Literatuur:
- Reader Communicatie en Omgeving
- Communicatiehandboek
- Consumentengedrag
- Basisboek customer journey: Een inleiding in het vakgebied
- Copy & Concept
- Beeldtaal
- Online invloed
Oriëntatie op het werkveld:
1. De student (her)kent ontwikkelingen en trends in het vakgebied
Communicatie.
o Data-driven en real-time
o Emotie en de sociale context
o Van tekst naar beeld
o Transparantie en open communiceren
o Duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen
o Accountability en meetbaar maken
o Leven en werken in de netwerkmaatschappij
2. De student is bekend met de begrippen visie en missie en de
leiderschapsstijlen en cultuurdragers.
Visie: Dit geeft de kijk op het leven en de maatschappij weer. Een visie schets
een kort en krachtig beeld van de organisatie in de maatschappij en markt over
vijf a tien jaar.
Missie: is afgeleid van de visie en beschrijft het belangrijkste doel dat de
organisatie nastreeft op lange termijn. De missie geeft dus de ambities van de
organisatie weer op een door haar afgebakend werkterrein.
Leiderschapsstijlen:
Autoritaire stijl: hebben medewerkers weinig invloed op besluitvorming.
Consultatieve stijl: vraagt het management advies aan een aantal
medewerkers
Managment by objectives: stuurt aan op het realiseren van gedeelde
doelen
Situationeel leiderschap: dat leidinggevende zich aanpassen aan en
inspelen op wat er concreet gebeurt in de organisatie.
Cultuurdragers:
1) Waarden en normen
2) Rituelen
3) Helden
4) Symbolen
3. De student heeft kennis van de ethiek en de vier soorten ethische
waarden.
Ethiek: het denken over en handelen naar bepaalde waarden en normen.
Soorten ethische waarden:
Persoonlijke waarden (eigen ideeën en waarden)
Maatschappelijke waarden (bepaald door cultuur en tijd)
Organisatie waarden
Professionele waarden
, Uitwerken van een communicatie aanpak:
1. De student kent de drie lagen en twaalf bouwstenen van het
communicatie canvas.
Drie lagen:
1) Analyse
2) Denken
3) Doen
Twaalf bouwstenen:
1) Interne analyse
2) Stakeholders en doelgroepen
3) Externe analyse
4) Strategie
5) Positionering en propositie
6) Creatief concept
7) Content
8) Middelen
9) Tijd en budget
2. De student kan uitleggen wat de termen/modellen positionering,
positioneringsruit en content circle (contentstrategie), storytelling en AIDA
inhouden.
Positionering: creëren van een (voorkeurs)positie in
het brein van de doelgroep ten opzichte van andere
organisaties.
Positioneringsruit: afbeelding hiernaast, een
krachtige positionering heeft als basis een sterke
merkidentiteit, is van betekenis voor de doelgroep,
onderscheidend van de concurrentie en speelt in op
relevante trends. De positioneringsruit brengt dat
alles helder in beeld.
Content circle: De content circle biedt nieuwe inzichten, waaruit bijvoorbeeld
blijkt dat nieuwe content gewenst is voor een specifiek medium of dat je juist
meer moet schrappen in je aanbod omdat je organisatie te veel doet met te
weinig impact.
Storytelling: Storytelling is een marketing methode waarbij de aanbieder een
verhaal vertelt aan de afnemer. Dit kan een verhaal zijn over een merk of
product, maar ook een ander verhaal of sfeerimpressie dat zijdelings
overeenkomt met de producten en diensten die geboden worden.
AIDA:
A = Attention
I = Interest
D = Desire
A = Action
Grafische en audiovisuele vaardigheden:
1. De student heeft kennis van het ordening en hiërarchie (compositie) bij
het gebruik van beeldtaal.
- Reader Communicatie en Omgeving
- Communicatiehandboek
- Consumentengedrag
- Basisboek customer journey: Een inleiding in het vakgebied
- Copy & Concept
- Beeldtaal
- Online invloed
Oriëntatie op het werkveld:
1. De student (her)kent ontwikkelingen en trends in het vakgebied
Communicatie.
o Data-driven en real-time
o Emotie en de sociale context
o Van tekst naar beeld
o Transparantie en open communiceren
o Duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen
o Accountability en meetbaar maken
o Leven en werken in de netwerkmaatschappij
2. De student is bekend met de begrippen visie en missie en de
leiderschapsstijlen en cultuurdragers.
Visie: Dit geeft de kijk op het leven en de maatschappij weer. Een visie schets
een kort en krachtig beeld van de organisatie in de maatschappij en markt over
vijf a tien jaar.
Missie: is afgeleid van de visie en beschrijft het belangrijkste doel dat de
organisatie nastreeft op lange termijn. De missie geeft dus de ambities van de
organisatie weer op een door haar afgebakend werkterrein.
Leiderschapsstijlen:
Autoritaire stijl: hebben medewerkers weinig invloed op besluitvorming.
Consultatieve stijl: vraagt het management advies aan een aantal
medewerkers
Managment by objectives: stuurt aan op het realiseren van gedeelde
doelen
Situationeel leiderschap: dat leidinggevende zich aanpassen aan en
inspelen op wat er concreet gebeurt in de organisatie.
Cultuurdragers:
1) Waarden en normen
2) Rituelen
3) Helden
4) Symbolen
3. De student heeft kennis van de ethiek en de vier soorten ethische
waarden.
Ethiek: het denken over en handelen naar bepaalde waarden en normen.
Soorten ethische waarden:
Persoonlijke waarden (eigen ideeën en waarden)
Maatschappelijke waarden (bepaald door cultuur en tijd)
Organisatie waarden
Professionele waarden
, Uitwerken van een communicatie aanpak:
1. De student kent de drie lagen en twaalf bouwstenen van het
communicatie canvas.
Drie lagen:
1) Analyse
2) Denken
3) Doen
Twaalf bouwstenen:
1) Interne analyse
2) Stakeholders en doelgroepen
3) Externe analyse
4) Strategie
5) Positionering en propositie
6) Creatief concept
7) Content
8) Middelen
9) Tijd en budget
2. De student kan uitleggen wat de termen/modellen positionering,
positioneringsruit en content circle (contentstrategie), storytelling en AIDA
inhouden.
Positionering: creëren van een (voorkeurs)positie in
het brein van de doelgroep ten opzichte van andere
organisaties.
Positioneringsruit: afbeelding hiernaast, een
krachtige positionering heeft als basis een sterke
merkidentiteit, is van betekenis voor de doelgroep,
onderscheidend van de concurrentie en speelt in op
relevante trends. De positioneringsruit brengt dat
alles helder in beeld.
Content circle: De content circle biedt nieuwe inzichten, waaruit bijvoorbeeld
blijkt dat nieuwe content gewenst is voor een specifiek medium of dat je juist
meer moet schrappen in je aanbod omdat je organisatie te veel doet met te
weinig impact.
Storytelling: Storytelling is een marketing methode waarbij de aanbieder een
verhaal vertelt aan de afnemer. Dit kan een verhaal zijn over een merk of
product, maar ook een ander verhaal of sfeerimpressie dat zijdelings
overeenkomt met de producten en diensten die geboden worden.
AIDA:
A = Attention
I = Interest
D = Desire
A = Action
Grafische en audiovisuele vaardigheden:
1. De student heeft kennis van het ordening en hiërarchie (compositie) bij
het gebruik van beeldtaal.