1.4 hcCL1 – Introductie ouderen Ergotherapie en richtlijnen
Ouderen vormen een belangrijke doelgroep voor ergotherapeuten.
Ongeveer 50% van het cliëntenaanbod van de ergotherapie betreft de
doelgroep ouderen. -> meer door vergrijzing.
Formele personen: zijn zowel betaalde als onbetaalde professionals
(professionele vrijwilligers)
Informele personen: zijn personen uit het sociale netwerk en vrijwilligers
(zonder professionele achtergrond)
Kwetsbaarheid of fragiliteit is een dynamische toestand waarin een
individu verkeert die tekorten heeft in één of meer domeinen van het
menselijk functioneren (lichamelijk, psychisch, sociaal) die onder invloed
van een diversiteit van variabelen wordt veroorzaakt en die de kans op het
optreden van ongewenste uitkomsten vergroot.
Veel voorkomende klachten zijn:
- Afname van de mobiliteit (o.a. lopen, balans, conditie en kracht)
- Verminderde communicatiemogelijkheden (o.a. aandacht,
informatieverwerking, geheugen, planning, organisatie, volgorde en
concentratie)
- Vermindering van motivatie en toename van apathie (vermindering
interesse)
- Afname van sociale contacten (o.a. door overlijden dierbaren,
minder initiatief nemen en door afname mogelijkheden tot leggen
van contacten)
- Toename van depressie/angst
Rollen en kansen voor de ouderenergotherapeut:
- Ergotherapeut/coach in de wijk, gericht op advisering en begeleiding
van bv. Thuiszorgmedewerkers, welzijnswerkers, sociale
wijkteamleden
- Ergotherapeut/beleidsmedewerker bij gemeente, gericht op lokaal
ouderenbeleid
- Ergotherapeut/adviseur voor woningcorporaties,
projectontwikkelaars. Gericht op ontwerpen, inrichten en aanpassen
van de woon- en leefomgeving
- Ergotherapeut/preventiewerker, gezondheidsbevorderingscoach,
gericht op het behouden en bevorderen van de zelf- en
samenredzaamheid van thuiswonende ouderen
- Docent ouderenergotherapie
- Onderzoeksprojecten gericht op ontwikkeling
1.4 hcCL2 – Geheugen en amnesie (neurologie)
Omgeving -> sensorische register (tienden van seconden) -> werk- of
korte termijn geheugen (10sec hangen) -> lange termijn geheugen
,Het 10 seconden geheugen = tijdelijke opslag voor informatie
3 vormen informatieverkeer:
- Inprenting -> gericht in zich opnemen van info
- Retentie -> enige tijd vasthouden van info
- Reproductie -> later ophalen uit geheugen
Lange termijn geheugen
- Expliciet -> episodisch en semantisch, prospectief
- Impliciet
Episodisch geheugen: geheugen voor gebeurtenissen, gevoel wat je
had bij de gebeurtenissen
Semantisch geheugen: ‘kennis van de wereld’, alle kennis van de
wereld dat is opgeslagen
Prospectief geheugen: ‘vooruit kijken’, geheugen dat je nodig hebt om
vooruit te kijken
Impliciet geheugen:
3 vormen:
- Procedureel geheugen -> geheugen voor vaardigheden
- Priming -> herkennen van info, omdat je er eerder mee in
aanraking bent geweest(onbewust)
- Conditionering -> 2 vormen: klassiek en operant
Klassiek conditioneren: aanleren van een relatie tussen 2 stimuli (Pavlov)
Operant conditioneren: aanleren door belonen of straffen
Amnestisch syndroom -> een stoornis van het expliciet geheugen
(onthouden feiten en gebeurtenissen)
Het geheugenspoor of engram:
Informatie van buiten wordt in het brein bewaart in neurale netwerken
(KTG) in de secundaire en tertiaire cortex
Om informatie te kunnen onthouden moet de neurale activiteit (=
veranderde synapsen) worden vastgelegd in een geheugenspoor of
engram.
