Inleiding in bedrijfskunde
Week 1 filmpjes
Korte geschiedenis bedrijfskunde
Bureaucratic management:
Traditionele autoriteit: management is hoe het is, omdat het altijd al zo
is geweest.
Industriële revolutie → opkomst van grote organisaties.
Denken over denken van bureaucratisch management.
Weber bekritiseerde particularisme van traditionele autoriteit.
Mensen kregen banen op basis van achtergrond.
Weber → Rational-legal-authority
Formele regels → hoofdregels
Hierarchie
Autoriteit van functie of positie (i.p.v. mensen)
Arbeidsverdeling (mensen kunnen specialiseren)
Systematische beloningsstructuur
Inleiding in bedrijfskunde 1
, Scheiding van werk en privé (geen persoonlijke belangen op werk)
Kritiek: fixatie op regels → vergeten echte organisatiedoelen.
Blijft nog steeds ruimte voor vriendjespolitiek.
Bureaucratisch management vindt vooral plaats in:
Overheid
Leger
Banken
Amazon
Universiteit (kwalificatie)
Scientific management:
Frederic Taylor = eerste management consultant
Industrialisatie zorgde voor:
Schaalvergroting van productie
Toenemende complexiteit
Toenemende behoefte aan slimmer management
Homo economicus: man gedreven door eigenbelang en rijkdom.
Taylor wilde dat arbeiders werkten als machines.
Efficiëntie stond voorop.
Standaardisatie van taken.
Specialisatie van taken. (ook managers)
Stukloon (hogere productie → hoger loon)
Scheiding van denken en doen:
Arbeiders hoeven weinig te weten, instructies volgen.
Planning van procedures
Geïmplementeerd via een management hierarchie
Discipline van werknemer
Wetenschap
Wetenschappelijke analyses van werk.
Inleiding in bedrijfskunde 2
, Wetenschappelijke selectie van werknemers.
Verzekerde dat arbeiders en machines harder en slimmer werkte.
Taylor voerde tijds- en bewegingsonderzoeken.
Taken zo snel mogelijk met zo weinig mogelijk bewegingen
uitvoeren.
Dus via wetenschap zo efficiënt mogelijk werken.
Voorbeeld lopende band van Ford: arbeiders werken niet rondom auto,
maar de auto komt naar de arbeiders toe, hierdoor voert iedereen
steeds een zelfde taak uit en specialiseert hij.
Keerzijde van scientific-management: arbeiders worden gekleineerd.
Human Relations:
Roaring twenties
Veel welvaart, maar: toenemende onrust op werkvloer door de druk om
mensen in machines te veranderen.
Elton Mayo (geïnspireerd door Taylor)
Zag dat repetitief werk zorgde voor mentale vermoeidheid.
Implementeerde rustpauzes.
Mensen waren dus niet alleen gemotiveerd door geld, maar ook
door arbeidsomstandigheden.
Onderzoek naar licht: meer, minder en controlegroep met evenveel
licht hadden allemaal betere resultaten, na het onderzoek
verbeterde de efficiëntie het allermeest.
Mayo ging arbeiders interviewen over hun gevoelens over het
werk:
Arbeiders werden ook erg gemotiveerd door aandacht.
Hawthorne studies toonde het belang van human relations aan.
Informele relaties waren erg belangrijk.
Maar de Hawthorne studies waren niet erg betrouwbaar:
mensen gedragen zich niet als hun natuurlijke zelf als een
onderzoeker alles analyseert wat ze doen.
Inleiding in bedrijfskunde 3
, Systems Theory:
Als gevolg van WWII werd duidelijk dat organisaties geen gesloten
systemen waren, maar dat ze beïnvloed werden door krachten van
buitenaf.
Systeemtheorie = een interdisciplinair perspectief.
Katz & Kahn → organisaties als levende organismes.
Bedrijven gingen veel verschillende producten produceren.
Bedrijven werden internationaler. (globalisering)
Bedrijven moeten zich aanpassen aan de onzekerheden en veranderde
dynamieken in hun omgeving.
Dus bedrijven zijn levende organismes die moeten reageren op hun
omgeving.
Bedrijven nemen belangrijke inputs uit de omgeving die worden
veranderd door processen in het bedrijf tot outputs.
Door Feedback-loops past het systeem zich aan om te overleven en
verder te groeien.
Voorbeeld auto:
Inputs: Verschillende geassembleerde onderdelen en personeel.
Throughputs: operations en management.
Outputs: auto (eindproduct)
Principes van systeemtheorie:
Permeabiliteit:
Organisaties als open systemen.
Sommige bedrijven zijn gesloten omdat ze geheimen willen
bewaren, andere bedrijven zijn open omdat ze afhankelijk zijn
van hun omgeving.
Bedrijven moeten openstaan voor veranderingen, omdat hun
omgeving dynamisch is. Dus bedrijven moeten open zijn om te
kunnen overleven.
