Staatsrecht
Inhoud
Week 1 : De betekenis van grondrechten; reikwijdte en beperking...................................................1
Week 2 Samenloop, botsing, horizontale werking van grondrechten en het recht op eigendom......9
Week 3 Interpretatiemethoden, positieve verplichtingen, het recht op leven en het verbod van
foltering............................................................................................................................................14
Week 4 Gelijkheid en het verbod van discriminatie; de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging
..........................................................................................................................................................21
Week 5 Meningsuiting en betoging (verdiept), vrijheid van vergadering en vereniging...................25
Week 6 Privacy, persoonlijk levenssfeer, (digitale) persoonsgegevens, huisrecht en family life, art 8
EVRM................................................................................................................................................32
Week 7 Sociale grondrechten en de verhouding tussen politiek en rechtspraak.............................35
Week 1 : De betekenis van grondrechten; reikwijdte en beperking
Wat zijn grondrechten
1
,Grondrechten zijn belangrijke normen en gelden als fundamentele normen die de
bedoeling hebben het individu persoonlijk vrijheid en menswaardig bestaat te verzekeren
en inmenging (handelingsvrijheid) van de overheid moet beperken. Grondrechten werken
in de eerste plaats tussen burger en overheid.
Grondrechten zijn te vinden in verschillende bronnen
- Verdragen (IVBPR, IVESCR, ESH, EVRM)
- Jurisprudentie
- Nationale wetgeving (GW, AWBG)
Welke soorten grondrechten
Bij klassieke grondrechten staat de onthouding van
inmenging van de overheid centraal, maar hieruit vloeien ook
de positieve verplichtingen voort. Deze klassieke
grondrechten gaan ervan uit dat het individu zelf in zijn
bestaan voorziet (dus de zelfstandige burger). Soms moet de
overheid juist optreden voor de rechten van de burger.
Klassieke grondrechten zijn individuele grondrechten. Het
overheidshandelen is op duidelijke wijze genormeerd,
waardoor het grondrecht afdwingbaar is bij de rechter.
klassieke grondrechten kunnen worden gekenmerkt als
waarborgnormen.
Sociale grondrechten omvatten een
zorgplicht/inspanningsverplichting van de overheid, maar de
overheid wordt ook op dit punt beperking in de
handelingsvrijheid. Sociale rechten functioneren in het belang
van de burger. Sociale grondrechten leggen een zorgplicht op
aan de overheid. De zorgplicht kan op meerdere manieren
worden ingevuld , beleidsdoeleinden moet worden gemaakt. Ze zijn niet op zijn manier
opgesteld dat ze afdwingbaar zijn bij de rechter. Wel kunnen ze soms invulling geven aan
andere grondrechten. Sociale grondrechten impliceren wel individuele aanspraken, maar
die moeten worden uitgewerkt..
Klassieke grondrechten Sociale grondrechten
- Bescherming tegen - Actief overheidsoptreden
overheidshandelen - Niet afdwingbaar
- Afdwingbaar - Economische, sociale en culturele
- Burgerlijke en politieke rechten rechten.
kern: zouden vooral gaan over Kern: zorgplichten van de overheid. Een
overheidsonthouding, de overheidsvrije burger kan er in een juridische procedure
zone. Een burger kan er in een juridische niet direct rechten aan ontlenen.
procedure rechten aan ontlenen.
Dit onderscheid is niet volledig, want er onvoldoende nuance en daarbij zijn er ook nog
meer vormen te onderscheiden. In klassiek grondrechten kan ook een plicht van de
overheid om op te treden worden gelezen, namelijk om de rechte van het individu ook
te beschermen tegen inbreuk door andere individuen
Grondrechten worden over het algemeen gebaseerd op de menselijke waardigheid en op
het idee van de democratie. Het recht op menselijke waardigheid wordt in bepaalde
rechtsbronnen als een apart grondrecht vastgelegd. Het verband met de menselijke
waardigheid heeft een positief karakter, gezien ieder individu als drager van
grondrechten moet worden beschouwd.
