Oefenvragen:
Controlevragen
1. Hoe ontwikkelt de relatie tussen Maarten en Vera zich?
2. Waarom is het vreemd dat Maarten ineens zin krijgt in bier?
Reflectievragen
1. Hans Warren is van mening dat de inconsequenties die het gekozen perspectief onvermijdelijk met
zich meebrengt 'het boek als geheel (...) onaanvaardbaar' maakt. Ben je het met hem eens of
oneens? Waarom?
2. Vind je het verhaal geloofwaardig. En zo niet, is dat erg?
3. In het laatste deel van het verhaal zijn de zinnen kort en bestaan ze uiteindelijk alleen nog uit losse
flarden zonder onderwerp, en met stippeltjes ertussen. Wat vond je hiervan?
4. Het boek bevat veel open plekken en witregels waarna het verhaal verder gaat in een andere tijd.
Deze open plekken zijn een afspiegeling van de lege plekken in Maartens geheugen. Wat vind je
van deze manier van schrijven? In hoeverre had je er moeite mee om de 'gaten' op te vullen?
5. Er komt nauwelijks actie voor in het verhaal. De spanning is gelegen in de ontwikkeling van Maarten
en de relatie met Vera. In hoeverre vond je dat bezwaarlijk?
6. In een interview zegt Bernlef dat de toeslaande dementie in de roman slechts het voertuig is 'voor
de veel interessantere vraag: bestaat er een werkelijkheid zonder taal, in hoeverre dient de
herinnering als structurering van de werkelijkheid.' Wat vind je van die vraag?
Analysevragen
1. Welk beeld heb je van Maarten als persoon gekregen? Zowel nu als toen hij jonger was?
2. In hoeverre dragen de weersomstandigheden bij aan de thematiek van het verhaal?
1 Titelverklaring en genre
a Leg uit hoe de titel van de roman aansluit bij het verhaal.
Maarten Klein verliest steeds meer herinneringen van zichzelf. Hij wordt er verward en zijn
herinneringen bestaan eigenlijk alleen nog maar uit schimmen van die herinneringen. De titel komt direct
terug in het verhaal in het volgende stuk:
“Is het leven terug?... maar waar is zoiets gebleven?...is er wel zoiets?...of was gewoon alles
inbeelding van het hoofd?...hersenschimmen.”
b Tot welk genre zou je deze roman rekenen? Verklaar je antwoord.
De psychologische roman. Hier ligt de nadruk op het innerlijk van de personages, hun gedachten,
gevoelens en drijfveren. Precies de dingen waar dit boek om draait; de herinneringen en die verloren gaan
en de gedachten en gevoelens die daaruit voortvloeien.
2 Motto
Veel romans hebben een of meerdere motto’s, een citaat aan het begin van het boek. Heeft het boek dat je
hebt gelezen een motto? Zo ja, waar komt dat motto vandaan en hoe kun je dit motto verbinden aan het
verhaal?
“A touching dream to which we all are lulled
But wake from seperately.”
, In Bernlefs ogen is het leven een soort droom van flarden herinnering, doodgaan is een soort ontwaken.
Maarten ontwaakt aan het einde van de roman uit zijn 'levensdroom'. De lente symboliseert voor hem niet
het nieuwe leven, maar staat voor de slotfase van een onomkeerbaar proces. Vera en Maarten 'ontwaken'
ieder op een eigen wijze uit de winter; de lente heeft voor beiden een andere betekenis.
3 Verhaalstructuur
a Schrijf of zoek een goede samenvatting en neem deze op in je dossier.
De 71-jarige Maarten Klein woont met zijn vrouw Vera in Gloucester, in het noordoosten van de
Verenigde Staten. Vijftien jaar geleden emigreerden zij uit Nederland naar Amerika. Hun kinderen bleven in
Nederland wonen. Maarten werkte tot zijn pensionering bij de IMCO, de Intergovernmental Maritime
Consultative Organisation, een organisatie voor visserijonderzoek. Aanvankelijk notuleerde hij de
vergaderingen, later kreeg hij de opdracht om samen met zijn collega Karl Simic de vangstquota vast te
stellen.
Het verhaal begint op een winterse zondagmiddag. Maarten staat uit het raam te kijken, te wachten op de
schoolbus die iedere morgen voorbijkomt. Wanneer hij Vera vraagt waar de kinderen blijven, is hij
verbaasd te horen dat het zondagmiddag is. Maarten begrijpt niet hoe hij zich zo heeft kunnen vergissen.
