Proloog
De zwakke kracht van onderwijs De erkenning dat onderwijs geen
mechanisme is en ook geen mechanisme zou moeten worden.
3 domeinen
1. Kwalificatie Het verwerven van kennis
2. Socialisatie De manieren waarop we via onderwijs deel worden
van bestaande tradities en praktijken, van manieren van doen en
manieren van zijn.
3. Subjectificatie Het belang van de subjectiviteit van degenen die
onderwezen worden. Het gaat over emancipatie en vrijheid en over
de verantwoordelijkheid die daarmee gepaard gaat.
H6 – Democratie
Hannah Arendt: Het domein van opvoeding moet volledig gescheiden
worden van alle andere domeinen, het meest van al het domein van het
politieke leven.
Verbinding tussen onderwijs en democratie zwak Dat opvoeding en
onderwijs, een voortdurende interesse is in het bevorderen van situaties
en vormen van menselijk samenzijn waarin vrijheid kan verschijnen
Democratisch onderwijs en het probleem van de
ontwikkelingstheorie
Psychologische opvatting van democratische vorming en educatie
Onderwijs wordt begrepen als het traject dat democratische burgers
voortbrengt of schept. Onderwijs en democratie is een externe relatie.
Democratisch onderwijs wordt een vorm van moreelonderwijs, het
voortbrengen van een individu met een bepaalde set van morele
kwaliteiten en eigenschappen.
Probleem vanuit het onderwijs pedagogisch perspectief: Als de
relatie tussen onderwijs en democratie moet worden gezien als een
externe relatie, wordt het moeilijk om de politieke aard van
onderwijsprocessen zelf te erkennen.
Probleem vanuit democratisch oogpunt: De garantie voor
democratie ligt in het bestaan van een adequaat onderwezen
burgerij zodra alle burgers adequaat onderwijzen zijn, zal
democratie eenvoudigweg volgen.
De relatie tussen opvoeding en democratische politiek kan alleen
psychologisch worden begrepen.
, Arendt: Het publieke domein waarin vrijheid kan verschijnen daarvan is de
basis politiek. Het verschijnen van vrijheid is afhankelijk van een bepaalde
manier van tezamen zijn, namelijk tezamen-zijn-in-pluraliteit. Vrijheid kan
enkel politiek worden bereikt.
Handelen, vrijheid en pluraliteit
Arendt: Mens als actief wezen Wezen wiens menselijkheid niet
eenvoudigweg wordt bepaald door zijn capaciteit om te denken en te
reflecteren, maar waar mens-zijn alles te maken heeft met wat iemand
doet.
Drie modi van actief leven: de vita activa
1. Arbeiden Activiteit die correspondeert met de biologische
processen van het menselijk lichaam. Komt voort uit de noodzaak
om het leven in stand te houden en is hier ook exclusief op gericht.
2. Werken De manier waarop de mens zijn omgeving actief
verandert en hierdoor een wereld creëert die wordt gekenmerkt door
duurzaamheid. Heeft te maken met productie, schepping en
zodoende met instrumentaliteit. Het geheel bepaald door de
categorie van middel en doel.
3. Handelen Initiatief nemen, iets nieuws beginnen, iets nieuws in de
wereld zetten. Met vrijheid als bepalende kwaliteit. Mens als initium:
een begin en een beginner. Wat ieder van ons uniek maakt is ons
potentieel om iets te doen wat nog niet eerder is gedaan.
a. Hierin staat vrijheid: om iets tot bestaan te brengen wat nog
niet eerder bestond.
Vrijheid heeft een publiek domein nodig om te ontpoppen. Ons handelen,
en dus onze vrijheid, hangen af van de manieren waarop anderen met ons
initiatief omspringen. Hierbij is het probleem dat anderen op
onvoorspelbare wijzen op onze initiatieven reageren. Handelen is nooit
mogelijk zonder pluraliteit, pluraliteit is de conditie van het menselijk
handelen.
De crisis in de opvoeding
Arendt: De school is het instituut dat we tussen het private domein van
thuis en de wereld plaatsen om de overgang van het gezin naar de wereld
überhaupt mogelijk te maken. Onderwijs moet de nieuwheid bewaren.
Onderwijzers zich tot de jeugd verhouden als representanten van de
wereld, een wereld waar zij verantwoordelijkheid voor moeten nemen.
Crisis van de opvoeding Weigering van volwassenen om
verantwoordelijkheid te nemen voor de wereld.