Wie hebben grondrechten (grondrechtdragers) H3
Grondrechtelijke vrijheid is in de eerste plaats bedoeld om ruimte te bieden aan het
individu. De klassieke grondrechten komen aan ieder individu (natuurlijk personen) toe.
Dit blijkt uit de formulering van ‘eenieder’ of ‘niemand mag onderworpen worden’. Over
het algemeen kan worden gezegd dat het individu de dragers van de klassieke
grondrechten is. toch niet ieder grondrecht voor elk individu. Onderscheidt in
Droits de l’homme”: rechten die aan een ieder toekomen
2
, Droits du citoyen: rechten die alleen zijn bedoeld voor burgers van de
desbetreffende staat. (gekoppeld aan nationaliteit). Ook de Nederlandse grondwet
kent rechten die alleen gelden voor Nederlanders zoals art 3 GW. In Europees
recht is dat meer art 25 IVBPR en art 16 EVRM.
Reikwijdte van grondrechten
wat eist nou een grondrecht in een bepaald geval (hoe worden de termen
geïnterpreteerd, valt dit recht onder dit grondrecht) De vraag naar wanneer een
grondrecht in het geding is de reikwijdte vraag van grondrechten. De bescherming die
een klassiek grondrecht biedt tegen het ingrijpen van de overheid wordt bepaald door
twee factoren, de reikwijdte en de beperkingsmogelijkheden. Er dient gekeken te
worden of een grondrecht van toepassing is en of de handeling van de overheid een
geoorloofde beperking vormt, zo niet dan dient de overheid zich te onthouden.
Stappenplan of er een grondrecht is geschonden
1. Inroepbaarheid : is er een grondrecht in geding? (Reikwijdtevraag)
2. valt de gedraging die hier word benoemd onder het grondrecht?
3. Verticale en horizontale werking (kan ik het inroepen)
4. mag er worden beperkt door de overheid (sprake van een geoorloofde beperking)?
(beperkingsvraag)
a. Absolute grondrechten (grondrechten die niet mogen worden beperkt)
b. Leer van de bijzondere beperkingen
• Competentievoorschriften, doelcriteria, procedurevoorschriften
• 'Wet gericht op beperking'
• Redelijke uitleg: leer van de redelijke uitleg is een uitzondering op leer
van de bijzondere beperkingen, is alleen expliciet toegestaan in de wet,
gekeken of een bepaalde situatie toch een beperking kan plaatsvinden.
Wijze van formulering
De wijze van formulering van de reikwijdte van grondrechtbepalingen kan verschillen in
drie opzichte
De eerste vorm is wanneer de reikwijdte verschillend worden getypeerd.
o Typering door de inbreuk makende maatregel centraal te stellen (art 3
EVRM)
o Typering door een bepaalde gedraging van de burger te omschrijven (art
10 EVRM)
o Typering door het aanduiden van een bepaald object of sfeer (art 8 EVRM)
Objectivering Per grondrecht moet je dit objectiveren (of het binnen de
reikwijdte valt of er voldoende samenhang is) zie P 25.
De tweede vorm is wanneer bepalingen in juridisch-technische termen
zijn gegoten (art 6 EVRM, de open norm van art 8 en 10 EVRM)
De derde vorm is wanneer bij de vastlegging van het grondrecht al een
onderscheid binnen de reikwijdte is gemaakt Er is dan een apart artikel of
apart lid in dat artikel opgenomen dat de reikwijdte verduidelijkt.
o wanneer er twee aparte artikelen zijn toegewijd aan een bepaald soort grondrecht.
Het huisrecht van art 12 en briefgeheim van art 13 GW vormen bijzondere onderdelen
van art 10 GW. Art 12 en 13 zijn dus lex specialis van art 10 GW en bepalen de
reikwijdte in specifieke opzichten. Ander voorbeeld is art 7 HvEU en art 8 HvEU. Een
lex specialis gaat voor een lex generalis.
o Wanneer er onderscheidt binnen één artikel wordt gemaakt binnen de verschillende
leden van dit artikel. Zoals art 6 lid 1 en 2 GW.
