Bouwkunde A
Week 1 donderdag 5 september
Gezondheidswet (controle op uitvoering Woningwet)
Woningwet 1901
- Gemeentelijke bouwverordening
- Verplichte bouwvergunning
- 1902 van kracht
Woningwet om de huisvesting van arbeiders te regelen, middels voorschriften omtrent
bouwen en wonen.
Er ontstonden woningcorporaties voor de sociale woningbouw
1962 nieuwe bouwwetgeving
- Wet of de Ruimtelijke ordening
- Woningwet
- Nieuwe Modelbouwverordening
Bouwbesluit 2012
- De niet technische voorschriften (MBV, Modelbouwverordening)
- De technische voorschriften (BB)
Romaanse bouwstijl (NL 1000-1250)
- Woningen hout
- Kerken basiliekbouw
- Basis rechthoek
- Kleine rondboogvensters
- Kapiteel rond > vierkant
Gotische bouwstijl (1150-1550)
- Benadrukking van de verticale lijn
- Afwisseling baksteen en natuursteen
- Streven naar grote vensters
- Luchtboogfiguren, steunberen, kruisribgewelven en spitsbogen
- Bekroning door pinakels
- Toepassing rooster/radvensters
Renaissance (1520-1625)
- Italiaans
- Harmonieus, horizontaal karakter
- Omlijsting van pilasters of halfzuilen met fronton
- Laatklassieke zuilen met basement en kapiteel dragen rondbogen
- Tegen hoge muren worden de 3 zuilen orden boven elkaar aangebracht en worden
gescheiden door horizontale kroonlijsten
- Houten plafonds in vakken verdeeld
- Graatgewelven of tongewelven
, - Klassieke decoratievormen
- Koepelbouw wordt hersteld
- Triomfboogmotieven als portaal
Barok / Rococo (1600-1750)
- Golvende bewegingen en ovalen
- Halsgevel / klokgevel
- Kroonlijsten
- Wapenschilden
- Versiering krullen, C-vormig
- Beeldhouwwerk in gevels
- Interieur spiegelend, lak, glanzend
Classicisme / Lodewijk XVI-stijl (1750-1800)
- Reactie op de zweverige vormen van de barok/rococo
- Afzetten tegen overdadige versieringen
- Sobere gevels
- Symmetrie
- Vak witgepleisterde gevels
- Toepassing van klassieke elementen als frontons, kroonlijsten, zuilen
Jugendstil (1880-1914)
- Uitbundige decoraties
- Gekleurde mozaïeken
- Asymmetrische ornamenten
- Vloeiende lijnen
- Contrastwerking tussen licht en donker
- Motieven van fauna en flora
- Hoektorens, topgevels, dakkapellen, balkons en loggia’s
- Figuratieve tegeltableaus
- Gietijzer
Amsterdamse school (1905-1940)
- Expressio = uitdrukking
- Decoratief metselwerk
- Golvend metselwerk
- Kleurencombinaties
- Versiering gevels andere materialen
- Zwaar kozijnhout
Expressionisme: De stijl (1917-1932
- Abstracte en geometrische vormgeving
- Vlakken, rechte lijnen en rechte hoeken
- Dematerialisering (structuur van de materialen niet herkenbaar)
- Primaire kleuren (zwart, wit en grijs)
Bouwkunst na 1945
- Te weinig vaklieden
, - Oplossing in standaardelementen en systeembouw
- Ontwikkelen van prefab
Moderne bouwkunst
- Veelzijdig materiaal en kleurgebruik
- Structuur van materialen vaak zichtbaar
- Vooral platte daken en horizontale raamstroken
- Uiterlijke vorm van het gebouw is belangrijk
- Hout, glas, metaal, beton
Woningtypen
- Bungalows - gelijkvloers
- Villa’s
- Herenhuizen – bijv grachtenpand
- Vrijstaande eengezinswoningen
- 2-onder-1-kapwoningen
- Rijtjeswoningen
Hoogbouw:
- Portiekflat
- Galerijflat
- Terraswoning
- Torenflat
Hoofdstuk 12 funderingen:
De fundering van een bouwwerk is de constructie die het gebouwgewicht overbrengt naar
en draagkrachtige grondlaag.
- Zetting is het proces waar grond onder invloed van een belasting wordt
samengedrukt
- Zetting is een berekende zakking
- Zetting (of zakking) van de grond is daling van het oorspronkelijke maaiveld doordat
de onderliggende grond samengedrukt wordt, dus inklinkt waardoor het volume van
de grond kleiner wordt.