Bovendien kan hij zich niets meer van de ochtend herinneren. Een ochtend waarin, zo blijkt, hij zijn koffie
koud heeft laten worden en vergeten is hout te halen, hoewel Vera dat tot twee keer toe gevraagd heeft. Hij
geeft de winter de schuld, want als alles wit is om je heen, vallen de verschillen weg. Maarten maakt zich
zorgen om zijn verwardheid. Hij is zijn hele leven al vergeetachtig geweest, maar dit begrijpt hij niet. Zijn
gedachten dwalen steeds vaker af naar het verleden en hij haalt heden en verleden soms door elkaar. Ook
lijken herinneringen zomaar verdwenen te zijn.
Die nacht slaapt Maarten slecht. Hij gaat uit bed en brengt de nacht door met puzzelen aan de keukentafel.
Het verbaast hem dat hij niet goed op woorden kan komen - dat is hem nog nooit gebeurd. 's Ochtends
brengt hij Vera ontbijt op bed: beschuit met muisjes, maar daar houdt Vera niet van, en suiker in de koffie
heeft ze al tien jaar niet meer. Tijdens een wandeling met de hond Robert brengt Maarten een bezoek aan
een café. Hij denkt in het meisje achter de bar zijn eerste vriendin Karen te herkennen, maar dan dringt het
tot hem door dat de tijd niet stil heeft gestaan, dat ook Karen vijftig jaar ouder geworden moet zijn.
Vervolgens gaat hij naar het antiquariaat waar hij kort tevoren een boek van Graham Greene kocht. De
antiquair vraagt hem hoe het boek is, maar Maarten herinnert het zich niet. Wanneer hij zijn tocht wil
vervolgen, stopt er een auto naast hem. Het is Vera, bezorgd omdat Maarten uren weggeweest is zonder
iets te zeggen en bovendien Robert onderweg vergeten is. Thuisgekomen wil Maarten even gaan rusten.
Hij wil daarom naar boven gaan, hoewel ze al jaren niet meer boven komen. Wanneer hij weer uit bed
komt, is er bezoek. Een vriendin van Vera, Ellen Robbins, is er. Maarten vraagt naar haar man, maar die
blijkt jaren geleden overleden te zijn. Hij weet het niet meer.
Wanneer hij de volgende dag wakker wordt, is Vera niet thuis. Hij denkt dat ze aan het werk is in de
bibliotheek, terwijl Vera allang niet meer werkt. Maarten maakt zich klaar voor een vergadering van de
IMCO die hij denkt te hebben. Hij trekt een colbert aan en vindt daarin een ansichtkaart van zijn dochter
Kitty - hij kan zich niet herinneren wie zij is. De buitendeur zit op slot en Maarten moet die forceren om op
weg te kunnen. Het vakantiehuisje waar de vergaderingen altijd gehouden werden, is natuurlijk afgesloten.
Ook hier forceert Maarten de deur. Wanneer hij binnen is, voelt hij zich niet goed en moet overgeven. Hij
vraagt zich opeens af wat hij daar doet. Wanneer hij thuiskomt, treft hij Vera verslagen aan. Zij is bij dokter
Eardly geweest, die haar heeft aangeraden om samen met Maarten oude foto's te bekijken om zo
herinneringen terug te halen. Maarten herinnert zich vrijwel niets uit het directe verleden, zelfs het bezoek
van zijn kinderen drie jaar geleden kan hij niet plaatsen. De oorlogsjaren in Nederland staan hem wel goed
voor de geest. Wanneer dokter Eardly op bezoek komt, voelt Maarten zich bedreigd. Hij heeft het gevoel
dat de dokter iets van hem moet en om indruk te maken houdt hij een imposante redevoering. Hij beseft
dat hij geen meester meer is over zijn taal; soms moet hij zinnen eerst vanuit het Nederlands in het Engels
vertalen. Dit besef maakt hem angstig en woedend tegelijk.
De volgende dag aan het ontbijt voelt Maarten zich een klein kind en verwart Vera met zijn moeder. Steeds
meer gaan heden en verleden door elkaar lopen. Wanneer Vera even weg is, slaat Maarten een ruit in om
de hond binnen te laten. Omdat hij het koud heeft, wil hij thee zetten. Hij draait het gas open maar ziet de