Rekentoets hele getallen
Leerlijn hele getallen
- Ontluikende gecijferdheid
- Akoestisch tellen
- Synchroon tellen
- Resultatief tellen
- Verkort tellen
- Tellend optellen en aftrekken
- Structurerend optellen en aftrekken
- Formeel optellen en aftrekken
- Tellend vermenigvuldigen
- Structurerend vermenigvuldigen
- Formeel vermenigvuldigen
- Kolomsgewijs rekenen
- Cijferend rekenen
1
, Vraag 1
Marja gaat met haar moeder naar het zwembad. Ze stoppen hun tassen in kluisje
nummer 8. ‘’mogen daar 8 tassen in?’’, vraagt Marja aan haar moeder.
Welke betekenissen van getallen haalt Marja door elkaar?
A. Hoeveelheidsgetal en naamgetal.
B. Hoeveelheidsgetal en meetgetal.
C. Naamgetal en meetgetal.
D. Reken getal en hoeveelheidsgetal.
Vraag 3
Neeltje uit groep 8 rekent de som 3940 : 12 op onderstaande manier uit:
/ 327 rest 4
36
34
24
100
84
16
12
4
Welke bewerking klopt?
A. Neeltje lost de deling cijferend op en doet dit correct.
B. Neeltje lost de deling cijferend op en doet dit niet correct.
C. Neeltje lost de deling kolomsgewijs op en doet dit correct.
D. Neeltje lost de deling kolomsgewijs op en doet dit niet correct.
Vraag 4
Waarom wordt in groep 3 het rekenrek ingezet?
A. Om leerlingen te stimuleren tellend te rekenen.
B. Om leerlingen te stimuleren structurerend te rekenen.
C. Om leerlingen te stimuleren object gebonden te rekenen.
D. Om leerlingen te stimuleren context gebonden te rekenen.
2
Leerlijn hele getallen
- Ontluikende gecijferdheid
- Akoestisch tellen
- Synchroon tellen
- Resultatief tellen
- Verkort tellen
- Tellend optellen en aftrekken
- Structurerend optellen en aftrekken
- Formeel optellen en aftrekken
- Tellend vermenigvuldigen
- Structurerend vermenigvuldigen
- Formeel vermenigvuldigen
- Kolomsgewijs rekenen
- Cijferend rekenen
1
, Vraag 1
Marja gaat met haar moeder naar het zwembad. Ze stoppen hun tassen in kluisje
nummer 8. ‘’mogen daar 8 tassen in?’’, vraagt Marja aan haar moeder.
Welke betekenissen van getallen haalt Marja door elkaar?
A. Hoeveelheidsgetal en naamgetal.
B. Hoeveelheidsgetal en meetgetal.
C. Naamgetal en meetgetal.
D. Reken getal en hoeveelheidsgetal.
Vraag 3
Neeltje uit groep 8 rekent de som 3940 : 12 op onderstaande manier uit:
/ 327 rest 4
36
34
24
100
84
16
12
4
Welke bewerking klopt?
A. Neeltje lost de deling cijferend op en doet dit correct.
B. Neeltje lost de deling cijferend op en doet dit niet correct.
C. Neeltje lost de deling kolomsgewijs op en doet dit correct.
D. Neeltje lost de deling kolomsgewijs op en doet dit niet correct.
Vraag 4
Waarom wordt in groep 3 het rekenrek ingezet?
A. Om leerlingen te stimuleren tellend te rekenen.
B. Om leerlingen te stimuleren structurerend te rekenen.
C. Om leerlingen te stimuleren object gebonden te rekenen.
D. Om leerlingen te stimuleren context gebonden te rekenen.
2