Samenvatting artikelen D2
The Industrial Revolution and the Netherlands: Why did it not Happen?
Joel Mokyr
Hoofddoel: hoe komt het dat Nederland geen sleutelrol had in de vroege industrialisatieperiode?
Methode: Omega/Lambda, rol universiteiten daalde.
Onderliggende theorie: toepassing technologie lukte niet wegens culturele erfenis Gouden Eeuw en
politieke perikelen rond 1780. Plus timing van industrialisatie kwam niet goed uit. Groot-Brittannië wordt
ook wel echt als uitzondering gezien. Nederland was niet per se slecht, maar het ging uitzonderlijk goed met
Groot-Brittannië.
De crisis van de jaren dertig: Verloren jaren of een grote sprong voorwaarts?
Dr. Herman de Jong
Hoofddoel: in hoeverre lijkt de crisis van de jaren dertig op de huidige crises? En kunnen we ervan leren?
Wat zijn verklaringen en gevolgen van de Grote Depressie?
Argumenten: overeenkomsten Grote Depressie en andere crises:
1. Alle crises hebben hun oorsprong in de Verenigde Staten.
2. De afnemende overheidsregulering van de financiële sector en een lakse houding van de overheid.
3. Uitzonderlijke toename van de geldhoeveelheid.
4. Gevolg was een langdurige daling van de productie en werkgelegenheid.
De oplossing voor de crises was vaak meer overheidsbemoeienis en het loslaten van de gouden standaard.
Alle crises hebben een positief gevolg voor de lange termijn: de bevolking nam toe en er ontstonden meer
sociale wetten. Daarbij werd de levensstandaard beter. De crisis staat in lijn met komende welvaart.
Tijdens / na de crisis ontstond er een golf van innovaties die leidden tot hogere productie per werknemer,
hogere reële lonen en meer welvaart. Een groot deel hiervan wordt wel toegekend aan de rol van toeval.
Ook al begonnen de crises in de Verenigde Staten, na de crises maakte het land een grote voorsprong op
economisch gebied ten opzichten van Europese landen.
Wealth Inequality in the Netherlands, c. 1950-2015: The Paradox of a Northern European Welfare State
Bas van Bavel en Ewout Frankema
Hoofddoel: Verzamel en interpreteer het bewijsmateriaal dat we hebben voor het naoorlogse tijdperk, met
focus op de vraag hoe relatief grote particuliere vermogensongelijkheid in overeenstemming kan zijn met
de sociale en economische kenmerken van een typische Noord-Europese verzorgingsstaat.
Hypothese: Door de overheid gefinancierde levenslange inkomenszekerheid beperkt de welvaartsvorming
van gewone Nederlandse huishoudens, terwijl de herverdelende belastingen die nodig zijn om dit systeem
te financieren zich richten op inkomen in plaats van op rijkdom.
Argumenten:
Consensus is dat kapitalistische systemen zorgen voor een grotere ongelijkheid tussen landen. Dit kan alleen
opgelost worden door staatsbemoeienis.
- Tot 1970 was er een afname van de ongelijkheid, vanaf 1980 nam de ongelijkheid weer toe.
- Mid 1960 was er een progressieve belasting, maar vanaf 1964 was er een verlaging in de
vermogensbelasting.
- Op nationaal niveau is er een lage ongelijkheid, maar een hoge ongelijkheid in privévermogen. Dit is
een kenmerk van de Rijnlandse verzorgingsstaat.
The Industrial Revolution and the Netherlands: Why did it not Happen?
Joel Mokyr
Hoofddoel: hoe komt het dat Nederland geen sleutelrol had in de vroege industrialisatieperiode?
Methode: Omega/Lambda, rol universiteiten daalde.
Onderliggende theorie: toepassing technologie lukte niet wegens culturele erfenis Gouden Eeuw en
politieke perikelen rond 1780. Plus timing van industrialisatie kwam niet goed uit. Groot-Brittannië wordt
ook wel echt als uitzondering gezien. Nederland was niet per se slecht, maar het ging uitzonderlijk goed met
Groot-Brittannië.
De crisis van de jaren dertig: Verloren jaren of een grote sprong voorwaarts?
Dr. Herman de Jong
Hoofddoel: in hoeverre lijkt de crisis van de jaren dertig op de huidige crises? En kunnen we ervan leren?
Wat zijn verklaringen en gevolgen van de Grote Depressie?
Argumenten: overeenkomsten Grote Depressie en andere crises:
1. Alle crises hebben hun oorsprong in de Verenigde Staten.
2. De afnemende overheidsregulering van de financiële sector en een lakse houding van de overheid.
3. Uitzonderlijke toename van de geldhoeveelheid.
4. Gevolg was een langdurige daling van de productie en werkgelegenheid.
De oplossing voor de crises was vaak meer overheidsbemoeienis en het loslaten van de gouden standaard.
Alle crises hebben een positief gevolg voor de lange termijn: de bevolking nam toe en er ontstonden meer
sociale wetten. Daarbij werd de levensstandaard beter. De crisis staat in lijn met komende welvaart.
Tijdens / na de crisis ontstond er een golf van innovaties die leidden tot hogere productie per werknemer,
hogere reële lonen en meer welvaart. Een groot deel hiervan wordt wel toegekend aan de rol van toeval.
Ook al begonnen de crises in de Verenigde Staten, na de crises maakte het land een grote voorsprong op
economisch gebied ten opzichten van Europese landen.
Wealth Inequality in the Netherlands, c. 1950-2015: The Paradox of a Northern European Welfare State
Bas van Bavel en Ewout Frankema
Hoofddoel: Verzamel en interpreteer het bewijsmateriaal dat we hebben voor het naoorlogse tijdperk, met
focus op de vraag hoe relatief grote particuliere vermogensongelijkheid in overeenstemming kan zijn met
de sociale en economische kenmerken van een typische Noord-Europese verzorgingsstaat.
Hypothese: Door de overheid gefinancierde levenslange inkomenszekerheid beperkt de welvaartsvorming
van gewone Nederlandse huishoudens, terwijl de herverdelende belastingen die nodig zijn om dit systeem
te financieren zich richten op inkomen in plaats van op rijkdom.
Argumenten:
Consensus is dat kapitalistische systemen zorgen voor een grotere ongelijkheid tussen landen. Dit kan alleen
opgelost worden door staatsbemoeienis.
- Tot 1970 was er een afname van de ongelijkheid, vanaf 1980 nam de ongelijkheid weer toe.
- Mid 1960 was er een progressieve belasting, maar vanaf 1964 was er een verlaging in de
vermogensbelasting.
- Op nationaal niveau is er een lage ongelijkheid, maar een hoge ongelijkheid in privévermogen. Dit is
een kenmerk van de Rijnlandse verzorgingsstaat.