Accessoire rechten zijn rechten die geen zelfstandige reikwijdte hebben, omdat een
reikwijdte gekoppeld is aan de reikwijdte van een ander recht. Mogelijkheid tot afstand
van grondrechten bestaat maar met nuances, soms staat in het artikel zelf dat het
mogelijk is.
De beperkingen van grondrechten (beperkingssystematiek) (beperkingsvraag)
Grondrechten zijn fundamentele rechten, maar kunnen wel beperkt worden. Het is echter
niet de bedoeling dat de overheid ten alle tijden grondrechten zou kunnen beperken. Er
moet dus voorwaarden en grenzen aan de bevoegdheid tot beperking worden gesteld. Als
3
, een beperking niet aan die voorwaarden voldoet en niet binnen de grenzen blijft, dan is
er sprake van een schending van een grondrecht. De mogelijkheid om een grondrecht
te kunnen beperken is afhankelijk van de formulering. Een beperking is niet altijd
toegestaan en soms zitten er bepaalde voorwaarden aan. Daarnaast geldt dat er in een
noodtoestand meer mogelijkheden bestaan tot beperking van een grondrecht. Ten slotte
zijn er nog algemene beperkingen die niet aan de voorwaarden hoeven te voldoen.
Grondrechtenbeperkingen kan in drie categorieën verdeeld :
Absoluut geformuleerde grondrechtenbepalingen
Klassieke beperkingssystematiek: Bepalingen die een beperkingsclausule bevatten
Eigen beperkingssystematiek: Bepalingen met duidelijke omschreven
uitzonderingen
- (inherente beperkingen, art 6,13 14 EVRM)
Een inherente beperking van een grondrecht is een beperking die niet expliciet in de
wettekst is opgenomen, maar die voortvloeit uit de aard van het grondrecht
zelf. Dit betekent dat het grondrecht, vanwege zijn inherente karakter, niet in alle
omstandigheden en op alle manieren kan worden uitgeoefend.
artikel 3 EVRM als voorbeeld van een bepaling die leest als een absolute bepaling, maar waar toch inherente
beperkingen mogelijk zijn. Artikel 3 EVRM verbiedt foltering, onmenselijke of vernederende behandeling of
bestraffing. Dit lijkt een absoluut recht, maar in de praktijk zijn er situaties denkbaar waarin een inbreuk op dit
recht toch gerechtvaardigd kan zijn. Bijvoorbeeld, in de zaak Gäfgen t. Duitsland werd een man veroordeeld
voor foltering, omdat hij een kind had ontvoerd en bedreigd om de locatie van het kind te onthullen. Het EHRM
oordeelde dat de man inderdaad onmenselijk was behandeld, maar dat de ernst van de situatie de inbreuk op
artikel 3 EVRM rechtvaardigde. Dit is een voorbeeld van een inherente beperking op artikel 3 EVRM. Hoewel
de tekst van artikel 3 EVRM geen uitzonderingen toestaat, erkent het EHRM dat er in uitzonderlijke gevallen toch
een inbreuk op dit recht kan worden gerechtvaardigd.
LET OP werkt niet bij positieve verplichtingen ! Bij positieve verplichtingen werkt de
positieve verplichtingen niet zo goed, want die moeten op een andere manier worden
getoetst. Want een positieve verplichting is juist iets wat de overheid juist moet doen.
This case raises the issue whether or not the respondent State has failed to comply with a positive obligation to
ensure the right of the applicant, a post-operative male to female transsexual, to respect for her private life, in
particular through the lack of legal recognition given to her gender re-assignment. Moet sprake zijn van
een fair balance.
Absoluut geformuleerde grondrechtbepalingen
Er zijn enkele grondrechten zijn absoluut, die kun je niet beperken zoals art 3 EVRM.
