Samenvatting juridische context
Deel 1 staatsrecht
Hoofdstuk 1 wat is recht
- Recht zijn verschillende elementen samen
o Geheel van gedragsregels
Kader waarbinnen verder recht ontstaat
Vb. verkeersreglement, grondwet
Algemene draagwijdte
Vb. art 1134 oud BW: belofte maakt schuld
van toepassing op koopcontracten, huurcontracten, opdracht met
makelaar
o Opgelegd door het gezag van de gemeenschap
Vooral gemaakt door parlementen: vertegenwoordigers van volk
o Doel is ordening van de maatschappij (letterlijk: ruimtelijke ordening)
Vb. ordening in het verkeer, afspraken bij een bouw
o Rechtsregels die worden gehandhaafd door maatschappelijk gezag
Vb. regels die moeten gevolgd worden en gecontroleerd worden(snelheid
wegen)
- Bronnen van het Belgische recht
o Internationale verdragen
Vb. Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM):
fundamentele vrijheden zoals recht op leven, recht op privacy, recht op
eerlijk proces
Vb. bubbelbelastingverdragen: om eenzelfde materie geen 2*te laten
belasten
o Europees recht
Verordeningen (direct toepasbaar recht) en richtlijnen (omzetten in nationaal
recht noodzakelijk)
Vb. Btw-richtlijnen
o Puur Belgisch recht
,o
1) Grondwet
a. Hoogste norm, slechts 198 artikelen
b. Werking en organisatie staat
c. Grondwettelijke rechten en plichten
d. Grote territoriale toepassing (gans België)
e. Zeer belangrijk: speciale procedure om te wijzigen
2) Wetten, decreten en ordonnanties
a. Alle 3 gelijkwaardig
b. Door parlement uitgevaardigd
c. Elk parlement heeft eigen bevoegdheid (materieel en territoriaal)
d. Moet grondwet respecteren: controle grondwettelijk hof
e. Grote territoriale toepassing: België, gewest en gemeenschap
f. Nieuwe verschijnen in Belgisch staatsblad: vanaf 10 de dag na publicatie
van toepassing
3) Uitvoeringsbesluiten
a. Koninklijk, ministerieel, gemeenschap en gewest -besluit
b. Voeren Wetten, decreten en ordonnanties uit
c. Controle door raad van state
d. Grote territoriale toepassing: België, gewest en gemeenschap
e. Nieuwe verschijnen in BS
Vb. woninghuurdecreet: er is een lijst vastgelegd van kleine herstellingen
die ten laste komt van de huurder
4) Rechtspraak
a. = rechterlijke uitspraak
b. Enkel toepassing op partijen in geding
c. Bijzonder: nieuwe interpretatie = precedent -> kan leiden tot nieuw recht
d. Te vinden in gespecialiseerde tijdschriften en databanken
5) Rechtsleer
a. = commentaren bij wetgeving en rechtspraak
b. Zorgen voor argumenten om wetgeving te interpreteren
, c. Zorgen voor argumenten om rechter te overtuigen
onrechtstreeks beïnvloeden rechtspraak
d. Te vinden in gespecialiseerde tijdschriften en boeken
6) Gewoonten en gebruiken
a. Uitzonderlijk bron van recht
b. Wordt naar verwezen in wetgeving (vb. afstand bomen naar grens
- Draagwijdte van bronnen van het Belgisch recht
o
o Geschiedende rechtsregels
Regels van openbare orde
Art 1.3 derde lid BW
o Er kan niet worden afgeweken van de openbare orde noch
van de regels van dwingend recht
Regels die het essentieel belang van de staat of gemeenschap raken:
hierop rust de orde in onze maatschappij
Vooral publiek recht (vb. staatsrecht, strafrecht,…) staat en
bekwaamheid van personen
Sanctie = nietigheid van contract
o Vb. schijnhuwelijk(voor een verblijfsvergunning te krijgen),
verkoop baby
Een goede zeden
