100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Adaptie en Welzijn (AW)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
40
Geüpload op
16-02-2025
Geschreven in
2023/2024

Samenvatting van het vak Adaptie en Welzijn uit jaar 2 van de bachelor diergeneeskunde. Het document bevat de hoorcolleges, werkcolleges en zelfstudie












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
16 februari 2025
Aantal pagina's
40
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Adaptatie en Welzijn Malu Miltenburg



Hoorcollege 1+2: Motivationele systemen
Dit vak bestaat uit een paar hoofdvragen: we gaan eerst kijken naar hoe gedrag wordt aangezet,
daarna naar de ontwikkeling van gedrag, daarna naar hoe we dingen aan kunnen leren en als
laatst hoe we dus gedrag kunnen gebruiken als parameter voor het welzijn van het dier.

Gedrag is van groot belang voor een veterinair om oa ongemak- en pijn gedrag te herkennen.
Daarnaast kunnen we bijvoorbeeld de reproductiefases herkennen en de juiste
hanteertechnieken (stressfreehandling) gebruiken.

Gedrag is geen chaos, maar heeft een bepaald patroon of ordening. Een hond die jou net sociaal
heeft begroet zal hoogstwaarschijnlijk daaropvolgend niet uitvallen en bijten. Gedrag is objectief
en systemisch observeerbaar en onderzoekbaar (wc1). Gedrag lijkt ook doelmatig en vaak te
leiden tot een oplossing van een probleem (honger → op jacht → vogel vangen → eten → geen
honger meer).

Een ‘waarom’ vraag kan ethologisch worden opgesplitst in vier hoofdvragen: waardoor (vraag
naar directe veroorzaking), waartoe (vraag naar functie van gedrag), ontwikkeling (van gedrag
tijdens het leven) en onstaan (van gedrag tijdens de evolutie). Speciaal in de diergeneeskunde
kijken we ook naar de pathologie van abnormaal gedrag.

De proximale veroorzaking van gedrag slaat op waardoor het gedrag onstaat: welke factoren
reguleren het optreden, welke werkingsmechanismen, welke prikkels, etc. De ultimate
veroorzaking van gedrag slaat op waartoe het gedrag ontstaat: waartoe doet een dier iets?
Functie? Welke evolutionaire invloeden? Prooibeschikbaarheid? Draagt het gedrag bij aan de
succesvolle reproductie van het dier? Fitness?

Wat is gedrag? Gedrag bestaat uit een stroom van gedragselementen in de tijd. Een
gedragselement is een duidelijk herkenbare afzonderlijke handeling (patroonmatige activiteit).
Wat een dier gaat doen wordt bepaald door motivatie en controle: motivatie is bijvoorbeeld
homeostase behoud, beloningswaarden prikkels en omgevingscontrole. Controle domein is
bijvoorbeeld keuzes, acties en plannen. Uit deze twee factoren wordt een keuze gemaakt tot een
actie.

Gedrag is ook een systeem waarmee dieren veranderingen in de
omgeving detecteren, filteren en hier vervolgens gepast op
reageren. Perifere filtering is dat zintuigen de instroom van
informatie beperken.

Gedrag is ook een actie die ontstaat als reactie op een bepaalde
prikkel uit de omgeving. Een sleutelprikkel of een deblokkerende
prikkel is een stimulus die het gedrag kan doen optreden (open
bek bij baby vogels zorgt dat moeder ze gaat voeren).

Kenmerken van instinctief gedrag zijn: alle individuen vertonen
ongeveer dezelfde reactie op eenzelfde sleutelstimulus. Het gedrag is redelijk vormvast. Indien
in gang gezet dan wordt het veelal ook voltooid. Aangeleerde aspecten zijn gering van invloed.

Gedragselementen die niet willekeurig van volgorde zijn, noemen we gedragsketens. Bepaalde
stimuli roepen soms een keten van gedragingen op met een min of meer vaste volgorde, een
gedragsketen. De gedragsketen kan min of meer automatisch afwikkelen, maar wel in
wisselwerking met de omgeving (bijv een reactie van het vrouwelijke dier).

1

,Samenvatting Adaptatie en Welzijn Malu Miltenburg


Supernormale stimulie zijn stimulie die nog sterker zijn dan de normale stimulie (rode lippen,
grote eieren).

Motivatie is wisselende gedragsbereidheid. Deblokkering door een sleutelprikkel gebeurt niet
zomaar en niet altijd. Er is altijd een afwegingsmoment waarin
belang van diverse in- en uitwendige prikkels worden gewogen (bijv
honger versus aanwezigheid van een roofdier).