Checken of toch niet absoluut is maar wel lijkt. Als iets leest als een absolute bepalingen, (kijk
naar juridisprudentie of er toch beperkingen mogelijk zijn) dan valt het onder inherente
beperkingen, art 6, 13 en 14 EVRM Als een artikel ter zijde te schuiven is, ten tijden van
nood, notstandsfest zoals art 15 EVRM. De overheid mag absoluut geformuleerde
grondrechten, in elk geval buiten een noodtoestand, niet beperken. ledere beperking van
een dergelijk grondrecht vormt dus in beginsel een schending van dat grondrecht. Bij het
beoordelen van de vraag of een gedraging van de overheid strijdt met een absoluut
geformuleerde grondrechtsbepaling speelt het vereiste van proportionaliteit soms toch
een rol van betekenis. Het proportionaliteitsbeginsel speelt ook een rol bij het
beantwoorden van de vraag of een onderscheid in behandeling in strijd is met het
absoluut geformuleerde verbod. Voorbeelden van absolute grondrechten zijn het
verbod van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing,
vastgelegd in artikel 3 EVRM en artikel 7 IVBPR,
het recht om voor onschuldig gehouden te worden totdat zijn schuld in rechte is vast komen
te staan, vastgelegd in artikel 6 lid 2 EVRM en artikel 14 lid 2 IVBPR
het verbod van terugwerkende kracht van strafbepalingen, vastgelegd in artikel 7 EVRM en
artikel 15 IVBPR. Dit laatste verbod. het zogeheten 'nulla poena beginsel', is in artikel 16
Grondwet eveneens absoluut geformuleerd.
Ook voor bepaalde grondrechten in het HVEU zal men mogen aannemen dat deze een
absoluut karakter hebben, ook al kent het HVEU één algemene clausulering (artikel 52
HvEU) die in beginsel voor alle vastgelegde grondrechten geldt. Deze staat echter nog
steeds niet toe dat bijvoorbeeld de menselijke waardigheid (art. 1 HVEU) wordt aangetast.
LET OP: artikel 6 EVRM past eigenlijk niet goed in de eerder gemaakte indeling van
grondrechtsbepalingen in absoluut geformuleerde bepalingen, bepalingen met duidelijk
aangegeven uitzonderingen en bepalingen met een clausulering. Want het ERHM bepaald dat het
'presumptio innocentiae' beginsel, vastgelegd in artikel 6 lid 2 EVRM, niet steeds strikt hoeft te
worden gehanteerd.
4
Inhoud
Week 1 : De betekenis van grondrechten; reikwijdte en beperking...................................................1
Week 2 Samenloop, botsing, horizontale werking van grondrechten en het recht op eigendom......9
Week 3 Interpretatiemethoden, positieve verplichtingen, het recht op leven en het verbod van
foltering............................................................................................................................................14
Week 4 Gelijkheid en het verbod van discriminatie; de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging
..........................................................................................................................................................21
Week 5 Meningsuiting en betoging (verdiept), vrijheid van vergadering en vereniging...................25
Week 6 Privacy, persoonlijk levenssfeer, (digitale) persoonsgegevens, huisrecht en family life, art 8
EVRM................................................................................................................................................32
Week 7 Sociale grondrechten en de verhouding tussen politiek en rechtspraak.............................35
Week 1 : De betekenis van grondrechten; reikwijdte en beperking
Wat zijn grondrechten
1
,Grondrechten zijn belangrijke normen en gelden als fundamentele normen die de
bedoeling hebben het individu persoonlijk vrijheid en menswaardig bestaat te verzekeren
en inmenging (handelingsvrijheid) van de overheid moet beperken. Grondrechten werken
in de eerste plaats tussen burger en overheid.
Grondrechten zijn te vinden in verschillende bronnen
- Verdragen (IVBPR, IVESCR, ESH, EVRM)
- Jurisprudentie
- Nationale wetgeving (GW, AWBG)
Welke soorten grondrechten
Bij klassieke grondrechten staat de onthouding van
inmenging van de overheid centraal, maar hieruit vloeien ook
de positieve verplichtingen voort. Deze klassieke
grondrechten gaan ervan uit dat het individu zelf in zijn
bestaan voorziet (dus de zelfstandige burger). Soms moet de
overheid juist optreden voor de rechten van de burger.
Klassieke grondrechten zijn individuele grondrechten. Het
overheidshandelen is op duidelijke wijze genormeerd,
waardoor het grondrecht afdwingbaar is bij de rechter.
klassieke grondrechten kunnen worden gekenmerkt als
waarborgnormen.