o Wat momenteel moreel aanvaardbaar is
, o Afhankelijk van tijdsgeest
Vb. euthanasie
o Sanctie = nietigheid van contract
Vb. handel verdovende middelen
Organen verkopen
Regels van dwingend recht
Art 3.1, vijfde lid BW
Ter bescherming van zwakke partijen in een contract
o Vb. opzegtermijn huurder, appartementsrecht
Sanctie = nietigheid
o Aanvullende rechtsregels
= suppletief recht
Wordt toegepast wanneer het contract geen oplossing heeft
Vb. kosten levering voor koper of verkoper
Opl. Art. 1608 oud BW
Hoofdstuk 2 tot 6 inrichting van de Belgische staat
- Kenmerken van onze staat
1) Rechtsstaat
a. Overheid kan pas handelen als er wettelijke basis is
b. Burger mag alles zolang het niet wettelijk verboden is
2) Democratie
a. Wetgeving wordt onrechtstreeks door burgers bepaald: verkozenen zetelen in
parlementen of raden
3) Monarchie
a. Staatshoofd = koning
b. Onschendbaar, onbekwaam alleen te handelen op politiek vlak, geen persoonlijke
macht
4) Federale staat
a. Macht verdeeld over federaal niveau(nationaal) en deelstaten(gemeenschappen,
gewesten)
- Belangrijke principes als leidraad
1) Scheiding der machten = de staat wordt bestuurd door drie staatsmachten/organen die
verschillende functies hebben:
a. WM (wetgevende macht) = parlementen en raden
b. UM (uitvoerende macht) = regeringen
c. RM (rechterlijke macht) = rechtbanken
De ene macht kan zich in principe niet mengen met de zaken van een andere. In België is
onderlinge samenwerking nog mogelijk en is dit niet zo strikt
2) Verschillende beleidsniveaus (enkel voor WM en UM, RM altijd federaal)
a. Nevengeschikt niveau
i. Federaal
ii. Gewest
iii. Gemeenschap
b. Ondergeschikt niveau
Deel 1 staatsrecht
Hoofdstuk 1 wat is recht
- Recht zijn verschillende elementen samen
o Geheel van gedragsregels
Kader waarbinnen verder recht ontstaat
Vb. verkeersreglement, grondwet
Algemene draagwijdte
Vb. art 1134 oud BW: belofte maakt schuld
van toepassing op koopcontracten, huurcontracten, opdracht met
makelaar
o Opgelegd door het gezag van de gemeenschap
Vooral gemaakt door parlementen: vertegenwoordigers van volk
o Doel is ordening van de maatschappij (letterlijk: ruimtelijke ordening)
Vb. ordening in het verkeer, afspraken bij een bouw
o Rechtsregels die worden gehandhaafd door maatschappelijk gezag
Vb. regels die moeten gevolgd worden en gecontroleerd worden(snelheid
wegen)
- Bronnen van het Belgische recht
o Internationale verdragen
Vb. Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM):
fundamentele vrijheden zoals recht op leven, recht op privacy, recht op
eerlijk proces
Vb. bubbelbelastingverdragen: om eenzelfde materie geen 2*te laten
belasten
o Europees recht
Verordeningen (direct toepasbaar recht) en richtlijnen (omzetten in nationaal
recht noodzakelijk)
Vb. Btw-richtlijnen
o Puur Belgisch recht
,o
1) Grondwet
a. Hoogste norm, slechts 198 artikelen
b. Werking en organisatie staat
c. Grondwettelijke rechten en plichten
d. Grote territoriale toepassing (gans België)
e. Zeer belangrijk: speciale procedure om te wijzigen
2) Wetten, decreten en ordonnanties
a. Alle 3 gelijkwaardig
b. Door parlement uitgevaardigd
c. Elk parlement heeft eigen bevoegdheid (materieel en territoriaal)
d. Moet grondwet respecteren: controle grondwettelijk hof
e. Grote territoriale toepassing: België, gewest en gemeenschap