Het limbisch systeem bestaat uit: hypothalamus, hippocampus,
amygdala en neocortex.

In de afbeelding zie je het normwaardemodel. De deefficientie is de
grootte van verschil tussen actuele waarde en normwaarde en dus
de grootte van de te verwachte beloning. Het beloningssysteem is
het limbisch systeem.

Homeostase is het systeem om interne fysiologische condities te stabiliseren op de
normwaarde. Allostase is het fysiologische en gedragsmatige aanpassingsproces om de
normwaarden te bereiken. De instelling van normwaarden kan oa beinvloed zijn door genetica
en leerervaringen.

Motivaties kunnen beinvloed worden door oa territorium, daglicht, bronst van seksuele partner,
effecten van leren, stress, vermoeidheid, ziekte etc. In een onderzoek kun je motivatie meten. Je
bied een standaard stimulus aan en stelt de reactietijd vast. De reactiesterkte is de intensiteit
van gedrag. Bij het meten van de drempelwaarde meet je hoeveel stimulatie er nodig is om een
reactie op te wekken. De vacuumactiviteit is wanneer de drempelwaarde = 0, er is dan dus geen
stimulatie nodig. De motivatie meten we door het vaststellen van de hoeveelheid aversieve
stimulatie dat een ddier bereid is te doorstaan.

We weten wat een dier leuk vindt of nodig heeft om opties aan te bieden (stro vs zaagsel hok
aanbieden). We kunnen het ook testen door te meten hoeveel energie het dier in wil leveren om
tot het resultaat/beloning te komen (gewicht opzij duwen om wortel te krijgen).

Wat als we een dier twee opties geven welke hij beide wil? Het aan de gang
zijnde gedrag remt het alternatieve gedrag (dus positieve feedback van het
gaande gedrag). Het in gang zijnde gedrag wordt geinhibeert door
prioriteitsgedrag (bijv vluchten). Stimulatie van het minder belangrijke
gedrag wanneer het prioriteitsgedrag geen prioriteit meer heeft.

Gedrag is hierarchisch gestructureerd, er zijn dus belangrijkere en minder
belangrijke gedragingen. De topprioriteit is reactieve vlucht. In de
voortplantingsperiode is de voortplanting daarna het meest belangrijk.
Daarna voedselverwervingsgedrag daarna rust en slaap. Laag in prioriteit is
lichaamsverzorging. Prioriteiten kunnen voor seksen anders zijn.

In de afbeelding zie je het psychohydraulische model van Lorentz.

Motivatie stuurt soms een set van samengangende gedragingen aan,
namelijk gedragssytemen. Dit is een causaal en functioneel bij elkaar
horende groep gedragingen. Enkele gedragssystemen zijn: voortplantingsgedrag,
voedselverwervingsgedrag, spel, ziektegedrag, agonistisch gedrag, slaap/rust gedrag,
temperatuurregulatiegedrag, etc.


2

,Samenvatting Adaptatie en Welzijn Malu Miltenburg


Agonistisch gedrag zijn al die gedragingen die dieren naar elkaar kunnen tonen bij concurrentie
tussen die individuen. Dit kan zijn agressief gedrag, vlucht- of wijkgedrag of
onderdanigheidsgedrag.

In vele gedragssystemen zien we een appetitieve en consumptieve fase. De appetitieve fase is
voedsel zoeken/vangen/vervoeren, voedselvoorraden aanleggen en gebruik maken van
werktuigen. De consumptieve fase is het eten van dat voedsel.

Gedragsproblemen zijn te verwachten bij de appetitieve gedragssystemen met intrinsiek
belonende waarden. Sommige gedragingen moeten worden uitgevoerd kunnen worden en
worden intern aangestuurd, dit noemen we essentiele gedragsbehoeften (bijv stofbaden van
kippen, wroeten van varken). Honger en gedragshonger zijn twee apparte zaken: een vleeskalf
dat melk uit de emmer krijgt zal qua het consumptiedeel bevredigd zijn, maar de zuigbehoefte
blijft dus we zien daar tralielikken of zuigen op hokgenoten.

Hoorcollege 3+4: Welzijn van dieren
Het concept welzijn is niet een puur wetenschappelijk
concept, feiten, emoties (van mens en dier) en cultuur
wegen hier in mee.

De context van dieren (rat in huis vs op straat) maakt heel
veel uit in de discussie over hoe verantwoordelijk wij als
mensen voor hun welzijn.

