EUROPEAN SOCIETIES
SAMENVATTING
,Inhoud
Les 1: De vorming van Europa .................................................................................................. 0
1.1. Een korte geschiedenis van het project dat de ‘Europese Unie’ heet ........................... 0
1.2. Wat heeft deze evolutie ons gebracht? ........................................................................ 3
1.3. Is er een fundamentele ontwerpfout in de EU? ............................................................ 4
1.4. Solidariteit in Europa ..................................................................................................... 6
1.5 Waren ze juist? Een Griekse tragedie ............................................................................. 7
Les 2: Het Europese project als een economisch project ......................................................... 8
2.1. De Europese interne markt ............................................................................................ 8
2.2. De Euro ........................................................................................................................ 12
2.3. Om te beginnen heeft de eurozone zeer diverse economieën.................................... 14
2.4 Wetten en instellingen belemmeren de mobiliteit van arbeidskrachten ..................... 14
2.5 De Griekse tragedy: een zaak van economische en monetaire integratie .................... 14
2.4. De tweede grote crisis: COVID-19 ................................................................................ 17
2.5. Conclusie ...................................................................................................................... 18
Les 3: Migratie .......................................................................................................................... 1
3.1. Inleiding ......................................................................................................................... 1
3.2. De realiteit van intra-EU mobiliteit ................................................................................ 3
3.3 Drijvende krachten achter mobiliteit binnen de EU ....................................................... 7
3.4. Europa’s migratielandschap is aan het veranderen: meer tijdelijke en circulaire
migratie ................................................................................................................................. 8
3.4. Conclusie ...................................................................................................................... 15
Les 4: De Europese Unie van welvaartsstaten ........................................................................ 17
4.1. De essentie van welvaartsstaten ................................................................................. 17
4.2. De wereld van Europese welvaartsstaten.................................................................... 17
4.3. Convergentie-/divergentieprocessen .......................................................................... 23
4.4. Een sociaal Europa nodig? ........................................................................................... 26
4.5. Naar een unie van Europese welvaartsstaten, als noodzaak ....................................... 26
Les 5: Sociale beleidsvorming in de EU ................................................................................... 27
5.1. Inleiding: beleidsvormende instellingen in de EU ......................................................... 27
5.2. Sociale doelstellingen in de Verdragen ........................................................................ 28
5.3. Belangrijkste beginselen: subsidiariteit, overdracht en evenredigheid ........................ 28
5.4. Terug naar de wortels: waarom sociale subsidiariteit?................................................. 30
5.3. Taking stock: het sociale acquis ............................................................................... 34
6 De sluipende socialisatie van de EU ..................................................................................... 39
, 6.1. The creeping socialization of the EU ........................................................................... 39
6.2. Welke rol voor Sociaal Europa?.................................................................................... 48
Les 7: The road to a true Social Europe – 2023 guest lecture byMinister Frank Vandenbroucke
.................................................................................................................................................. 0
,Les 1: De vorming van Europa
Hoofdvraag: zal de EU steeds groter worden of gaat de stillaan aan belang afnemen?
- Vb brexit
1.1. Een korte geschiedenis van het project dat de ‘Europese Unie’ heet
Na 1945: Eu volledig afgebroken, vernietigd, veel aangericht tijdens de oorlog
75 jaar later: enorme migratiegolven naar Eu à mensen zijn wanhopig en komen op alle
manieren naar Europa
à dirty secret Europa = pushback: mensen worden teruggestuurd
Grote delen van Eu waren voordien al verenigd door keizerrijken:
® Romeinse rijk, Franse rijk, Ottomaanse rijk, Nazi-Duitsland…
® Ook andere landen onder controle van Eu door kolonisatie
Lang geleden
- Vreedzamere consolidatie van Europese gebieden door dynastieke unies
- En unies op landenniveau, zoals het Pools-Litouwse Gemenebest en het Oostenrijks-
Hongaarse Rijk.