Sociale grondrechten omvatten een
zorgplicht/inspanningsverplichting van de overheid, maar de
overheid wordt ook op dit punt beperking in de
handelingsvrijheid. Sociale rechten functioneren in het belang
van de burger. Sociale grondrechten leggen een zorgplicht op
aan de overheid. De zorgplicht kan op meerdere manieren
worden ingevuld , beleidsdoeleinden moet worden gemaakt. Ze zijn niet op zijn manier
opgesteld dat ze afdwingbaar zijn bij de rechter. Wel kunnen ze soms invulling geven aan
andere grondrechten. Sociale grondrechten impliceren wel individuele aanspraken, maar
die moeten worden uitgewerkt..
Klassieke grondrechten Sociale grondrechten
- Bescherming tegen - Actief overheidsoptreden
overheidshandelen - Niet afdwingbaar
- Afdwingbaar - Economische, sociale en culturele
- Burgerlijke en politieke rechten rechten.
kern: zouden vooral gaan over Kern: zorgplichten van de overheid. Een
overheidsonthouding, de overheidsvrije burger kan er in een juridische procedure
zone. Een burger kan er in een juridische niet direct rechten aan ontlenen.
procedure rechten aan ontlenen.
Dit onderscheid is niet volledig, want er onvoldoende nuance en daarbij zijn er ook nog
meer vormen te onderscheiden. In klassiek grondrechten kan ook een plicht van de
overheid om op te treden worden gelezen, namelijk om de rechte van het individu ook
te beschermen tegen inbreuk door andere individuen
Grondrechten worden over het algemeen gebaseerd op de menselijke waardigheid en op
het idee van de democratie. Het recht op menselijke waardigheid wordt in bepaalde
rechtsbronnen als een apart grondrecht vastgelegd. Het verband met de menselijke
waardigheid heeft een positief karakter, gezien ieder individu als drager van
grondrechten moet worden beschouwd.
Wie hebben grondrechten (grondrechtdragers) H3
Grondrechtelijke vrijheid is in de eerste plaats bedoeld om ruimte te bieden aan het
individu. De klassieke grondrechten komen aan ieder individu (natuurlijk personen) toe.
Dit blijkt uit de formulering van ‘eenieder’ of ‘niemand mag onderworpen worden’. Over
het algemeen kan worden gezegd dat het individu de dragers van de klassieke
grondrechten is. toch niet ieder grondrecht voor elk individu. Onderscheidt in
Droits de l’homme”: rechten die aan een ieder toekomen
2
, Droits du citoyen: rechten die alleen zijn bedoeld voor burgers van de
desbetreffende staat. (gekoppeld aan nationaliteit). Ook de Nederlandse grondwet
kent rechten die alleen gelden voor Nederlanders zoals art 3 GW. In Europees
recht is dat meer art 25 IVBPR en art 16 EVRM.
Reikwijdte van grondrechten
wat eist nou een grondrecht in een bepaald geval (hoe worden de termen
geïnterpreteerd, valt dit recht onder dit grondrecht) De vraag naar wanneer een
grondrecht in het geding is de reikwijdte vraag van grondrechten. De bescherming die
een klassiek grondrecht biedt tegen het ingrijpen van de overheid wordt bepaald door
twee factoren, de reikwijdte en de beperkingsmogelijkheden. Er dient gekeken te
worden of een grondrecht van toepassing is en of de handeling van de overheid een
geoorloofde beperking vormt, zo niet dan dient de overheid zich te onthouden.
Stappenplan of er een grondrecht is geschonden
1. Inroepbaarheid : is er een grondrecht in geding? (Reikwijdtevraag)
2. valt de gedraging die hier word benoemd onder het grondrecht?
3. Verticale en horizontale werking (kan ik het inroepen)
4. mag er worden beperkt door de overheid (sprake van een geoorloofde beperking)?