De zwakke kracht van onderwijs De erkenning dat onderwijs geen
mechanisme is en ook geen mechanisme zou moeten worden.
3 domeinen
1. Kwalificatie Het verwerven van kennis
2. Socialisatie De manieren waarop we via onderwijs deel worden
van bestaande tradities en praktijken, van manieren van doen en
manieren van zijn.
3. Subjectificatie Het belang van de subjectiviteit van degenen die
onderwezen worden. Het gaat over emancipatie en vrijheid en over
de verantwoordelijkheid die daarmee gepaard gaat.
H6 – Democratie
Hannah Arendt: Het domein van opvoeding moet volledig gescheiden
worden van alle andere domeinen, het meest van al het domein van het
politieke leven.
Verbinding tussen onderwijs en democratie zwak Dat opvoeding en
onderwijs, een voortdurende interesse is in het bevorderen van situaties
en vormen van menselijk samenzijn waarin vrijheid kan verschijnen
Democratisch onderwijs en het probleem van de
ontwikkelingstheorie
Psychologische opvatting van democratische vorming en educatie
Onderwijs wordt begrepen als het traject dat democratische burgers
voortbrengt of schept. Onderwijs en democratie is een externe relatie.
Democratisch onderwijs wordt een vorm van moreelonderwijs, het
voortbrengen van een individu met een bepaalde set van morele
kwaliteiten en eigenschappen.
Probleem vanuit het onderwijs pedagogisch perspectief: Als de
relatie tussen onderwijs en democratie moet worden gezien als een
externe relatie, wordt het moeilijk om de politieke aard van
onderwijsprocessen zelf te erkennen.
Probleem vanuit democratisch oogpunt: De garantie voor
democratie ligt in het bestaan van een adequaat onderwezen
burgerij zodra alle burgers adequaat onderwijzen zijn, zal
democratie eenvoudigweg volgen.
De relatie tussen opvoeding en democratische politiek kan alleen
psychologisch worden begrepen.
, Arendt: Het publieke domein waarin vrijheid kan verschijnen daarvan is de
basis politiek. Het verschijnen van vrijheid is afhankelijk van een bepaalde
manier van tezamen zijn, namelijk tezamen-zijn-in-pluraliteit. Vrijheid kan
enkel politiek worden bereikt.
Handelen, vrijheid en pluraliteit
Arendt: Mens als actief wezen Wezen wiens menselijkheid niet
eenvoudigweg wordt bepaald door zijn capaciteit om te denken en te
reflecteren, maar waar mens-zijn alles te maken heeft met wat iemand
doet.
Drie modi van actief leven: de vita activa
1. Arbeiden Activiteit die correspondeert met de biologische
processen van het menselijk lichaam. Komt voort uit de noodzaak
om het leven in stand te houden en is hier ook exclusief op gericht.
2. Werken De manier waarop de mens zijn omgeving actief
verandert en hierdoor een wereld creëert die wordt gekenmerkt door
duurzaamheid. Heeft te maken met productie, schepping en
zodoende met instrumentaliteit. Het geheel bepaald door de
categorie van middel en doel.
3. Handelen Initiatief nemen, iets nieuws beginnen, iets nieuws in de
wereld zetten. Met vrijheid als bepalende kwaliteit. Mens als initium:
een begin en een beginner. Wat ieder van ons uniek maakt is ons
potentieel om iets te doen wat nog niet eerder is gedaan.
a. Hierin staat vrijheid: om iets tot bestaan te brengen wat nog
niet eerder bestond.
Vrijheid heeft een publiek domein nodig om te ontpoppen. Ons handelen,
en dus onze vrijheid, hangen af van de manieren waarop anderen met ons
initiatief omspringen. Hierbij is het probleem dat anderen op
onvoorspelbare wijzen op onze initiatieven reageren. Handelen is nooit
mogelijk zonder pluraliteit, pluraliteit is de conditie van het menselijk
handelen.
De crisis in de opvoeding
Arendt: De school is het instituut dat we tussen het private domein van
thuis en de wereld plaatsen om de overgang van het gezin naar de wereld
überhaupt mogelijk te maken. Onderwijs moet de nieuwheid bewaren.
Onderwijzers zich tot de jeugd verhouden als representanten van de
wereld, een wereld waar zij verantwoordelijkheid voor moeten nemen.
Crisis van de opvoeding Weigering van volwassenen om
verantwoordelijkheid te nemen voor de wereld.