Holisme:
Inleiding in bedrijfskunde 4
Week 1 filmpjes
Korte geschiedenis bedrijfskunde
Bureaucratic management:
Traditionele autoriteit: management is hoe het is, omdat het altijd al zo
is geweest.
Industriële revolutie → opkomst van grote organisaties.
Denken over denken van bureaucratisch management.
Weber bekritiseerde particularisme van traditionele autoriteit.
Mensen kregen banen op basis van achtergrond.
Weber → Rational-legal-authority
Formele regels → hoofdregels
Hierarchie
Autoriteit van functie of positie (i.p.v. mensen)
Arbeidsverdeling (mensen kunnen specialiseren)
Systematische beloningsstructuur
Inleiding in bedrijfskunde 1
, Scheiding van werk en privé (geen persoonlijke belangen op werk)
Kritiek: fixatie op regels → vergeten echte organisatiedoelen.
Blijft nog steeds ruimte voor vriendjespolitiek.
Bureaucratisch management vindt vooral plaats in:
Overheid
Leger
Banken
Amazon
Universiteit (kwalificatie)
Scientific management:
Frederic Taylor = eerste management consultant
Industrialisatie zorgde voor:
Schaalvergroting van productie
Toenemende complexiteit
Toenemende behoefte aan slimmer management
Homo economicus: man gedreven door eigenbelang en rijkdom.
Taylor wilde dat arbeiders werkten als machines.
Efficiëntie stond voorop.
Standaardisatie van taken.
Specialisatie van taken. (ook managers)
Stukloon (hogere productie → hoger loon)
Scheiding van denken en doen:
Arbeiders hoeven weinig te weten, instructies volgen.
Planning van procedures
Geïmplementeerd via een management hierarchie
Discipline van werknemer
Wetenschap
Wetenschappelijke analyses van werk.
Inleiding in bedrijfskunde 2
, Wetenschappelijke selectie van werknemers.
Verzekerde dat arbeiders en machines harder en slimmer werkte.
Taylor voerde tijds- en bewegingsonderzoeken.
Taken zo snel mogelijk met zo weinig mogelijk bewegingen
uitvoeren.
Dus via wetenschap zo efficiënt mogelijk werken.
Voorbeeld lopende band van Ford: arbeiders werken niet rondom auto,
maar de auto komt naar de arbeiders toe, hierdoor voert iedereen
steeds een zelfde taak uit en specialiseert hij.
Keerzijde van scientific-management: arbeiders worden gekleineerd.
Human Relations:
Roaring twenties
Veel welvaart, maar: toenemende onrust op werkvloer door de druk om
mensen in machines te veranderen.
Elton Mayo (geïnspireerd door Taylor)
Zag dat repetitief werk zorgde voor mentale vermoeidheid.
Implementeerde rustpauzes.
Mensen waren dus niet alleen gemotiveerd door geld, maar ook
door arbeidsomstandigheden.
Onderzoek naar licht: meer, minder en controlegroep met evenveel
licht hadden allemaal betere resultaten, na het onderzoek
verbeterde de efficiëntie het allermeest.
Mayo ging arbeiders interviewen over hun gevoelens over het
werk:
Arbeiders werden ook erg gemotiveerd door aandacht.
Hawthorne studies toonde het belang van human relations aan.
Informele relaties waren erg belangrijk.
Maar de Hawthorne studies waren niet erg betrouwbaar:
mensen gedragen zich niet als hun natuurlijke zelf als een
onderzoeker alles analyseert wat ze doen.
Inleiding in bedrijfskunde 3
, Systems Theory:
Als gevolg van WWII werd duidelijk dat organisaties geen gesloten
systemen waren, maar dat ze beïnvloed werden door krachten van
buitenaf.
Systeemtheorie = een interdisciplinair perspectief.
Katz & Kahn → organisaties als levende organismes.
Bedrijven gingen veel verschillende producten produceren.
Bedrijven werden internationaler. (globalisering)
Bedrijven moeten zich aanpassen aan de onzekerheden en veranderde
dynamieken in hun omgeving.
Dus bedrijven zijn levende organismes die moeten reageren op hun
omgeving.
Bedrijven nemen belangrijke inputs uit de omgeving die worden
veranderd door processen in het bedrijf tot outputs.
Door Feedback-loops past het systeem zich aan om te overleven en
verder te groeien.
Voorbeeld auto:
Inputs: Verschillende geassembleerde onderdelen en personeel.
Throughputs: operations en management.
Outputs: auto (eindproduct)
Principes van systeemtheorie:
Permeabiliteit:
Organisaties als open systemen.
Sommige bedrijven zijn gesloten omdat ze geheimen willen
bewaren, andere bedrijven zijn open omdat ze afhankelijk zijn
van hun omgeving.
Bedrijven moeten openstaan voor veranderingen, omdat hun
omgeving dynamisch is. Dus bedrijven moeten open zijn om te
kunnen overleven.
Holisme:
Inleiding in bedrijfskunde 4