Cultuur= wijzen van denken en handelen, de symbolen en de materiele
objecten die in combinatie de levenswijze van een volk vormen. (manieren
van denken, doen, de symbolen en spullen die samen leefstijl van een
groep bepalen.)
- Socialisatie= je leert denken en doen van je omgeving, niet vanaf je
geboorte
- Dynamiek= cultuur veranderd met de tijd en verschilt op elke plek
op de wereld
- Complexiteit= sommige delen van een cultuur zijn zichtbaar
(kleding) andere zijn onbewust (gewoontes). Het kan worden
gebruikt om verschillen te markeren (discriminatiemiddel)
Cultuurelementen:
Symbolen= tekens/dingen met een speciale betekenis( vlag, kruis etc)
Taal= hoe mensen met elkaar praten/schrijven, zoals woorden en gebaren.
Het is het communiceren. Ik vraag jou hoe je huis eruit ziet, dan probeer ji
het beeld in je hoofd zo duidelijk mogelijk over te brengen in mijn hoofd.
Als ik jou vraag om een moeilijk begrip uit te leggen, dan stop maar. Dat is
moeilijker en niet duidelijk.
Waarden en overtuigingen= ideeën over wat belangrijk of goed is in het
leven.
Normen= regels en verwachtingen over hoe je je hoort te gedragen.
- Mores normen die we in veel situaties kunnen waarnemen en een
grote morele betekenis hebben.
- Traditionele gebruiken (hechten mensen sterk aan) normen voor
routinematige of vluchtige interactie.
Overtuigingen= specifieke uitspraken die mensen als waar aannemen.
Kernwaarden van de westerse wereld:
1. Gelijke kansen
2. Materiele welstand
3. Activiteit en werk
4. Individuele presentaties en persoonlijke successen
5. Praktisch en efficiënt zijn
6. Vooruitgang
7. Wetenschap
8. Individueel rechten
9. Vrijheid
10. Superioriteitgevoelens
,Technologie en cultuur een cultuur wordt mede gevormd door de
technologie. We kunnen de technologische ontwikkeling in termen van de
socioculturele evolutie begrijpen:
- Jagen en verzamelen
- Tuinbouw en veehouderij
- Landbouw
- Industrie
- Postindustriële informatietechnologie
Diversiteit:
Culturele diversiteit wij leven in een cultuur diverse maatschappij
- Diversiteit wordt veroorzaakt door immigratie
- Diversiteit reflecteert regionale verschillen
Diversiteit reflecteert sociale klassenverschil die tot het ontstaan van
hoge cultuur (alleen toegankelijk voor de elite) en een populaire
cultuur (voor de gemiddelde mens) hebben geleid.
Sociale en culturele diversiteit= mensen zijn verschillend qua
achtergrond, cultuur, normen en waarden en omgangsvormen.
Diversiteit kan kansen bieden, zoals nieuwe ideeën, maar ook uitdagingen
zoals dat mensen zich buitengesloten kunnen voelen.
Theoretische cultuuranalyse
- Volgens het structureel functionalisme is cultuur een op kernwaarde
gebaseerde relatief stabiel systeem. Allee cultuurpatronen spelen
een bepaalde rol in het functioneren van een samenleving.
- De conflictsociologie ziet een cultuur als een dynamische arena van
ongelijkheid en conflicten. Cultuur patronen bevoordelen bepaalde
categorieën mensen meer dan anderen.
- De sociobiologie ziet een cultuur als een lange evolutiegeschiedenis
die tot het ontstaan van hedendaagse cultuurpatronen heeft geleid.
Cultuur en vrijheid cultuur vormen het gedrag van mensen. Mensen
zijn onlosmakelijk verbonden met culturele symbolen en gebruiken.
Mensen reflecteren echter op hun cultuur en daarom is verandering in
gedrag wel degelijk mogelijk. Dat zien we ook terug in de bestaande
culturele diversiteit.