Begin na WO II
WO II liet Eu verdeeld achter: communistische, Sovjet gedomineerde, oosterse blok ó
grotendeels democratische, westerse landen
® Angst voor richting die DL zou uitgaan bij heropbouw
o Behoefte om DL te binden aan democratische instellingen
® Gevolg: uitbreiding van communistische oosten
o Resultaat: Koude Oorlog à Eu verdeeld in oost en west
Spinelli = Italiaanse communist die gevangen zat op eiland bij Napels
® Eerste gedachten rond federaal Eu
o Nood om samen te komen, te verenigen, samenwerken, constitutie vormen
® Ironie: communist (internationalistisch) die founding father van Eu werd
Gevolg WO II = industrieën waren enorm beschadigd
Dreiging van communisme + door WO2 grootschalige destructie
® Samenwerken om Eu herop te bouwen
® Oplossing: Verdrag van Parijs
o O.a. Vrije handel tussen Eu landen à kunnen grondstoffen overkopen van
elkaar
o Voordien: eigen economie beschermen door middel van: taks
,Verdrag van Parijs
= vorming van vrijhandelszone voor belangrijke hulpbronnen (ijzer, steenkool, staal…)
® = Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (1952) (EGKS)
® DL, BE, FR, NL, IT en Luxemburg
Om EGKS (ecsc) te beheren: supranationale instanties gecreëerd (niveau van overheid dat
boven de nationale staat staat)
à Wetten opstellen + ideeën ontwikkelen + geschillen oplossen
® Raad van Ministers
® Gemeenschappelijke Vergadering
® Hof van Justitie
o Hieruit zal later de EU ontstaan
Succes EGKS leidt tot opstelling van 2 nieuwe verdragen in 1957: Verdrag van Rome en Brussel
Verdrag van Rome (1957)
= oprichting 2 nieuwe organen: de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) en
de Europese Economische Gemeenschap (EEG)
EEG = creëerde gemeenschappelijke markt tussen aangesloten landen, zonder tarieven of
belemmeringen voor verkeer van arbeid en goederen, dus de grenzen etc.
® Maakte arbeid dus meer mobiel zodat mensen vrij konden bewegen door Europa
(wij nu vinden dat vanzelfsprekend maar vroeger paspoorten aan grenzen tonen
en grenscontroles etc.)
® Hierdoor handel x5 binnen de gemeenschappelijke markt tegen 1970
® Richtte verschillende supranationale organen op:
o Raad van Ministers = om beslissingen te maken
o Gemeenschappelijke Vergadering (Europese parlement vanaf 1962) = om
advies te geven
o Rechtbank
Verdrag van Brussel (1965)
= commissies van EEG, EGKS en Euratom werden samengevoegd tot gemeenschappelijk en
permanent ambtenarenapparaat = Europese Commissie
Nieuw: Civil servants à ambtenaren die NIET voor een land werkte maar voor de Eu
instituties!
Verdere uitbreidingen
Jaren 70/80s: lidmaatschap van EEG breidt zich uit
® Denemarken, Ierland en VK (1973), GR (1981) en SP (1986)
o Landen die voordien militaire dictatuur waren à econ & politiek heel
belangrijk voor deze landen
, Europees Monetair Stelsel (1979) = invoering methoden om subsidies te verlenen aan
onderontwikkelde gebieden
® Was voordien allemaal apart à vb. de BE frank
® Niet handig à constant geld wisselen à moest je extra op betalen aan de bank
® Mensen minder geneigd te kopen WANT veel extra kosten
Europese Akte (SEA) 1987 = ontstaan interne market
Europese Interne markt (1987) (European Single Market)
= interne markt die vrije verkeer van goederen, kapitaal, diensten en arbeid binnen de EU wil
waarborgen
® Interne markt als 1 geheel vertegenwoordigd in internationale handelsbesprekingen
Verdrag van Maastricht (1993)
= verandering van EEG in “Europese Unie”
® Verruiming werk supranationale organen
® Gebaseerd op 3 pijlers:
o Inmenging in binnenlandse aangelegenheden op gebied van justitie en
binnenlandse zaken
o Invoering 1 Europese munt
o Voorwaarden lidmaatschap
Verdere uitbreidingen
1995: ZW en FINL treden toe
Schengen-overeenkomst = staat Europeanen toe te reizen zonder paspoort-check aan grenzen
Stabiliteits- en groeipact 1997 = economische en budgettaire eisen gesteld (met monitorende
sancties)
Verdrag van Amsterdam (1999) = werkgelegenheid,
arbeidsvoorwaarden en levensomstandigheden binnen bevoegdheid
van EU
® Wel enkel zachte wetgeving!