Bij veel bouwprojecten wordt met de te verwachten zetting van de grond rekening
gehouden door deze voor te belasten (bouwrijp maken), zodat bij de start van de bouw de
grond reeds gezet is.
Met grondverbetering wordt in de civiele techniek gedoeld op het verbeteren van de slappe
grond, meestal veen of klei, om het draagvermogen te vergroten.
Grondverbetering kan gerealiseerd worden door samendrukken: het laten consolideren van
de slappe grondlagen.
, Grondonderzoek:
Twee groepen:
- Onderzoek op geringe diepte
- Onderzoek op grotere diepte
Onderzoek op geringe diepte voor lichte bouwwerken zoals schuren, carports en serres.
Methode:
- Graven van een gat
- Verrichten van boringen met de hand
- Pulsboringen
Onderzoek op grotere diepte:
- Sondering
- Mechanische grondboring
- Proefbelasting
De aanleg (onderkant van de fundering) moet vorstvrij zijn om opvriezen te voorkomen.
Minimaal 800mm beneden maaiveld.
Indien de draagkrachtige grondlaag zich vlak onder het maaiveld bevindt, dan kan hierop
rechtstreeks worden gefundeerd. Er is dan sprake van zogenaamde ‘fundering op staal’.
Fundering op staal is een wijze waarbij de muren of wanden, meestal door tussenkomst van
een verbrede voet, rechtstreeks op de draagkrachtige bodem rusten.
Bevindt de draagkrachtige grondlaag zich op grote diepte onder het maaiveld, dan is meestal
een fundering op palen nodig.
Wapening is een versterking die in beton wordt aangebracht => gewapend beton
Beton:
- Wel drukkrachten
- Geen trekkrachten
Fundering op palen
- Fundering middels funderingspalen, waarbij de kracht uit een bouwwerk via
funderingspalen worden overgebracht op een draagkrachtige laag.
Stuit
- Paal staat in vaste grondlaag
Kleef
- Paalschacht ondervindt wrijving door grondlaag
- Hier wordt de draagkracht aan ontleend
Week 1 donderdag 5 september
Gezondheidswet (controle op uitvoering Woningwet)
Woningwet 1901
- Gemeentelijke bouwverordening
- Verplichte bouwvergunning
- 1902 van kracht
Woningwet om de huisvesting van arbeiders te regelen, middels voorschriften omtrent
bouwen en wonen.
Er ontstonden woningcorporaties voor de sociale woningbouw
1962 nieuwe bouwwetgeving
- Wet of de Ruimtelijke ordening
- Woningwet
- Nieuwe Modelbouwverordening
Bouwbesluit 2012
- De niet technische voorschriften (MBV, Modelbouwverordening)
- De technische voorschriften (BB)
Romaanse bouwstijl (NL 1000-1250)
- Woningen hout
- Kerken basiliekbouw
- Basis rechthoek
- Kleine rondboogvensters
- Kapiteel rond > vierkant
Gotische bouwstijl (1150-1550)
- Benadrukking van de verticale lijn
- Afwisseling baksteen en natuursteen
- Streven naar grote vensters
- Luchtboogfiguren, steunberen, kruisribgewelven en spitsbogen
- Bekroning door pinakels
- Toepassing rooster/radvensters
Renaissance (1520-1625)
- Italiaans
- Harmonieus, horizontaal karakter
- Omlijsting van pilasters of halfzuilen met fronton
- Laatklassieke zuilen met basement en kapiteel dragen rondbogen
- Tegen hoge muren worden de 3 zuilen orden boven elkaar aangebracht en worden
gescheiden door horizontale kroonlijsten
- Houten plafonds in vakken verdeeld
- Graatgewelven of tongewelven
, - Klassieke decoratievormen
- Koepelbouw wordt hersteld
- Triomfboogmotieven als portaal
Barok / Rococo (1600-1750)
- Golvende bewegingen en ovalen
- Halsgevel / klokgevel
- Kroonlijsten
- Wapenschilden
- Versiering krullen, C-vormig
- Beeldhouwwerk in gevels
- Interieur spiegelend, lak, glanzend
Classicisme / Lodewijk XVI-stijl (1750-1800)
- Reactie op de zweverige vormen van de barok/rococo
- Afzetten tegen overdadige versieringen
- Sobere gevels
- Symmetrie