,Analyse: onderzoekmethoden
Cultuurrelativisme= begrijpen van een cultuur vanuit haar eigen context,
zonder oordelen.
Etnocentrisme= beoordelen van andere culturen op basis van je eigen
normen en waarden.
Intersectionaliteit= bekijken van overlappende factoren zoals gender,
afkomst, inkomen. Dit om beter te begrijpen hoe dingen samenhangen.
Individu en/of structuur:
Algemeen: sociale en culturele diversiteit gaat over de verschillen tussen
mensen in een samenleving. Bijvoorbeeld afkomst, religie, taal, gender,
seksuele geaardheid, leeftijd of sociale klasse. Het idee is dat al deze
verschillen invloed hebben op hoe mensen met elkaar omgaan en hoe een
samenleving werkt.
Verklaringsmodellen= zijn manieren om te begrijpen waarom er
verschillen zijn en hoe die invloed hebben op het leven van mensen en op
de samenleving als geheel.
1. Biologisch model:
Dit model kijkt naar verschillen tussen mensen vanuit een biologisch
perspectief. (genetica of fysieke kenmerken) sommige ziektes
komen vaker voor in bepaalde bevolkingsgroepen vanwege
genetische factoren. dit model kan nuttig zijn, maar mag niet
worden gebruikt om stereotypen/vooroordelen te rechtvaardigen.
2. Cultureel model:
Dit model legt de nadruk op de invloed van cultuur. Mensen
gedragen zich + denken op bepaalde manier, omdat zij zijn
opgegroeid in specifieke omgeving met bepaalde tradities, normen
en waarden. Bv hoe mensen feestdagen vieren verschilt ook per
cultuur.
3. Sociaaleconomisch model:
Dit model kijkt naar verschillen in kansen en toegang tot middelen
zoals geld, onderwijs en werk. Het legt uit hoe sociale ongelijkheid
ontstaat en waarom sommige groepen meer/minder kansen hebben
in de samenleving.
4. Psychologisch model:
, Dit model focust op hoe mensen denken, voelen en zich gedragen
op basis van persoonlijke ervaringen. Bv: trauma, discriminatie. Dit
kan invloed hebben op hoe iemand de wereld ziet en met anderen
omgaat.
5. Historisch model:
Dit model kijkt naar het verleden om te begrijpen hoe ongelijkheden
zijn ontstaan. Bv: kolonisatie of slavenij kan lange tijd invloed
hebben op hoe groepen in de samenleving worden behandeld.
6. Intersectionaliteit:
Dit is een moderne manier om naar diversiteit te kijken. Het gaat
erom dat mensen meerdere identiteiten hebben (bv vrouw zijn en
bepaalde religie aanhangen) en dat deze samen bepalen hoe ze
kansen en uitdagingen ervaren.
Sociaal werk heeft altijd een spanningsveld gekend tussen het aanpakken
van individuele problemen en structurele maatschappelijke oorzaken.
- Individueel werken
Richt zich op het versterken van individuen om hen te helpen zich
aan te passen aan de samenleving
- Structureel werken
Streeft naar het veranderen van maatschappelijke structuren die
problemen zoals armoede en uitsluiting veroorzaken.
Discours en normaliteit:
Woorden en dingen:
Taal en woorden hebben een verband met de werkelijkheid. Ferdinand de
Saussure zegt dat de verbinding tussen woord en wat het betekent niet
logisch is. We kiezen woorden omdat we dat zo hebben afgesproken, maar
niet omdat er een natuurlijke/logische link is. Daarom geeft taal niet alleen
betekenis, maar vormt het ook perceptie van de werkelijkheid. Dit kan
leiden tot misverstanden of manipulatie.
Vertoog en macht= een vertoog is een set van ideeën, woorden en
verhalen die ons vertellen hoe we de wereld moeten zien/begrijpen.
Een dominant vertoog beïnvloed macht en bepaalt wat er als ‘waar’ wordt
gezien.