1/01/1999 = introductie van de Euro
2004 = toetreding van 10 landen (+ 2 landen in 2007)
® Deze landen waren arm en weinig ontwikkeld, weinig jobs à
grenzen open binnen EU à toch geen overvloed van migratie
Verdrag van Lissabon
Idee om EU-grondwet op te stellen + installatie van permanente EU-president + minister van
Buitenlandse Zaken + handvest van rechten
® Verworpen in 2005 na referenda in FR en NL
o Trouble: Sommige landen gingen niet eens met voorstel voor meer macht
§ In sommige landen à unification te ver gegaan à angst voor macht
van EU
SAMENVATTING
,Inhoud
Les 1: De vorming van Europa .................................................................................................. 0
1.1. Een korte geschiedenis van het project dat de ‘Europese Unie’ heet ........................... 0
1.2. Wat heeft deze evolutie ons gebracht? ........................................................................ 3
1.3. Is er een fundamentele ontwerpfout in de EU? ............................................................ 4
1.4. Solidariteit in Europa ..................................................................................................... 6
1.5 Waren ze juist? Een Griekse tragedie ............................................................................. 7
Les 2: Het Europese project als een economisch project ......................................................... 8
2.1. De Europese interne markt ............................................................................................ 8
2.2. De Euro ........................................................................................................................ 12
2.3. Om te beginnen heeft de eurozone zeer diverse economieën.................................... 14
2.4 Wetten en instellingen belemmeren de mobiliteit van arbeidskrachten ..................... 14
2.5 De Griekse tragedy: een zaak van economische en monetaire integratie .................... 14
2.4. De tweede grote crisis: COVID-19 ................................................................................ 17
2.5. Conclusie ...................................................................................................................... 18
Les 3: Migratie .......................................................................................................................... 1
3.1. Inleiding ......................................................................................................................... 1
3.2. De realiteit van intra-EU mobiliteit ................................................................................ 3
3.3 Drijvende krachten achter mobiliteit binnen de EU ....................................................... 7
3.4. Europa’s migratielandschap is aan het veranderen: meer tijdelijke en circulaire
migratie ................................................................................................................................. 8
3.4. Conclusie ...................................................................................................................... 15
Les 4: De Europese Unie van welvaartsstaten ........................................................................ 17
4.1. De essentie van welvaartsstaten ................................................................................. 17
4.2. De wereld van Europese welvaartsstaten.................................................................... 17
4.3. Convergentie-/divergentieprocessen .......................................................................... 23
4.4. Een sociaal Europa nodig? ........................................................................................... 26
4.5. Naar een unie van Europese welvaartsstaten, als noodzaak ....................................... 26
Les 5: Sociale beleidsvorming in de EU ................................................................................... 27
5.1. Inleiding: beleidsvormende instellingen in de EU ......................................................... 27
5.2. Sociale doelstellingen in de Verdragen ........................................................................ 28
5.3. Belangrijkste beginselen: subsidiariteit, overdracht en evenredigheid ........................ 28
5.4. Terug naar de wortels: waarom sociale subsidiariteit?................................................. 30
5.3. Taking stock: het sociale acquis ............................................................................... 34
6 De sluipende socialisatie van de EU ..................................................................................... 39
, 6.1. The creeping socialization of the EU ........................................................................... 39
6.2. Welke rol voor Sociaal Europa?.................................................................................... 48
Les 7: The road to a true Social Europe – 2023 guest lecture byMinister Frank Vandenbroucke
.................................................................................................................................................. 0
,Les 1: De vorming van Europa
Hoofdvraag: zal de EU steeds groter worden of gaat de stillaan aan belang afnemen?
- Vb brexit
1.1. Een korte geschiedenis van het project dat de ‘Europese Unie’ heet
Na 1945: Eu volledig afgebroken, vernietigd, veel aangericht tijdens de oorlog
75 jaar later: enorme migratiegolven naar Eu à mensen zijn wanhopig en komen op alle
manieren naar Europa
à dirty secret Europa = pushback: mensen worden teruggestuurd
Grote delen van Eu waren voordien al verenigd door keizerrijken:
® Romeinse rijk, Franse rijk, Ottomaanse rijk, Nazi-Duitsland…
® Ook andere landen onder controle van Eu door kolonisatie
Lang geleden
- Vreedzamere consolidatie van Europese gebieden door dynastieke unies
- En unies op landenniveau, zoals het Pools-Litouwse Gemenebest en het Oostenrijks-
Hongaarse Rijk.
