NORMATIEVE PROFESSIONALISERING
Naam:
Studentnummer:
Mailadres:
Studiegroepscode: GVE-5DF-PLB
Naam docent:
Cursuscode: GVE-4.PL4-23
Opdracht: Normatieve Professionalisering
Aantal woorden: 3000
Inleverdatum: 13 – 01 – 2025
,Inhoudsopgave
Focus ......................................................................................................................................................................... 2
Morele vraag ....................................................................................................................................................... 3
Onderzoek ................................................................................................................................................................ 4
Factoren op macroniveau ................................................................................................................................... 4
Factoren op mesoniveau ..................................................................................................................................... 5
Normen en waarden ........................................................................................................................................... 6
Dialoog...................................................................................................................................................................... 7
Dialoog met professionals uit de instelling ........................................................................................................ 7
Dialoog met medestudenten .............................................................................................................................. 7
Eigen opvattingen en overtuigingen .................................................................................................................. 8
Eigen bijdrage dialogen ...................................................................................................................................... 8
Verandering .............................................................................................................................................................. 9
Beantwoorden morele vraag .............................................................................................................................. 9
Reflectie leerrendement...................................................................................................................................... 9
Normatieve ontwikkeling ................................................................................................................................... 9
Literatuurlijst .......................................................................................................................................................... 10
Bijlagen ................................................................................................................................................................... 12
Bijlage 1: Intervisieplan...................................................................................................................................... 12
Bijlage 2: Feedback op rollen gespreksleider en deelnemer .............................................................................. 15
Bijlage 3: Feedback van een professional .......................................................................................................... 19
Bijlage 4: Uitgewerkt reflectieverslag ................................................................................................................ 20
1
, Focus
Ik werk als leerling wijkverpleegkundige in een wijkteam binnen een reguliere
thuiszorgorganisatie die zich richt op het bevorderen van de zelfstandigheid en het welzijn
van cliënten. De organisatie biedt ondersteuning bij dagelijkse activiteiten, persoonlijke
verzorging en verpleegkundige zorg, zoals wondzorg en medicatie toedienen (Careyn, z.d.).
Het wijkteam bestaat uit zorgprofessionals van verschillende niveaus, waaronder helpenden
(plus), verzorgenden, verzorgenden IG en mbo- en hbo-verpleegkundigen.
Bij een cliënt die nieuw bij ons in zorg is gekomen was een advance care planningsgesprek
(ACP) gepland. Een ACP-gesprek ondersteunt zorgverleners bij het bespreken van de wensen
van patiënten en hun naasten met betrekking tot de laatste levensfase. Het helpt bij het
vastleggen van deze wensen en het delen van deze informatie met andere betrokken
zorgverleners (Palliaweb, 2023). De praktijkondersteuner van de huisarts was bij dit gesprek
aanwezig en koppelde het gesprek aan mij terug. Naar aanleiding van het gesprek is een
reanimatiebeleid opgesteld, de cliënt heeft namelijk aangegeven wel gereanimeerd te willen
worden. De praktijkondersteuner vroeg mij om een document voor het vastleggen van dit
reanimatiebeleid. Als thuiszorgorganisatie hebben wij dat echter niet. Een huisarts of
behandelend specialist zorgt voor een officiële vastlegging over het reanimatiebeleid. Echter
is een thuisorganisatie wel verplicht dit op te nemen in het dossier (Verenso et al., 2013). Bij
een intake van een nieuwe cliënt wordt ook altijd gevraagd of iemand wel of niet
gereanimeerd wil worden. Dit wordt zelfs vaak vastgelegd in het dossier zonder een officiële
verklaring van een arts.
Naar aanleiding van deze casus raakte ik in gesprek met mijn collega’s over reanimeren in de
thuiszorg en ontstond er een discussie. Binnen ons wijkteam wordt een reanimatiecursus
niet verplicht gesteld. Tijdens intakes vragen wij echter wel standaard naar het
reanimatiebeleid van cliënten. Dit kan bij cliënten de indruk wekken dat zorgverleners
bevoegd en bekwaam zijn om te reanimeren en adequaat kunnen handelen bij een
reanimatie.
De discussie ontstond met collega’s van verschillende niveaus. Sommige collega’s gaven aan
hier niet eerder bewust over te hebben nagedacht en stonden stil bij het feit dat reanimaties
zich in de thuiszorg ook kunnen voordoen. Andere collega’s gaven aan basiskennis van
reanimatie te hebben opgedaan tijdens hun opleiding, maar merkten op dat deze kennis
inmiddels verouderd kan zijn. Zij vertrouwen wel op eigen inzicht of zoeken informatie op
eigen initiatief. Een collega die als helpende plus werkt, gaf aan dat reanimeren niet aan bod
kwam tijdens haar opleiding. Ondanks deze verschillen in achtergrond en kennis, waren de
meeste collega’s van mening dat ze bij een reanimatie wel zouden weten hoe te handelen.
Zelf vraag ik mij af of ik voldoende kennis heb over reanimeren. Ik heb het in mijn eerste jaar
op de opleiding gehad, maar daarna geen herhaling meer. Ik heb dus geen officiële
vastlegging dat ik bevoegd ben om te reanimeren. Voel ik dus wel bekwaam hiervoor?
Gelukkig heeft zich geen situatie voorgedaan waarbij een cliënt gereanimeerd moest worden
en een zorgverlener niet kon reanimeren. Maar voordat zo een situatie zich voordoet is het
belangrijk om dit onderwerp te onderzoeken door middel van onderstaande morele vraag.
2