Samenvatting Lecture 2 Klinische chemische testen in diagnostiek, behandeling, follow-up
en prognose
• Introductie klinische chemie
• Een juiste uitslag: belang van goede pré-analyse
• Korte samenvatting referentiewaarden
• Bespreking aantal bepalingen en hun toepassing in de klinische chemie
- Hartinfarct
- Hartfalen
- Ontsteking
- Acute pancreatitis
Klinische chemiebezig met lichaamseigen
stoffen
Samenstelling bloed
- Bloed volbloed, plasma/serum
- Urine
- Minder frequent: feces, liquor, speeksel,
zweet, traanvocht, gal, pleuravocht,
synoviaal vocht, ascites etc.
Plasma:
Voordelen:
- Antistolling->halfuur wachten->voordeel plasma werkt sneller(hoeft niet te
stollen)
- Geen risico op na stolling
Nadeel:
- Additieven kunnen assay storen,
- Fibrinogeen kan assay verstoren.
Adjutieven die stolling veroorzaken
moeten weg gaan.
Serum:
Voordeel:
- Geen additieven
- Schoner materiaal, minder eiwitten
Nadeel:
- na stolling kan apparatuur/assay
verstoren (dat kan storen!)
1 buisje bloed afnemen is eenvoudig, je kunt aan de hand van het buisje heel veel duiden
over lichaamziekte process
Biomarkers in plasma/serum
1. Plasma/serum specifieke eiwitten (e.g. albumine)
2. Enzymen van exocriene klieren (e.g. amylase, lipase)
3. Cellulaire enzyme (e.g. transaminases ALAT, ASAT)
Waarom komen niet-plasma specifieke biomarks in het
plasma voor?
Alles lekt (fysiologisch, referentiewaarden)
1. Opname door weefsel (voor verder katabolisme)
2. Uitscheiding door de nieren (vrnl ‘low moleculair’)
Halfwaarde tijd
,In verhoogde concentraties:
3. Verhoogde permeabiliteit van cel membranen zoals bijvoorbeeld bij cel
schade/necrose
4. Blokkade van secretie routes
5. Inductie/overproductie van eiwitten
De sensitiviteit voor orgaan-schade hangt af
van de concentratie biomarker in dat specifieke
orgaan, vergeleken met normaal plasma.
De specificiteit voor orgaan-schade hangt af
van de concentratie biomarker in andere organen
Intracellularie locatie van cellulaire enzymen
bepaalt ‘mate van lekken’
- Mitochondrien ASAT en CK
- Cyotplasma ALAT, LDH, ASAT, CK
Vrijkomen in circulatie wordt door meerdere
factoren bepaald
1. Afstand cel-capillair bloedvat
2. Dikte basale membraan
3. Molecuul gewicht
Combinatie van
bepalingen kan aanvullende informatie leveren
1. Biomarker patroon is afhankelijk van aanbod en eliminatie
2. Betrokken orgaan kan afgeleid worden uit de relatie tussen:
- Biomarkers die in alle weefsel voorkomen
- Orgaan-specifieke biomarkers
3. Ernst van de schade kan afgeleid worden uit
- Biomarkers die makkelijk plasma bereiken
- Biomarkers die sterk gebonden zijn aan de cellen (bijv. in mitochondria)
4. Acute fase kan afgeleid worden uit patroon:
- Biomarkers met lange halfwaarde tijd (late diagnostiek)
- Biomarkers met een korte halfwaarde tijd (vroege diagnostiek)
Vraag: I specificiteit voor orgaanschade hangt af van de aanwezigheid van de marker in
andere organen. II sensitiviteit voor orgaanschade hangt af van de activiteit van de
marker in dat orgaan vergeleken met plasma Beide juist.
Vraag: plasma=serum-stollingsfactoren, serum=plasma-stollingsfactoren juist
Vraag: of na necrose een vrijgekomen eiwit de bloedcirculatie bereikt is afhankelijk van:
1. De afstand van de cel tot aan het capillair 2. De dikte van de basaalmembraan. beide
, Een juiste uitslag: belang van goede pré
analyse
Fouten in het process
Fouten in de pre-analyse
- Verkeerde analyse aangevraagd
- Aanvraag kwijt
- Patiënt identificatie fout
- Patiënt voorbereidingsfout (Nuchter? Top-dalspiegel?)
- Fouten bij bloedafname
- Fouten tijdens transport
- Verkeerd verwerken buizen
Fouten in de analyse
- Analyse fouten apparatuur
(verontreiniging)
- Analysefouten mens
- Interferenties
- Monster kwijt
- Monster verwisseling
Fouten in de post-analyse
- Uitval appratuur
- Uitval IT
- Overschrijf fouten
- Foutieve interpretatie
Pre- en analytische fouten -casuïstiek
- Juiste buis voor de bepaling
- Bijmenging
- Juiste patiënt
- Effect traumatische afname (hemolyse)
- Interferentie door medicatie
1. Verkeerde buis afgenomen paarse buis (etinaam valt calcium weg, geen
calcium, geen ijzer hierdoor hoge kalium)
2. Niet reëel, tijdens afname wat fout gedaan, te weinig bloed in groene buis
Donker groene buis heparine-> lithium navulling, dus niet meten met lithium.