Begin na WO II
WO II liet Eu verdeeld achter: communistische, Sovjet gedomineerde, oosterse blok ó
grotendeels democratische, westerse landen
® Angst voor richting die DL zou uitgaan bij heropbouw
o Behoefte om DL te binden aan democratische instellingen
® Gevolg: uitbreiding van communistische oosten
o Resultaat: Koude Oorlog à Eu verdeeld in oost en west
Spinelli = Italiaanse communist die gevangen zat op eiland bij Napels
® Eerste gedachten rond federaal Eu
o Nood om samen te komen, te verenigen, samenwerken, constitutie vormen
® Ironie: communist (internationalistisch) die founding father van Eu werd
Gevolg WO II = industrieën waren enorm beschadigd
Dreiging van communisme + door WO2 grootschalige destructie
® Samenwerken om Eu herop te bouwen
® Oplossing: Verdrag van Parijs
o O.a. Vrije handel tussen Eu landen à kunnen grondstoffen overkopen van
elkaar
o Voordien: eigen economie beschermen door middel van: taks
,Verdrag van Parijs
= vorming van vrijhandelszone voor belangrijke hulpbronnen (ijzer, steenkool, staal…)
® = Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (1952) (EGKS)
® DL, BE, FR, NL, IT en Luxemburg
Om EGKS (ecsc) te beheren: supranationale instanties gecreëerd (niveau van overheid dat
boven de nationale staat staat)
à Wetten opstellen + ideeën ontwikkelen + geschillen oplossen
® Raad van Ministers
® Gemeenschappelijke Vergadering
® Hof van Justitie
o Hieruit zal later de EU ontstaan
Succes EGKS leidt tot opstelling van 2 nieuwe verdragen in 1957: Verdrag van Rome en Brussel
Verdrag van Rome (1957)
= oprichting 2 nieuwe organen: de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom) en
de Europese Economische Gemeenschap (EEG)
EEG = creëerde gemeenschappelijke markt tussen aangesloten landen, zonder tarieven of
belemmeringen voor verkeer van arbeid en goederen, dus de grenzen etc.
® Maakte arbeid dus meer mobiel zodat mensen vrij konden bewegen door Europa
(wij nu vinden dat vanzelfsprekend maar vroeger paspoorten aan grenzen tonen
en grenscontroles etc.)
® Hierdoor handel x5 binnen de gemeenschappelijke markt tegen 1970
® Richtte verschillende supranationale organen op:
o Raad van Ministers = om beslissingen te maken
o Gemeenschappelijke Vergadering (Europese parlement vanaf 1962) = om
advies te geven
o Rechtbank
Verdrag van Brussel (1965)
= commissies van EEG, EGKS en Euratom werden samengevoegd tot gemeenschappelijk en
permanent ambtenarenapparaat = Europese Commissie
Nieuw: Civil servants à ambtenaren die NIET voor een land werkte maar voor de Eu
instituties!
Verdere uitbreidingen
Jaren 70/80s: lidmaatschap van EEG breidt zich uit
® Denemarken, Ierland en VK (1973), GR (1981) en SP (1986)
o Landen die voordien militaire dictatuur waren à econ & politiek heel
belangrijk voor deze landen
, Europees Monetair Stelsel (1979) = invoering methoden om subsidies te verlenen aan
onderontwikkelde gebieden
® Was voordien allemaal apart à vb. de BE frank
® Niet handig à constant geld wisselen à moest je extra op betalen aan de bank
® Mensen minder geneigd te kopen WANT veel extra kosten
Europese Akte (SEA) 1987 = ontstaan interne market
Europese Interne markt (1987) (European Single Market)
= interne markt die vrije verkeer van goederen, kapitaal, diensten en arbeid binnen de EU wil
waarborgen
® Interne markt als 1 geheel vertegenwoordigd in internationale handelsbesprekingen
Verdrag van Maastricht (1993)
= verandering van EEG in “Europese Unie”
® Verruiming werk supranationale organen
® Gebaseerd op 3 pijlers:
o Inmenging in binnenlandse aangelegenheden op gebied van justitie en
binnenlandse zaken
o Invoering 1 Europese munt
o Voorwaarden lidmaatschap
Verdere uitbreidingen
1995: ZW en FINL treden toe
Schengen-overeenkomst = staat Europeanen toe te reizen zonder paspoort-check aan grenzen
Stabiliteits- en groeipact 1997 = economische en budgettaire eisen gesteld (met monitorende
sancties)
Verdrag van Amsterdam (1999) = werkgelegenheid,
arbeidsvoorwaarden en levensomstandigheden binnen bevoegdheid
van EU
® Wel enkel zachte wetgeving!
1/01/1999 = introductie van de Euro
2004 = toetreding van 10 landen (+ 2 landen in 2007)
® Deze landen waren arm en weinig ontwikkeld, weinig jobs à
grenzen open binnen EU à toch geen overvloed van migratie
Verdrag van Lissabon
Idee om EU-grondwet op te stellen + installatie van permanente EU-president + minister van
Buitenlandse Zaken + handvest van rechten
® Verworpen in 2005 na referenda in FR en NL
o Trouble: Sommige landen gingen niet eens met voorstel voor meer macht
§ In sommige landen à unification te ver gegaan à angst voor macht
van EU