Deel 3 motorische basisvorming:
motoriek en didactiek
H8: grove motoriek
Pagina 138 tot 205
8.1 Evenwicht, balanceren en hinkelen
Houding en evenwicht vormen samen de basis voor motorische activiteiten die
belangrijk zijn voor alle lichamelijke aspecten van het leren. (Goddard, 2013).Het
evenwichtsorgaan laat ons weten waar we ons bevinden in de ruimte. Beweging van
welk lichaamsdeel dan ook, moet leiden tot automatische, onbewuste, soms subtiele
aanpassingen elders in het lichaam.
Statisch evenwicht (je lichaam staat stil) VS dynamisch evenwicht (je lichaam beweegt
voort)
- Dynamisch evenwicht: je evenwicht handhaven terwijl je in beweging bent
- Statisch evenwicht: je evenwicht handhaven terwijl je stilstaat.
Goed stilstaan of stilzitten is een vorm van balanceren. Het steunvlak waarop een kind
kan balanceren, wordt in de loop van zijn ontwikkeling steeds kleiner. Balanceren is
voortbewegen op een vlak waarbij het belangrijk is dat je je lichaam in evenwicht houdt,
zonder steun van de handen
We gebruiken ons evenwichtsorgaan en visuele controle om ons te handhaven tegen de
zwaartekracht BV. Moeilijker met je ogen toe op één been te staan.
Goed evenwicht essentieel voor het ontwikkelen van andere vaardigheden →
referentiepunt voor cognitieve handelingen in de ruimte
Goed evenwichtsgevoel → goed oriëntatiegevoel (weten waar je bent) → richtingsgevoel
(nodig om je weg te vinden of om de oriëntatie van symbolen te begrijpen)
Leerdoelen via doelen en oefenstof. De leerlingen kunnen:
,
,
, Tips bij de didactische aanpak
- Bij evenwichtsoefeningen moeten altijd de nodige veiligheidsmaatregelen
getroffen worden (zoveel matten als nodig, alerte helpers waar nodig).
- Evenwichtsoefeningen mogen nooit in wedstrijdvorm uitgevoerd worden en
vergen veel concentratie en een rustige lessfeer (dus geen moeilijke opstellingen
bij een reis rond de wereld met tikker). Evenwicht is nooit om het snelst.
- Leg aan de kinderen uit dat ze hun blik voorwaarts op één punt moeten richten en
hun armen moeten spreiden. Daarbij moet hun concentratie zich naar binnen
richten. Zo wordt evenwicht iets makkelijker.
- Doe de oefeningen correct en volledig voor.
- Zeg hun de voeten recht vooruit te plaatsen en geef aan dat ze vooraf met de
voorvoet het vlak aftasten
- Laat hen rustig oefenen, en zonder snelheid de opdracht uitvoeren
- Vraag hun om niet te vlug af te springen bij evenwichtsverlies. Leer hen afstappen
in plaats van afspringen.
- Zoek veel varianten om de concentratie van kinderen te verhogen.
- Plaats matten wanneer een oefening moeilijker wordt of op hoogte wordt
uitgevoerd.
- Bij onstabiele of wiebelende opstelling: maximaal één leerling tegelijk erop.
Uitingen problemen met evenwicht:
- Zwakke coördinatie
- Controle van de oogbewegingen
- Perceptie (hoogtevrees, geen gevoel voor richtingen)
motoriek en didactiek
H8: grove motoriek
Pagina 138 tot 205
8.1 Evenwicht, balanceren en hinkelen
Houding en evenwicht vormen samen de basis voor motorische activiteiten die
belangrijk zijn voor alle lichamelijke aspecten van het leren. (Goddard, 2013).Het
evenwichtsorgaan laat ons weten waar we ons bevinden in de ruimte. Beweging van
welk lichaamsdeel dan ook, moet leiden tot automatische, onbewuste, soms subtiele
aanpassingen elders in het lichaam.
Statisch evenwicht (je lichaam staat stil) VS dynamisch evenwicht (je lichaam beweegt
voort)
- Dynamisch evenwicht: je evenwicht handhaven terwijl je in beweging bent
- Statisch evenwicht: je evenwicht handhaven terwijl je stilstaat.
Goed stilstaan of stilzitten is een vorm van balanceren. Het steunvlak waarop een kind
kan balanceren, wordt in de loop van zijn ontwikkeling steeds kleiner. Balanceren is
voortbewegen op een vlak waarbij het belangrijk is dat je je lichaam in evenwicht houdt,
zonder steun van de handen
We gebruiken ons evenwichtsorgaan en visuele controle om ons te handhaven tegen de
zwaartekracht BV. Moeilijker met je ogen toe op één been te staan.
Goed evenwicht essentieel voor het ontwikkelen van andere vaardigheden →
referentiepunt voor cognitieve handelingen in de ruimte
Goed evenwichtsgevoel → goed oriëntatiegevoel (weten waar je bent) → richtingsgevoel
(nodig om je weg te vinden of om de oriëntatie van symbolen te begrijpen)
Leerdoelen via doelen en oefenstof. De leerlingen kunnen:
,
,
, Tips bij de didactische aanpak
- Bij evenwichtsoefeningen moeten altijd de nodige veiligheidsmaatregelen
getroffen worden (zoveel matten als nodig, alerte helpers waar nodig).
- Evenwichtsoefeningen mogen nooit in wedstrijdvorm uitgevoerd worden en
vergen veel concentratie en een rustige lessfeer (dus geen moeilijke opstellingen
bij een reis rond de wereld met tikker). Evenwicht is nooit om het snelst.
- Leg aan de kinderen uit dat ze hun blik voorwaarts op één punt moeten richten en
hun armen moeten spreiden. Daarbij moet hun concentratie zich naar binnen
richten. Zo wordt evenwicht iets makkelijker.
- Doe de oefeningen correct en volledig voor.
- Zeg hun de voeten recht vooruit te plaatsen en geef aan dat ze vooraf met de
voorvoet het vlak aftasten
- Laat hen rustig oefenen, en zonder snelheid de opdracht uitvoeren
- Vraag hun om niet te vlug af te springen bij evenwichtsverlies. Leer hen afstappen
in plaats van afspringen.
- Zoek veel varianten om de concentratie van kinderen te verhogen.
- Plaats matten wanneer een oefening moeilijker wordt of op hoogte wordt
uitgevoerd.
- Bij onstabiele of wiebelende opstelling: maximaal één leerling tegelijk erop.
Uitingen problemen met evenwicht:
- Zwakke coördinatie
- Controle van de oogbewegingen
- Perceptie (hoogtevrees, geen gevoel voor richtingen)