Begrippenlijst Economische en Sociale Geschiedenis
Individu en gemeenschap: de wereld industrialiseert (C6 + deel H7)
Picatie Inkomensongelijkheid groeit vanaf 1860. Welvaart in een land is dan wel groot, maar zeker niet
eerlijk verdeeld. Rijken worden rijker, armen worden armer.
Productiviteit Productie per arbeider, per uur.
Mokyr Ω algemene kennisniveau. Theoretisch kennis.
λ toegepaste kennis, het benutten van de theoretische kennis.
Tweede Industriële Elektrotechnische en chemische industrie. Stijging van de arbeids- en kapitaalproductiviteit. Begon
Revolutie 1865 en eindigde in de jaren ’30. Productie werd een stuk goedkoper.
Duitsland - Feodale landbouw
- Continentaal Stelsel 1806-1814 Engeland weggespeeld.
- Zollverein 1834-1854 interne tolgrenzen vervallen.
- Industriebanken lening voor modernisering net als in Engeland.
- Grote bedrijven.
- Staal + steenkool.
Maakten een inhaalslag mogelijk, andere soort van industriële groei.
Verenigde Staten - Civil War Noorden won, hier lag de industrie.
- Homestead Act pioniers konden land claimen na 5 jaar werk hier.
- Noordelijke steden expansie van landbouw en industrie.
- Gilded Age rijkdom oneerlijk verdeeld, boeren hadden het beter dan fabrieksarbeiders.
- Opeens grote wereldspeler.
- Monopolisering olie.
Nederland 1. Erfenis van de Republiek (lokale autonomie, diensten, hoge lonen).
2. Rol Willem I (belastingen, infrastructuur, cultuurstelsel Indië).
3. Industrialisatie elders (in de landbouw).
De landbouw was erg groot, dus er was geen nood om industrie te beginnen. Daarnaast was
Nederland sterk in de dienstensector.
Gilded Age 1. Snelle expansie van de spoorwegen.
2. Moderne en zeer productieve landbouw.
3. Opkomst van een aantal grote en machtige ondernemingen.
4. Ontstaan etnisch zeer diverse, uitgebreide ondernemersklasse.
The Agricultural Er werd wereldwijd te veel verbouwd. Lonen werden hierdoor laag en voedsel werd goedkoop.
Depression, 1873- Hierbij kelderden de prijzen voor vervoer. Er waren twee reacties:
1895 1. Invoertarief buitenlands graan (protectionisme).
2. Profiteren van goedkoop buitenlands graan.
In landen die het goedkope graan bleven importeren saneerde de landbouw, er werd geen graan
meer verbouwd. Welvaart neemt toe en er ontstaat een grotere vraag naar fruit en groente in deze
landen. In protectionistische landen leidt dit tot minder gemoderniseerde landbouw.
Voorwaarden - Productiefactoren kapitaalgoederen, ondernemerschap.
economische groei - Arbeidsdeling / specialisatie schaalvergroting.
- Technologie machinale productie.
- Human Capital technologische kennis.
- Instituties eigendomsrecht, wetten, gedrag.
- Markt van regionaal naar interregionaal.
Moderne Een voortdurende stijging van het inkomen per hoofd van de bevolking.
economische groei
Pre-industriële Per hoofd van de bevolking steeg het inkomen niet of nauwelijks, economische groei ging gepaard
groei met bevolkingsgroei.
Managerial firms Investeringen komen niet uit het familiekapitaal of persoonlijke bankleningen, maar van de
(Chandler) aandelenbeurs.
,
Individu en gemeenschap: de wereld industrialiseert (C6 + deel H7)
Picatie Inkomensongelijkheid groeit vanaf 1860. Welvaart in een land is dan wel groot, maar zeker niet
eerlijk verdeeld. Rijken worden rijker, armen worden armer.
Productiviteit Productie per arbeider, per uur.
Mokyr Ω algemene kennisniveau. Theoretisch kennis.
λ toegepaste kennis, het benutten van de theoretische kennis.
Tweede Industriële Elektrotechnische en chemische industrie. Stijging van de arbeids- en kapitaalproductiviteit. Begon
Revolutie 1865 en eindigde in de jaren ’30. Productie werd een stuk goedkoper.
Duitsland - Feodale landbouw
- Continentaal Stelsel 1806-1814 Engeland weggespeeld.
- Zollverein 1834-1854 interne tolgrenzen vervallen.
- Industriebanken lening voor modernisering net als in Engeland.
- Grote bedrijven.
- Staal + steenkool.
Maakten een inhaalslag mogelijk, andere soort van industriële groei.
Verenigde Staten - Civil War Noorden won, hier lag de industrie.
- Homestead Act pioniers konden land claimen na 5 jaar werk hier.
- Noordelijke steden expansie van landbouw en industrie.
- Gilded Age rijkdom oneerlijk verdeeld, boeren hadden het beter dan fabrieksarbeiders.
- Opeens grote wereldspeler.
- Monopolisering olie.
Nederland 1. Erfenis van de Republiek (lokale autonomie, diensten, hoge lonen).
2. Rol Willem I (belastingen, infrastructuur, cultuurstelsel Indië).
3. Industrialisatie elders (in de landbouw).
De landbouw was erg groot, dus er was geen nood om industrie te beginnen. Daarnaast was
Nederland sterk in de dienstensector.
Gilded Age 1. Snelle expansie van de spoorwegen.
2. Moderne en zeer productieve landbouw.
3. Opkomst van een aantal grote en machtige ondernemingen.
4. Ontstaan etnisch zeer diverse, uitgebreide ondernemersklasse.
The Agricultural Er werd wereldwijd te veel verbouwd. Lonen werden hierdoor laag en voedsel werd goedkoop.
Depression, 1873- Hierbij kelderden de prijzen voor vervoer. Er waren twee reacties:
1895 1. Invoertarief buitenlands graan (protectionisme).
2. Profiteren van goedkoop buitenlands graan.
In landen die het goedkope graan bleven importeren saneerde de landbouw, er werd geen graan
meer verbouwd. Welvaart neemt toe en er ontstaat een grotere vraag naar fruit en groente in deze
landen. In protectionistische landen leidt dit tot minder gemoderniseerde landbouw.
Voorwaarden - Productiefactoren kapitaalgoederen, ondernemerschap.
economische groei - Arbeidsdeling / specialisatie schaalvergroting.
- Technologie machinale productie.
- Human Capital technologische kennis.
- Instituties eigendomsrecht, wetten, gedrag.
- Markt van regionaal naar interregionaal.
Moderne Een voortdurende stijging van het inkomen per hoofd van de bevolking.
economische groei
Pre-industriële Per hoofd van de bevolking steeg het inkomen niet of nauwelijks, economische groei ging gepaard
groei met bevolkingsgroei.
Managerial firms Investeringen komen niet uit het familiekapitaal of persoonlijke bankleningen, maar van de
(Chandler) aandelenbeurs.
,