, Het opslaan van info in het geheugen
De hippocampus:
- Onderdeel van het limbisch systeem (betrokken bij emotie) en
verbonden met de neocortex (nieuwste deel hersenschors)
- Beoordeelt info en bepaalt of het moet worden opgeslagen
2 functies:
- Vormen van engrammen
- Verstevigen – consolideren- van engrammen
2 soorten amnesie:
Anterograde amnesie: er kunnen geen nieuwe engrammen meer
worden gevormd, kan geen nieuwe info meer opslaan en vergeet info na
een paar minuten
Retrograde amnesie: gevormde engrammen worden niet verder
geconsolideerd. -> wordt niet meer vastgelegd. Herinneringen van voor
het letsel gaat vervagen. Recente herinneringen vervagen het eerst.
Amnestisch syndroom
- Is een combi van anterograde en retrograde amnesie
- Komt voor in allerlei gradaties van ernst afhankelijk van het letsel of
de ziekte
- Gaat vaak gepaard met andere neurologische stoornissen
- Er zijn ook intacte functies zoals werkgeheugen, jeugdherinneringen,
vaardigheden, intelligentie
Confabulaties:
- Het opvullen van gaten in geheugen met fantasie
- Ontstaat als het amnestisch syndroom gepaard gaat met
beschadiging van de frontale kwabben
- Is onbewust
- Vaak bij het syndroom Korsakov
Gevolgen van geheugenproblemen:
- Problemen zelfverzorging, dagelijkse activiteiten, sociale contacten,
dingen begrijpen en problemen oplossen, desoriëntatie in tijd of
plaats.
Korsakov: oorzaak is de ziekte van Wernicke. Komt veel voor bij
alcoholisten
Alzheimer: dementieziekte. Het amnestisch syndroom is meestal het
eerste symptoom.
Hersentrauma: na een hersenkneuzing en coma ontstaat
posttraumatische amnesie (PTA). Tijdens de PTA worden geen
geheugensporen gevormd. Ook retrograde amnesie.
Kenmerken bij het ouder worden:
- het impliciete geheugen blijft beter intact dan het expliciete
- semantische geheugen blijft beter intact dan het episodische
Ouderen vormen een belangrijke doelgroep voor ergotherapeuten.
Ongeveer 50% van het cliëntenaanbod van de ergotherapie betreft de
doelgroep ouderen. -> meer door vergrijzing.
Formele personen: zijn zowel betaalde als onbetaalde professionals
(professionele vrijwilligers)
Informele personen: zijn personen uit het sociale netwerk en vrijwilligers
(zonder professionele achtergrond)
Kwetsbaarheid of fragiliteit is een dynamische toestand waarin een
individu verkeert die tekorten heeft in één of meer domeinen van het
menselijk functioneren (lichamelijk, psychisch, sociaal) die onder invloed
van een diversiteit van variabelen wordt veroorzaakt en die de kans op het
optreden van ongewenste uitkomsten vergroot.