Gebruik hier voor heparine+gel (licht groen)
en prognose
• Introductie klinische chemie
• Een juiste uitslag: belang van goede pré-analyse
• Korte samenvatting referentiewaarden
• Bespreking aantal bepalingen en hun toepassing in de klinische chemie
- Hartinfarct
- Hartfalen
- Ontsteking
- Acute pancreatitis
Klinische chemiebezig met lichaamseigen
stoffen
Samenstelling bloed
- Bloed volbloed, plasma/serum
- Urine
- Minder frequent: feces, liquor, speeksel,
zweet, traanvocht, gal, pleuravocht,
synoviaal vocht, ascites etc.
Plasma:
Voordelen:
- Antistolling->halfuur wachten->voordeel plasma werkt sneller(hoeft niet te
stollen)
- Geen risico op na stolling
Nadeel:
- Additieven kunnen assay storen,
- Fibrinogeen kan assay verstoren.
Adjutieven die stolling veroorzaken
moeten weg gaan.
Serum:
Voordeel:
- Geen additieven
- Schoner materiaal, minder eiwitten
Nadeel:
- na stolling kan apparatuur/assay
verstoren (dat kan storen!)
1 buisje bloed afnemen is eenvoudig, je kunt aan de hand van het buisje heel veel duiden
over lichaamziekte process
Biomarkers in plasma/serum
1. Plasma/serum specifieke eiwitten (e.g. albumine)
2. Enzymen van exocriene klieren (e.g. amylase, lipase)
3. Cellulaire enzyme (e.g. transaminases ALAT, ASAT)
Waarom komen niet-plasma specifieke biomarks in het
plasma voor?
Alles lekt (fysiologisch, referentiewaarden)
1. Opname door weefsel (voor verder katabolisme)
2. Uitscheiding door de nieren (vrnl ‘low moleculair’)
Halfwaarde tijd
,In verhoogde concentraties:
3. Verhoogde permeabiliteit van cel membranen zoals bijvoorbeeld bij cel
schade/necrose
4. Blokkade van secretie routes
5. Inductie/overproductie van eiwitten
De sensitiviteit voor orgaan-schade hangt af
van de concentratie biomarker in dat specifieke
orgaan, vergeleken met normaal plasma.
De specificiteit voor orgaan-schade hangt af
van de concentratie biomarker in andere organen
Intracellularie locatie van cellulaire enzymen
bepaalt ‘mate van lekken’
- Mitochondrien ASAT en CK
- Cyotplasma ALAT, LDH, ASAT, CK
Vrijkomen in circulatie wordt door meerdere
factoren bepaald
1. Afstand cel-capillair bloedvat
2. Dikte basale membraan
3. Molecuul gewicht
Combinatie van
bepalingen kan aanvullende informatie leveren
1. Biomarker patroon is afhankelijk van aanbod en eliminatie
2. Betrokken orgaan kan afgeleid worden uit de relatie tussen:
- Biomarkers die in alle weefsel voorkomen
- Orgaan-specifieke biomarkers
3. Ernst van de schade kan afgeleid worden uit
- Biomarkers die makkelijk plasma bereiken
- Biomarkers die sterk gebonden zijn aan de cellen (bijv. in mitochondria)
4. Acute fase kan afgeleid worden uit patroon:
- Biomarkers met lange halfwaarde tijd (late diagnostiek)
- Biomarkers met een korte halfwaarde tijd (vroege diagnostiek)
Vraag: I specificiteit voor orgaanschade hangt af van de aanwezigheid van de marker in
andere organen. II sensitiviteit voor orgaanschade hangt af van de activiteit van de
marker in dat orgaan vergeleken met plasma Beide juist.
Vraag: plasma=serum-stollingsfactoren, serum=plasma-stollingsfactoren juist
Vraag: of na necrose een vrijgekomen eiwit de bloedcirculatie bereikt is afhankelijk van:
1. De afstand van de cel tot aan het capillair 2. De dikte van de basaalmembraan. beide
, Een juiste uitslag: belang van goede pré
analyse
Fouten in het process
Fouten in de pre-analyse
- Verkeerde analyse aangevraagd
- Aanvraag kwijt
- Patiënt identificatie fout
- Patiënt voorbereidingsfout (Nuchter? Top-dalspiegel?)
- Fouten bij bloedafname
- Fouten tijdens transport
- Verkeerd verwerken buizen
Fouten in de analyse
- Analyse fouten apparatuur
(verontreiniging)
- Analysefouten mens
- Interferenties
- Monster kwijt
- Monster verwisseling
Fouten in de post-analyse
- Uitval appratuur
- Uitval IT
- Overschrijf fouten
- Foutieve interpretatie
Pre- en analytische fouten -casuïstiek
- Juiste buis voor de bepaling
- Bijmenging
- Juiste patiënt
- Effect traumatische afname (hemolyse)
- Interferentie door medicatie
1. Verkeerde buis afgenomen paarse buis (etinaam valt calcium weg, geen
calcium, geen ijzer hierdoor hoge kalium)
2. Niet reëel, tijdens afname wat fout gedaan, te weinig bloed in groene buis
Donker groene buis heparine-> lithium navulling, dus niet meten met lithium.
Gebruik hier voor heparine+gel (licht groen)