(beperkingsvraag)
a. Absolute grondrechten (grondrechten die niet mogen worden beperkt)
b. Leer van de bijzondere beperkingen
• Competentievoorschriften, doelcriteria, procedurevoorschriften
• 'Wet gericht op beperking'
• Redelijke uitleg: leer van de redelijke uitleg is een uitzondering op leer
van de bijzondere beperkingen, is alleen expliciet toegestaan in de wet,
gekeken of een bepaalde situatie toch een beperking kan plaatsvinden.
Wijze van formulering
De wijze van formulering van de reikwijdte van grondrechtbepalingen kan verschillen in
drie opzichte
De eerste vorm is wanneer de reikwijdte verschillend worden getypeerd.
o Typering door de inbreuk makende maatregel centraal te stellen (art 3
EVRM)
o Typering door een bepaalde gedraging van de burger te omschrijven (art
10 EVRM)
o Typering door het aanduiden van een bepaald object of sfeer (art 8 EVRM)
Objectivering Per grondrecht moet je dit objectiveren (of het binnen de
reikwijdte valt of er voldoende samenhang is) zie P 25.
De tweede vorm is wanneer bepalingen in juridisch-technische termen
zijn gegoten (art 6 EVRM, de open norm van art 8 en 10 EVRM)
De derde vorm is wanneer bij de vastlegging van het grondrecht al een
onderscheid binnen de reikwijdte is gemaakt Er is dan een apart artikel of
apart lid in dat artikel opgenomen dat de reikwijdte verduidelijkt.
o wanneer er twee aparte artikelen zijn toegewijd aan een bepaald soort grondrecht.
Het huisrecht van art 12 en briefgeheim van art 13 GW vormen bijzondere onderdelen
van art 10 GW. Art 12 en 13 zijn dus lex specialis van art 10 GW en bepalen de
reikwijdte in specifieke opzichten. Ander voorbeeld is art 7 HvEU en art 8 HvEU. Een
lex specialis gaat voor een lex generalis.
o Wanneer er onderscheidt binnen één artikel wordt gemaakt binnen de verschillende
leden van dit artikel. Zoals art 6 lid 1 en 2 GW.
Accessoire rechten zijn rechten die geen zelfstandige reikwijdte hebben, omdat een
reikwijdte gekoppeld is aan de reikwijdte van een ander recht. Mogelijkheid tot afstand
van grondrechten bestaat maar met nuances, soms staat in het artikel zelf dat het
mogelijk is.
De beperkingen van grondrechten (beperkingssystematiek) (beperkingsvraag)
Grondrechten zijn fundamentele rechten, maar kunnen wel beperkt worden. Het is echter
niet de bedoeling dat de overheid ten alle tijden grondrechten zou kunnen beperken. Er
moet dus voorwaarden en grenzen aan de bevoegdheid tot beperking worden gesteld. Als
3
, een beperking niet aan die voorwaarden voldoet en niet binnen de grenzen blijft, dan is
er sprake van een schending van een grondrecht. De mogelijkheid om een grondrecht
te kunnen beperken is afhankelijk van de formulering. Een beperking is niet altijd
toegestaan en soms zitten er bepaalde voorwaarden aan. Daarnaast geldt dat er in een
noodtoestand meer mogelijkheden bestaan tot beperking van een grondrecht. Ten slotte
zijn er nog algemene beperkingen die niet aan de voorwaarden hoeven te voldoen.
Grondrechtenbeperkingen kan in drie categorieën verdeeld :
Absoluut geformuleerde grondrechtenbepalingen
Klassieke beperkingssystematiek: Bepalingen die een beperkingsclausule bevatten
Eigen beperkingssystematiek: Bepalingen met duidelijke omschreven
uitzonderingen
- (inherente beperkingen, art 6,13 14 EVRM)
Een inherente beperking van een grondrecht is een beperking die niet expliciet in de
wettekst is opgenomen, maar die voortvloeit uit de aard van het grondrecht
zelf. Dit betekent dat het grondrecht, vanwege zijn inherente karakter, niet in alle
omstandigheden en op alle manieren kan worden uitgeoefend.