Veel voorkomende klachten zijn:
- Afname van de mobiliteit (o.a. lopen, balans, conditie en kracht)
- Verminderde communicatiemogelijkheden (o.a. aandacht,
informatieverwerking, geheugen, planning, organisatie, volgorde en
concentratie)
- Vermindering van motivatie en toename van apathie (vermindering
interesse)
- Afname van sociale contacten (o.a. door overlijden dierbaren,
minder initiatief nemen en door afname mogelijkheden tot leggen
van contacten)
- Toename van depressie/angst
Rollen en kansen voor de ouderenergotherapeut:
- Ergotherapeut/coach in de wijk, gericht op advisering en begeleiding
van bv. Thuiszorgmedewerkers, welzijnswerkers, sociale
wijkteamleden
- Ergotherapeut/beleidsmedewerker bij gemeente, gericht op lokaal
ouderenbeleid
- Ergotherapeut/adviseur voor woningcorporaties,
projectontwikkelaars. Gericht op ontwerpen, inrichten en aanpassen
van de woon- en leefomgeving
- Ergotherapeut/preventiewerker, gezondheidsbevorderingscoach,
gericht op het behouden en bevorderen van de zelf- en
samenredzaamheid van thuiswonende ouderen
- Docent ouderenergotherapie
- Onderzoeksprojecten gericht op ontwikkeling
1.4 hcCL2 – Geheugen en amnesie (neurologie)
Omgeving -> sensorische register (tienden van seconden) -> werk- of
korte termijn geheugen (10sec hangen) -> lange termijn geheugen
,Het 10 seconden geheugen = tijdelijke opslag voor informatie
3 vormen informatieverkeer:
- Inprenting -> gericht in zich opnemen van info
- Retentie -> enige tijd vasthouden van info
- Reproductie -> later ophalen uit geheugen
Lange termijn geheugen
- Expliciet -> episodisch en semantisch, prospectief
- Impliciet
Episodisch geheugen: geheugen voor gebeurtenissen, gevoel wat je
had bij de gebeurtenissen
Semantisch geheugen: ‘kennis van de wereld’, alle kennis van de
wereld dat is opgeslagen
Prospectief geheugen: ‘vooruit kijken’, geheugen dat je nodig hebt om
vooruit te kijken
Impliciet geheugen:
3 vormen:
- Procedureel geheugen -> geheugen voor vaardigheden
- Priming -> herkennen van info, omdat je er eerder mee in
aanraking bent geweest(onbewust)
- Conditionering -> 2 vormen: klassiek en operant
Klassiek conditioneren: aanleren van een relatie tussen 2 stimuli (Pavlov)
Operant conditioneren: aanleren door belonen of straffen
Amnestisch syndroom -> een stoornis van het expliciet geheugen
(onthouden feiten en gebeurtenissen)
Het geheugenspoor of engram:
Informatie van buiten wordt in het brein bewaart in neurale netwerken
(KTG) in de secundaire en tertiaire cortex
Om informatie te kunnen onthouden moet de neurale activiteit (=
veranderde synapsen) worden vastgelegd in een geheugenspoor of
engram.
, Het opslaan van info in het geheugen
De hippocampus:
- Onderdeel van het limbisch systeem (betrokken bij emotie) en
verbonden met de neocortex (nieuwste deel hersenschors)
- Beoordeelt info en bepaalt of het moet worden opgeslagen
2 functies:
- Vormen van engrammen
- Verstevigen – consolideren- van engrammen
2 soorten amnesie:
Anterograde amnesie: er kunnen geen nieuwe engrammen meer
worden gevormd, kan geen nieuwe info meer opslaan en vergeet info na
een paar minuten
Retrograde amnesie: gevormde engrammen worden niet verder
geconsolideerd. -> wordt niet meer vastgelegd. Herinneringen van voor
het letsel gaat vervagen. Recente herinneringen vervagen het eerst.
Amnestisch syndroom
- Is een combi van anterograde en retrograde amnesie
- Komt voor in allerlei gradaties van ernst afhankelijk van het letsel of
de ziekte
- Gaat vaak gepaard met andere neurologische stoornissen
- Er zijn ook intacte functies zoals werkgeheugen, jeugdherinneringen,
vaardigheden, intelligentie
Confabulaties:
- Het opvullen van gaten in geheugen met fantasie
- Ontstaat als het amnestisch syndroom gepaard gaat met
beschadiging van de frontale kwabben
- Is onbewust
- Vaak bij het syndroom Korsakov
Gevolgen van geheugenproblemen:
- Problemen zelfverzorging, dagelijkse activiteiten, sociale contacten,
dingen begrijpen en problemen oplossen, desoriëntatie in tijd of
plaats.
Korsakov: oorzaak is de ziekte van Wernicke. Komt veel voor bij
alcoholisten
Alzheimer: dementieziekte. Het amnestisch syndroom is meestal het
eerste symptoom.
Hersentrauma: na een hersenkneuzing en coma ontstaat
posttraumatische amnesie (PTA). Tijdens de PTA worden geen
geheugensporen gevormd. Ook retrograde amnesie.
Kenmerken bij het ouder worden:
- het impliciete geheugen blijft beter intact dan het expliciete
- semantische geheugen blijft beter intact dan het episodische