Voor welzijn van een dier moet het op de juiste manier
kunnen reageren op: honger, dorst en fout voedsel, op
thermale en fysiek discomfort, op verwondingen en ziektes
en op angst en chronische stress. En dus moet het op een
normale manier bepaalde soort-specifieke
gedragspatronen kunnen laten zien en zich aan kunnen
passen aan veranderende levensomstandigheden tot een
niveau dat wel als positief ervaren wordt. Er is ook een
grens aan hoe goed een dier zich aan kan passen, deze is
ook dynamisch.

Negatieve emoties hebben ook een functie. De vijf wijsheden
zeggen alleen dat er geen negatieve emoties zijn, maar er moet ook
een positieve emotie zijn dus de vijf wijsheden hebben geen valide
functie.

Gedrag is de meest belangrijke uitleesparameter voor adaptief
vermogen en emoties. Het adaptief vermogen wordt beinvloed
door: gezondheid, uiterlijk van het dier (platte neus kan minder goed
adaptief reageren op weinig lucht) en huisvesting.

Uit onderzoek (op muizen) is gebleken dat je drie soorten dieren
hebben (qua angst-gerelateerd gedrag): hoog adaptief, laag adaptief
en niet adaptief. Hoog adaptief = hoe gewender ze raken aan de
situatie, des te minder bang ze worden. Laag adaptief = zijn in de
eerste instantie al minder bang dan de hoog adaptieve dieren, maar
worden naarmate ze gewender ze raken ook wel een beetje minder

3

, Samenvatting Adaptatie en Welzijn Malu Miltenburg


bang. Niet adaptief = zijn in de eerste instantie niet heel bang (minder bang dan hoog adaptief,
iets banger dan laag adaptief) maar worden naarmate ze steeds meer over de situatie leren
kennen ook steeds banger. De laatste groep noemen we ook wel pathologische angstige muizen.
Deze groep kan zich dus heel slecht
aanpassen aan een nieuwe situatie.

Een manier om welzijn te meten in de vorm
van de emotionele staat van het dier is het
volgende. We proberen er achter te komen of
de dieren het glas half vol of half leeg zien,
maar ze kunnen ons dit niet vertellen. Dus we
hebben een rode bak voer die altijd helemaal
gevuld is en een witte bak die altijd helemaal
leeg is. Dan presenteren we een bak voer die
voor de helft gevuld is, en kijken we wat het
dier daar van vindt.

Behoeftes hangen af van: genetica, stammen,
leeftijd, geslacht en gedrachsrepetoir. In de
praktijk zijn behoeftes: verrijking, sociaal huisvesten (bij solitaire dieren dan weer liever niet). We
hoeven niet altijd aan de behoeftes van dieren te voldoen. Want veel dieren zijn gemaakt om te
blijven eten bijvoorbeeld, wanneer je ze dan teveel voer geeft (waar ze niet voor hoeven te
werken) zullen ze veel te dik worden.

De faculteit ledit dierenartsen op die instaat zijn, gezondheid en welzijn van dieren te bewaken
en te bevorderen. De dierenarts is op de hoogte van de verschillende dierenwelzijnconceptoren
en de maatschappelijke discussie over dierenwelzijn en handelt in de geest van de
welzijnsdefinitie die wordt gehanteerd door de faculteit. De dierenarts beschikt over kennis tav
de wettelijke als ook de maatschappelijke context van dierenwelzijn. De dierenarts neemt een
standpunt in mbt dierenwelzijn en kan dit standpunt wetenschappelijk onderbouwen. De
dierenarts is in staat het welzijn van het dier te beoordelen en misstanden te herkennen. De
dierenarts adviseert hoe de welzijnstoestand bevorderd kan worden en uiteindelijk een positieve
toestand van het dier bereikt kan worden.

Hoorcollege 5+6: Ontwikkeling van
gedrag en de betekenis voor adaptatie
Een dier krijgt altijd verschillende prikkels binnen
vanuit de omgeving, leuke en minder leuke. In het
vorige hoorcollege is besproken dat een dier zich daar
dan op kan aanpassen en in welke maten een dier zich
hierop kan aanpassen. Soms is een situatie niet binnen
het bereik van het aanpassingsvermogen van een
(individueel) dier, dit kun je terug zien in het gedrag
(extern) maar ook in de fysiologie (intern). In een
chronische situatie kan dit zorgen voor verschillende
klachten (sympatisch zenuwstelsel staat te vaak aan).
Sturende factoren hebben een hele grote invloed op
het aanpassingsvermogen van dieren (wanneer dit mis
gaat zullen er in zekere maten gedragsproblemen ontstaan).

4
€4,99
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
malumiltenburg

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
malumiltenburg Universiteit Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
0
Lid sinds
10 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
3
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen