Substantieve theorie:
- Onderwerp van planning/ontwerp.
- Is ruimte, steden en landschappen.
- Theorie in planning en ontwerp.
- Hoe werkt de ruimte? Wat is een goede stedelijke/ruimtelijke vorm?
Procedurele theorie:
- Proces van planning/ontwerp.
- Is organisatie en methodes.
- Theorie van planning en ontwerp.
- Hoe kunnen we plannen/ontwerpen?
Descriptief/positief:
- Wat planning/ontwerp doet.
- Waardenvrij: feitelijk.
- Kan bewezen worden of weerlegd worden.
Prescriptief/normatief:
- Wat planning/ontwerp zou moeten doen.
- Op basis van waarden: evaluerend.
- Kan niet bewezen of weerlegd worden.
,Suitability McHarg, design
In de loop van de tijd is landschapsinrichting veranderd van tuinen (intuïtief) naar landschappen
(systematisch).
Vernieuwing die McHarg introduceerde:
- Redeneer vanuit de geschiktheid van land voor functies.
- Randvoorwaarde is dat je het systeem goed kent.
Om landschappen goed te kennen kunnen deze worden ingedeeld in verschillende lagen.
Klassieke lagenbenadering:
- Antropogene laag.
o Patronen van bewoning, landbouw, wegen en dorpen en steden.
o Mensen reageren op de abiotische en biotische laag en creëren hun eigen patronen.
- Biotische laag.
o Vegetatie patronen:
▪ Plantensoorten.
▪ Groepen van planten.
▪ Patronen van groepen planten.
o Fauna patronen:
▪ Diersoorten.
▪ Ecologische netwerken.
▪ Patronen van netwerken.
- Abiotische laag.
o Geologie.
o Bodemkunde.
o Hydrologie.
o Klimaat wetenschap.
Analytisch-synthetisch model:
- Dit model helpt om het landschap in behapbare onderdelen uiteen te leggen.
- Het leggen van verbanden tussen de verschillende lagen en de afhankelijkheden tussen
patronen van verschillende lagen te begrijpen.
Inventarisatie-analyse model:
- Verzamelen van data.
- De inventarisatie beantwoordt de ‘wat’ vraag en geeft een beschrijving.
- Het selecteren van wat belangrijk is uit een laag het en het vinden van afhankelijkheden
tussen de lagen is de analyse.
- De analyse beantwoordt de ‘waarom’ vraag en geeft een verklaring.
Site: de eigenschappen van een bepaalde plek.
Situatie: de verbindingen die een plek heeft met andere plekken.
,Moderne lagenbenadering:
- Occupatie laag.
- Netwerk laag.
- Abiotische laag.
, De planningsdiscipline, planning
De industriële stad (tot ongeveer 1900):
- Steden groeien enorm snel door industriële vooruitgang.
- De stad is niet voorzien op de groei, dus:
o Vervuilde steden.
o Gebrekkige huisvesting.
o Ziektes (cholera, pest) verspreiden enorm snel door vervuild drinkwater.
o Dichtbevolkte steden.
Antwoord op problemen van de industriële stad zijn modernere steden:
- Ingenieurs waren leidend (zorgde voor betere infrastructuur, zoals riolering, verwarming, etc.).
- Straten werden breder.
- Overheid speelt een centralere rol in het belang voor volksgezondheid.
Drie alternatieve modellen voor de bestaande industriële stad (1900-1945):
- Voordelen van de stad (werkgelegenheid) werden verbonden met de voordelen van het land
(groen en ruimte).
- Opschonen stad van ziekte, moreel verderf, ontevredenheid, socialisme.
- Zagen zichzelf niet als planningstheretici (vooral vanuit architectuur).
- Voorbeelden:
o Garden Cites of Tomorrow (Ebenezer Howard, 1898): decentralisatie, veel groene
parken, collectief.
o Broadacre City (Frank Lloyd Wright, 1935): grote vlakken met daartussen veel publieke
ruimte, straten met bomen, veel parken, goede water- en afvalvoorzieningen, erg
individualistisch.
o City Beatiful beweging (1890-1900).
Patrick Geddes (1854-1932):
- ‘Allesomvattend’: fysische geografie, markteconomie en antropologie zijn verbonden.
- Sociologie als interdisciplinair onderwerp ontwikkelt zich tot de wetenschap van ‘interactie van
mens met natuurlijke omgeving’.
- Motto: eerst diagnose vaststellen, dan probleem oplossen (erg feitelijk, objectief, praktisch).
- Planning als belangrijkste praktische toepassing van sociologie.
- Planning werd belangrijker i.p.v. architectuur.
o Schaal verspringt van stad naar regio.
o Ontwerpen verspringt naar beheren.
- Had zijn eigen observatietechniek, zie rechts. Survey heeft
betrekking op geologie, geografie, klimaat, economie, sociale
instituties van stad en regio.