f. Nieuwe verschijnen in Belgisch staatsblad: vanaf 10 de dag na publicatie
van toepassing
3) Uitvoeringsbesluiten
a. Koninklijk, ministerieel, gemeenschap en gewest -besluit
b. Voeren Wetten, decreten en ordonnanties uit
c. Controle door raad van state
d. Grote territoriale toepassing: België, gewest en gemeenschap
e. Nieuwe verschijnen in BS
Vb. woninghuurdecreet: er is een lijst vastgelegd van kleine herstellingen
die ten laste komt van de huurder
4) Rechtspraak
a. = rechterlijke uitspraak
b. Enkel toepassing op partijen in geding
c. Bijzonder: nieuwe interpretatie = precedent -> kan leiden tot nieuw recht
d. Te vinden in gespecialiseerde tijdschriften en databanken
5) Rechtsleer
a. = commentaren bij wetgeving en rechtspraak
b. Zorgen voor argumenten om wetgeving te interpreteren
, c. Zorgen voor argumenten om rechter te overtuigen
onrechtstreeks beïnvloeden rechtspraak
d. Te vinden in gespecialiseerde tijdschriften en boeken
6) Gewoonten en gebruiken
a. Uitzonderlijk bron van recht
b. Wordt naar verwezen in wetgeving (vb. afstand bomen naar grens
- Draagwijdte van bronnen van het Belgisch recht
o
o Geschiedende rechtsregels
Regels van openbare orde
Art 1.3 derde lid BW
o Er kan niet worden afgeweken van de openbare orde noch
van de regels van dwingend recht
Regels die het essentieel belang van de staat of gemeenschap raken:
hierop rust de orde in onze maatschappij
Vooral publiek recht (vb. staatsrecht, strafrecht,…) staat en
bekwaamheid van personen
Sanctie = nietigheid van contract
o Vb. schijnhuwelijk(voor een verblijfsvergunning te krijgen),
verkoop baby
Een goede zeden
o Wat momenteel moreel aanvaardbaar is
, o Afhankelijk van tijdsgeest
Vb. euthanasie
o Sanctie = nietigheid van contract
Vb. handel verdovende middelen
Organen verkopen
Regels van dwingend recht
Art 3.1, vijfde lid BW
Ter bescherming van zwakke partijen in een contract
o Vb. opzegtermijn huurder, appartementsrecht
Sanctie = nietigheid
o Aanvullende rechtsregels
= suppletief recht
Wordt toegepast wanneer het contract geen oplossing heeft
Vb. kosten levering voor koper of verkoper
Opl. Art. 1608 oud BW
Hoofdstuk 2 tot 6 inrichting van de Belgische staat
- Kenmerken van onze staat
1) Rechtsstaat
a. Overheid kan pas handelen als er wettelijke basis is
b. Burger mag alles zolang het niet wettelijk verboden is
2) Democratie
a. Wetgeving wordt onrechtstreeks door burgers bepaald: verkozenen zetelen in
parlementen of raden
3) Monarchie
a. Staatshoofd = koning
b. Onschendbaar, onbekwaam alleen te handelen op politiek vlak, geen persoonlijke
macht
4) Federale staat
a. Macht verdeeld over federaal niveau(nationaal) en deelstaten(gemeenschappen,
gewesten)
- Belangrijke principes als leidraad
1) Scheiding der machten = de staat wordt bestuurd door drie staatsmachten/organen die
verschillende functies hebben:
a. WM (wetgevende macht) = parlementen en raden
b. UM (uitvoerende macht) = regeringen
c. RM (rechterlijke macht) = rechtbanken
De ene macht kan zich in principe niet mengen met de zaken van een andere. In België is
onderlinge samenwerking nog mogelijk en is dit niet zo strikt
2) Verschillende beleidsniveaus (enkel voor WM en UM, RM altijd federaal)
a. Nevengeschikt niveau
i. Federaal
ii. Gewest
iii. Gemeenschap
b. Ondergeschikt niveau