.5 nm) wel gefilterd worden
maar de negatieve lading voorkomt dat er veel albumine gefilterd wordt.
Echter: er wordt albumine gefilterd en in de tubulus weer opgenomen
(cubiline-megaline)
In de klinische praktijk:
Wanneer de filtratie barrière verloren gaat worden eiwitten makkelijker
gefiltreerd, ook grote, en ontstaat albuminurie/proteinurie
Transport van albumine in de nieren.
A. GLOMERULUS
Bloed komt in het nefron door de afferente arteriole vanuit de renale arterie. Het komt in de
capillairen van de glomerulus waar filtratie plaats vindt, en verder in de efferente arteriole. De
filtratie barrière van de glomerulus.
1. De eerste barrière zijn de openingen tussen de endotheel cellen van de of the glomerulaire
capillairen
2. De tweede barrière is de basaalmembraan, extracellulair matrix; negatieve lading, geladen
poriën.
3. De podocyten: speciale epitheliale cellen om de basaalmembraan en de capillairen. Het eerste
filtraat komt bij podocyt voetjes die poriën vormen (slit diaphragms) de derde lag van de filtratie
barrière.
4. Podocyten brengen de FcRn (Neonatal Fc receptor) tot expressie en middels transcytose gaan
IgG and albumine naar het filtraat waardoor het filter niet verstopt raakt
B. PROXIMAL TUBULUS: reabsorptie van albumine, waardoor er geen verlies is in de urine (bij een intacte
glomerulus)
Filtraat Bevat
• H2O
• Electrolyten
• Glucose
• Creatinine
• Ureum
• Niet eiwit-gebonden componenten zoals medicatie
• albumine
• Na dit college:
– Ken je de fysiologie van de nier
– Ken je de belangrijkste pathofysiologie van de nier, de oorzaken, diagnostiek en waar nodig de
behandeling
– Ken je de klinisch chemische parameters van nierfunctie en de relatie met fysiologie en pathofysiologie
– Kun je de kennis toepassen in casuistie
Begrippen
Emie= in plasma bv. Hypernatriëmie: verhoogd plasma natrium
Urie= in urine bv. Albuminurie: albumin in urine
Renale bloed flow is 25% van cardiale output
Het nefron: de functionele eenheid van de nier
1. Afferente & Efferente arteriole
3. Capsule van Bowman. De wand vormt een dubbelwandige
kamer waarin het ultrafiltraat wordt opgevangen.
2. Glomerulus. Capillair netwerk in de Capsule van Bowman,
hier wordt het plasma gefiltreerd. Bloed dat niet door de
glomerulus gefiltreerd wordt, komt in het capillaire network dat
bloed toevoert aan de:
4. Proximale gekronkelde (contortus) tubulus. Gekronkeld,
cellen bedekt met microvilli, en voorzien van veel mitochondria
(hoge energie consumptie).
5. Lis van Henle. Dalend en stijgend been, overgaand in:
6. Distale gekronkelde (contortus) tubulus, gekronkeld,
voorzien van capillairen.
7. Verzamel buis (ductus collectans). Vanaf hier wordt de
urine naar het nierbekken en de blaas verplaats
Het nefron: de functionele eenheid van de nier
➔ Elk deel heft specifieke cellen die de bijbehorende
transport functie vervullen
Juxtamedullaire->Grotere, hogere GFR, langere lis
van Henle, efferente arteriolen vormen vasa recta,
concentrated vermogen nier
Superficiële-> kortere lis van henle, peritubulaire capillairen vervoeren nutriënten naar tubulus
,Nier functies
1. Verwijderen van afvalstoffen
2. Terugwinnen van essentiële componenten
3. Regulatie van ionen: H+ (pH), Na+ , K+ , Ca2+
4. Regulatie van plasma volume / bloedruk
5. Regulatie plasma osmolaliteit (mosmol/kg)
6. Productie van hormonen: erythropoietine, renine, 1,25
(OH)2D (actief vitamine D)
Nieren doen er dus langer over!
Processen in nefron
-glomerulus, klaring, GFR
- proximale tubulus
- lis van Henle
- juxtaglomulaire apparaat
- distale tubulus
- verzamelbuis
Glomerulus
3 lagen:
1. Endotheel: bedekt met glycocalyx beïnvloed
permeabiliteit
2. Basaal membraan: extracellulaire matrix
eiwitten: negatieve lading
3. Filtratie porie
, Glomerulaire filtratie
Filtratie barrière: filtratie van opgeloste deeltjes op basis van grootte en
lading
• Kleine moleculen (<1.8 nm) ongehinderde filtratie; >3.6 nm niet gefilterd
• Kationen (+) beter gefilterd dan anionen (-) van dezelfde grootte.
Tekstboeken:
Plasma albumine zou op basis van grootte (3.5 nm) wel gefilterd worden
maar de negatieve lading voorkomt dat er veel albumine gefilterd wordt.
Echter: er wordt albumine gefilterd en in de tubulus weer opgenomen
(cubiline-megaline)
In de klinische praktijk:
Wanneer de filtratie barrière verloren gaat worden eiwitten makkelijker
gefiltreerd, ook grote, en ontstaat albuminurie/proteinurie
Transport van albumine in de nieren.
A. GLOMERULUS
Bloed komt in het nefron door de afferente arteriole vanuit de renale arterie. Het komt in de
capillairen van de glomerulus waar filtratie plaats vindt, en verder in de efferente arteriole. De
filtratie barrière van de glomerulus.
1. De eerste barrière zijn de openingen tussen de endotheel cellen van de of the glomerulaire
capillairen
2. De tweede barrière is de basaalmembraan, extracellulair matrix; negatieve lading, geladen
poriën.
3. De podocyten: speciale epitheliale cellen om de basaalmembraan en de capillairen. Het eerste
filtraat komt bij podocyt voetjes die poriën vormen (slit diaphragms) de derde lag van de filtratie
barrière.
4. Podocyten brengen de FcRn (Neonatal Fc receptor) tot expressie en middels transcytose gaan
IgG and albumine naar het filtraat waardoor het filter niet verstopt raakt
B. PROXIMAL TUBULUS: reabsorptie van albumine, waardoor er geen verlies is in de urine (bij een intacte
glomerulus)
Filtraat Bevat
• H2O
• Electrolyten
• Glucose
• Creatinine
• Ureum
• Niet eiwit-gebonden componenten zoals medicatie
• albumine