MINOR ONCOLOGIE
Samenvatting hoorcolleges en boek
YS
MINOR DE ONCOLOGISCHE CLIENT
2025
,Inhoudsopgave
HC: Preventie van kanker ....................................................................................... 3
HC: Behandelmethoden bij kanker ......................................................................... 5
Behandeling: Chirurgie ...................................................................................... 7
Behandeling: Radiotherapie ............................................................................... 8
Behandeling: Chemotherapie en cytostatica ..................................................... 10
Behandeling: Doelgerichte therapie/targeted therapie........................................ 12
Behandeling: (Anti-) Hormonale therapie .......................................................... 14
Behandeling: Immuuntherapie/immunotherapie ............................................... 15
HC: Organisatie van oncologische zorg ................................................................. 17
HC: Epidemiologie en wat is kanker? .................................................................... 23
Carcinogenese ................................................................................................ 25
HC: Diagnostisering en Pathologie kanker ............................................................. 27
Ziektebeeld: Borstkanker ..................................................................................... 30
HC: Palliatieve zorg ............................................................................................. 38
HC: Euthanasie en palliatieve sedatie .................................................................. 43
Ziektebeeld: Longkanker...................................................................................... 46
HC: Voeding en kanker ........................................................................................ 54
WG: Misselijkheid en braken ................................................................................ 57
WG: Psychosociale zorg en mantelzorg ................................................................. 59
HC: ‘’Gelukkig heb je je wenkbrauwen nog’’ .......................................................... 61
Ziektebeeld: Prostaatkanker ................................................................................ 64
HC: Seksualiteit en fertiliteit ................................................................................ 71
HC: Farmacologie in de oncologie ........................................................................ 75
Ethiek in de oncologische zorg .......................................................................... 81
Ziektebeeld: Hematologie bij volwassenen ........................................................... 82
HC: Kinderoncologie ........................................................................................... 92
WG: Complementaire zorg (CAM) ......................................................................... 95
Ziektebeeld: Huidkanker ...................................................................................... 97
HC: Pijn bij kanker ..............................................................................................106
Ziektebeeld: Darmkanker ...................................................................................109
HC: Zorg voor colo- en ileostoma ........................................................................115
1
,HC: Klinisch wetenschappelijk onderzoek ...........................................................119
HC: dood verlies en rouw ....................................................................................121
Ziektebeeld: Hoofd- halsoncologie ......................................................................123
Larynx en totale larynxextirpatie ......................................................................130
HC: Wijkverpleegkundige zorg .............................................................................134
HC: Mondzorg oncologie ....................................................................................135
HC: Oncologische wondzorg ...............................................................................137
2
, HC: Preventie van kanker
Leerdoelen: De student kan benoemen:
• Wat de risicofactoren zijn bij kanker
• Wat beïnvloedbare risicofactoren zijn bij kanker
• Welke vormen van preventie er zijn t.a.v. kanker
• Welke rol de (oncologie-) verpleegkundige heeft in preventie van kanker
Kanker is een samenspel van factoren → DNA mutatie (erfelijk, virus), leefstijl/omgeving, pech
Risicofactoren voor kanker:
o Roken (grootste, 35% vd kankergevallen)
o Schadelijke stoffen (asbest, vervuiling, schoonmaakmiddelen)
o Teveel zon blootstelling
o Alcohol (kan kankerverwekkende metabolisme doen toenemen)
o Ongezonde voeding:
- Voeding kan mechanismen beïnvloeden die betrokken zijn bij DNA reparatie
- Goede voeding → minder risico op recidief, beperken van bijwerkingen, herstellen
van kwaliteit van leven en toename overlevingskans.
o Overgewicht/obesitas: 5-13% van de gevallen
- Ontstekings-stoffen en anabolische abnormaalheden die celgroei stimuleren en anti-
apoptotische effecten (geen celdood, zelfs niet na DNA schade → ontstaan kanker).
- Overgewicht en borstkanker → vooral bij vrouwen na menopauze hoger niveau van
circulerende oestrogeenspiegels.
o Onvoldoende beweging:
- Beweging stimuleert een gezond immuun en hormoonsysteem
- Fysieke activiteit heeft de grootste invloed op beter functioneren en minder last van
vermoeidheid.
o Ziekten/infecties: HIV, HPV, Hepatitis B,
Endogene risicofactoren Exogene risicofactoren
(PAF= populatieattributieve fractie)
Hormonen (oestrogeen, testosteron) Stress
Gevolg van een andere ziekte (hepatitis, Crohn) Leefstijl (obesitas, dieet, beweging, alcohol, 40%
vd gevallen)
Leeftijd Roken/vapen (carcinogenen)
Geslacht (vrouwen meer gaan roken Eerdere behandeling van kanker (radio-
tegenwoordig) chemo/cytostatica)
Genetische factoren (BRCA1-afwijkingen) Gevaarlijke stoffen (asbest)
Infecties (HPV)
Zon
Modificeerbare (beïnvloedbare, vaak exogeen) risicofactoren zijn factoren die beïnvloedbaar zijn
door het individu (gedragsverandering) al of niet ondersteunend door veranderingen op
populatieniveau (sigaretten duurder maken). Niet-modificeerbaar is vaak endogeen. Slechts 5% van
alle gevallen wordt veroorzaakt door erfelijke aanleg.
3