artikel 3 EVRM als voorbeeld van een bepaling die leest als een absolute bepaling, maar waar toch inherente
beperkingen mogelijk zijn. Artikel 3 EVRM verbiedt foltering, onmenselijke of vernederende behandeling of
bestraffing. Dit lijkt een absoluut recht, maar in de praktijk zijn er situaties denkbaar waarin een inbreuk op dit
recht toch gerechtvaardigd kan zijn. Bijvoorbeeld, in de zaak Gäfgen t. Duitsland werd een man veroordeeld
voor foltering, omdat hij een kind had ontvoerd en bedreigd om de locatie van het kind te onthullen. Het EHRM
oordeelde dat de man inderdaad onmenselijk was behandeld, maar dat de ernst van de situatie de inbreuk op
artikel 3 EVRM rechtvaardigde. Dit is een voorbeeld van een inherente beperking op artikel 3 EVRM. Hoewel
de tekst van artikel 3 EVRM geen uitzonderingen toestaat, erkent het EHRM dat er in uitzonderlijke gevallen toch
een inbreuk op dit recht kan worden gerechtvaardigd.
LET OP werkt niet bij positieve verplichtingen ! Bij positieve verplichtingen werkt de
positieve verplichtingen niet zo goed, want die moeten op een andere manier worden
getoetst. Want een positieve verplichting is juist iets wat de overheid juist moet doen.
This case raises the issue whether or not the respondent State has failed to comply with a positive obligation to
ensure the right of the applicant, a post-operative male to female transsexual, to respect for her private life, in
particular through the lack of legal recognition given to her gender re-assignment. Moet sprake zijn van
een fair balance.
Absoluut geformuleerde grondrechtbepalingen
Er zijn enkele grondrechten zijn absoluut, die kun je niet beperken zoals art 3 EVRM.
Checken of toch niet absoluut is maar wel lijkt. Als iets leest als een absolute bepalingen, (kijk
naar juridisprudentie of er toch beperkingen mogelijk zijn) dan valt het onder inherente
beperkingen, art 6, 13 en 14 EVRM Als een artikel ter zijde te schuiven is, ten tijden van
nood, notstandsfest zoals art 15 EVRM. De overheid mag absoluut geformuleerde
grondrechten, in elk geval buiten een noodtoestand, niet beperken. ledere beperking van
een dergelijk grondrecht vormt dus in beginsel een schending van dat grondrecht. Bij het
beoordelen van de vraag of een gedraging van de overheid strijdt met een absoluut
geformuleerde grondrechtsbepaling speelt het vereiste van proportionaliteit soms toch
een rol van betekenis. Het proportionaliteitsbeginsel speelt ook een rol bij het
beantwoorden van de vraag of een onderscheid in behandeling in strijd is met het
absoluut geformuleerde verbod. Voorbeelden van absolute grondrechten zijn het
verbod van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing,
vastgelegd in artikel 3 EVRM en artikel 7 IVBPR,
het recht om voor onschuldig gehouden te worden totdat zijn schuld in rechte is vast komen
te staan, vastgelegd in artikel 6 lid 2 EVRM en artikel 14 lid 2 IVBPR
het verbod van terugwerkende kracht van strafbepalingen, vastgelegd in artikel 7 EVRM en
artikel 15 IVBPR. Dit laatste verbod. het zogeheten 'nulla poena beginsel', is in artikel 16
Grondwet eveneens absoluut geformuleerd.
Ook voor bepaalde grondrechten in het HVEU zal men mogen aannemen dat deze een
absoluut karakter hebben, ook al kent het HVEU één algemene clausulering (artikel 52
HvEU) die in beginsel voor alle vastgelegde grondrechten geldt. Deze staat echter nog
steeds niet toe dat bijvoorbeeld de menselijke waardigheid (art. 1 HVEU) wordt aangetast.
LET OP: artikel 6 EVRM past eigenlijk niet goed in de eerder gemaakte indeling van
grondrechtsbepalingen in absoluut geformuleerde bepalingen, bepalingen met duidelijk
aangegeven uitzonderingen en bepalingen met een clausulering. Want het ERHM bepaald dat het
'presumptio innocentiae' beginsel, vastgelegd in artikel 6 lid 2 EVRM, niet steeds strikt hoeft te
worden gehanteerd.
4