- Vak witgepleisterde gevels
- Toepassing van klassieke elementen als frontons, kroonlijsten, zuilen
Jugendstil (1880-1914)
- Uitbundige decoraties
- Gekleurde mozaïeken
- Asymmetrische ornamenten
- Vloeiende lijnen
- Contrastwerking tussen licht en donker
- Motieven van fauna en flora
- Hoektorens, topgevels, dakkapellen, balkons en loggia’s
- Figuratieve tegeltableaus
- Gietijzer
Amsterdamse school (1905-1940)
- Expressio = uitdrukking
- Decoratief metselwerk
- Golvend metselwerk
- Kleurencombinaties
- Versiering gevels andere materialen
- Zwaar kozijnhout
Expressionisme: De stijl (1917-1932
- Abstracte en geometrische vormgeving
- Vlakken, rechte lijnen en rechte hoeken
- Dematerialisering (structuur van de materialen niet herkenbaar)
- Primaire kleuren (zwart, wit en grijs)
Bouwkunst na 1945
- Te weinig vaklieden
, - Oplossing in standaardelementen en systeembouw
- Ontwikkelen van prefab
Moderne bouwkunst
- Veelzijdig materiaal en kleurgebruik
- Structuur van materialen vaak zichtbaar
- Vooral platte daken en horizontale raamstroken
- Uiterlijke vorm van het gebouw is belangrijk
- Hout, glas, metaal, beton
Woningtypen
- Bungalows - gelijkvloers
- Villa’s
- Herenhuizen – bijv grachtenpand
- Vrijstaande eengezinswoningen
- 2-onder-1-kapwoningen
- Rijtjeswoningen
Hoogbouw:
- Portiekflat
- Galerijflat
- Terraswoning
- Torenflat
Hoofdstuk 12 funderingen:
De fundering van een bouwwerk is de constructie die het gebouwgewicht overbrengt naar
en draagkrachtige grondlaag.
- Zetting is het proces waar grond onder invloed van een belasting wordt
samengedrukt
- Zetting is een berekende zakking
- Zetting (of zakking) van de grond is daling van het oorspronkelijke maaiveld doordat
de onderliggende grond samengedrukt wordt, dus inklinkt waardoor het volume van
de grond kleiner wordt.
Bij veel bouwprojecten wordt met de te verwachten zetting van de grond rekening
gehouden door deze voor te belasten (bouwrijp maken), zodat bij de start van de bouw de
grond reeds gezet is.
Met grondverbetering wordt in de civiele techniek gedoeld op het verbeteren van de slappe
grond, meestal veen of klei, om het draagvermogen te vergroten.
Grondverbetering kan gerealiseerd worden door samendrukken: het laten consolideren van
de slappe grondlagen.
, Grondonderzoek:
Twee groepen:
- Onderzoek op geringe diepte
- Onderzoek op grotere diepte
Onderzoek op geringe diepte voor lichte bouwwerken zoals schuren, carports en serres.
Methode:
- Graven van een gat
- Verrichten van boringen met de hand
- Pulsboringen
Onderzoek op grotere diepte:
- Sondering
- Mechanische grondboring
- Proefbelasting
De aanleg (onderkant van de fundering) moet vorstvrij zijn om opvriezen te voorkomen.
Minimaal 800mm beneden maaiveld.
Indien de draagkrachtige grondlaag zich vlak onder het maaiveld bevindt, dan kan hierop
rechtstreeks worden gefundeerd. Er is dan sprake van zogenaamde ‘fundering op staal’.
Fundering op staal is een wijze waarbij de muren of wanden, meestal door tussenkomst van
een verbrede voet, rechtstreeks op de draagkrachtige bodem rusten.
Bevindt de draagkrachtige grondlaag zich op grote diepte onder het maaiveld, dan is meestal
een fundering op palen nodig.
Wapening is een versterking die in beton wordt aangebracht => gewapend beton
Beton:
- Wel drukkrachten
- Geen trekkrachten
Fundering op palen
- Fundering middels funderingspalen, waarbij de kracht uit een bouwwerk via
funderingspalen worden overgebracht op een draagkrachtige laag.
Stuit
- Paal staat in vaste grondlaag
Kleef
- Paalschacht ondervindt wrijving door grondlaag
- Hier wordt de draagkracht aan ontleend