aangeleerd door interactie met anderen.
2. Hoger beroep: Een rechtszaak opnieuw laten beoordelen door een hogere
rechtbank.
3. Rechtsbescherming: Wettelijke bescherming van burgers tegen machtsmisbruik
door de overheid.
4. Aanhouden: Iemand tijdelijk vastnemen om te onderzoeken of hij een strafbaar
feit heeft gepleegd.
5. Hoofdstraf: De belangrijkste straf die door een rechter kan worden opgelegd,
zoals een boete of gevangenisstraf.
6. Rechtshandhaving: Het naleven en uitvoeren van wetten door
overheidsinstanties.
7. Anomietheorie: Theorie die stelt dat criminaliteit ontstaat als mensen
maatschappelijke doelen niet op legale wijze kunnen bereiken.
8. Jurisprudentie: Eerdere uitspraken van rechters die dienen als voorbeeld voor
toekomstige zaken.
9. Rechtsstaat: Staat waarin de rechten en vrijheden van burgers worden
beschermd door wetten en onafhankelijke rechtspraak.
10. Belastingmonopolie: Alleenrecht van de overheid om belasting te heffen.
11. Kiesmannen: Vertegenwoordigers die in sommige landen de president kiezen op
basis van de verkiezingsuitslag.
12. Rechtszekerheid: Principe dat burgers kunnen vertrouwen op een eerlijke en
voorspelbare toepassing van wetten.
13. Bijkomende straf: Extra straf naast een hoofdstraf, zoals een rijverbod.
14. Klassieke grondrechten: Fundamentele rechten zoals vrijheid van meningsuiting
en godsdienst.
15. Schaduwmachten: Groepen of organisaties met invloed buiten de formele
machtstructuren.
16. Bindingstheorie: Theorie die stelt dat sterke sociale banden criminaliteit
voorkomen.
17. Legaliteitsbeginsel: Principe dat bepaalt dat iets alleen strafbaar is als het in de
wet staat.