Screening bij borstkanker
VAK: ONCOLOGISCHE
ZORG (PROFESSIONEEL
HANDELEN)
HANZE GRONINGEN
HBO VERPLEEGKUNDE
,Inhoudsopgave
Inleiding.................................................................................................................. 2
Het belang van vroege opsporing: Effectiviteit van screeningsmammografie bij
borstkanker............................................................................................................ 3
Dilemma rondom deelname aan bevolkingsonderzoek borstkanker......................6
Bibliografie........................................................................................................... 10
1
, Inleiding
Borstkanker, ook wel mammacarcinoom genoemd, is een kanker die zich in en
om het borstweefsel van vrouwen en mannen ontwikkelt (Antoni van
Leeuwenhoek, z.d.). Borstkanker is de meest voorkomende kwaadaardige
aandoening bij vrouwen en kent een grote verscheidenheid aan
behandelingsmogelijkheden, zowel curatief als palliatief. Door alle nieuwe
ontwikkelingen zijn er vele verschillende mogelijkheden qua behandeling in alle
voorkomende stadia. Voor een bepaalde groep vrouwen is het mammacarcinoom
hierdoor tot een chronische ziekte geworden (Van Spil et al., 2021)
De prevalentie van borstkanker is in de afgelopen 20 jaar flink toegenomen. Bij
vrouwen is het aantal patiënten dat 5 jaar na de diagnose nog leeft gestegen van
47.600 in 2000 naar meer dan 75.000 in 2023. Het aantal vrouwen dat tien jaar
na de diagnose nog leeft, groeide van 71.000 naar ongeveer 120.000 in dezelfde
periode. Ook bij mannen nam het aantal patiënten toe: van ongeveer 330 naar
ruim 800 in 2023. Deze stijging komt door betere behandelingen en het eerder
ontdekken van de ziekte (IKNL, z.d.).
Ieder jaar krijgen ongeveer 18.000 vrouwen in Nederland de diagnose
borstkanker, volgens cijfers van de Nederlandse Kankerregistratie. Dit aantal, dat
staat voor nieuwe gevallen per jaar, wordt de incidentie genoemd. Sinds 1989 is
de incidentie van invasieve borstkanker (mammacarcinoom) bijna verdubbeld.
Daarnaast krijgen jaarlijks ruim 2.300 vrouwen te horen dat ze een niet-invasieve
vorm van borstkanker hebben, bekend als ductaal carcinoma in situ (DCIS) (IKNL,
z.d.). DCIS wordt vaak gezien als een voorstadium van invasieve borstkanker, al
is niet precies bekend welk percentage onbehandeld uiteindelijk zal overgaan in
een invasieve vorm (Van Spil et al., 2021).
Het ontstaan van borstkanker wordt beïnvloed door een combinatie van
hormonale, erfelijke en omgevingsfactoren. Langdurige blootstelling aan
oestrogenen, zoals bij een vroege menstruatie, late overgang of het krijgen van
kinderen na het 35e levensjaar, verhoogt het risico. Erfelijke mutaties zoals
BRCA1 en BRCA2 spelen ook een rol. Andere risicofactoren zijn onder meer
overgewicht na de overgang, overmatig alcoholgebruik, weinig
lichaamsbeweging en eerdere bestraling van het bovenlichaam. Toch ontstaat het
merendeel van de gevallen zonder dat een specifieke oorzaak kan worden
aangewezen (Van Spil et al., 2021).
In Nederland ontwikkelt 1 op de 7 vrouwen borstkanker. De ziekte komt het
vaakst voor bij vrouwen tussen de 50 en 75 jaar. Om deze reden wordt deze
leeftijdsgroep uitgenodigd voor het bevolkingsonderzoek. Dit onderzoek heeft als
doel borstkanker in een vroeg stadium op te sporen, waardoor de kans op een
succesvolle behandeling groter is en vaak minder ingrijpende behandelingen
nodig zijn (Bevolkingsonderzoek Nederland, z.d.).
Dit verslag richt zich op de volgende stelling: “Bevolkingsonderzoek borstkanker
draagt bij aan vroege opsporing van tumoren, wat leidt tot betere prognoses en
minder sterfgevallen door borstkanker.”
2