Nationaal inkomen accounting en betalingsbalans
______________________________________________________________________________
_____
Nationale inkomensrekeningen bevat:
- Nationale inkomen
- Productiewaarde
- Waarde van uitgavens
Nationale inkomensrekeningen (gesloten economie)
= legt de waarde van het nationale inkomen vast door middel van productie en
uitgavens
Uitgaven van kopers -> inkomen voor producenten = PRODUCTIEWAARDE
Nationale inkomen: inkomen verdiend door productiefactoren van een land
Bruto nationaal product (BNP)
= waarde van alle finale (dubbeltelling indien intermediaire goederen worden
beschouwd) goederen en diensten geproduceerd door de productiefactoren
van een land in een bepaalde tijdsperiode
o Productiefactoren:
Kapitaal
Arbeid
Natuur
Ondernemerschap
o Waarde van eindproducten en diensten geproduceerd door Nederlandse
productiefactoren worden meegerekend als Nederlands BNP
o Belangrijk om te kijken of je te maken hebt met een Nederlands
persoon, want je draagt nog steeds bij aan de Nederlandse
economie
o BNP berekenen:
Optellen van de waarde van de uitgaven aan geproduceerde
eindproducten en diensten
Bruto binnenlands product (BBP)
= waarde van alle eindproducten en diensten die in een land in een bepaalde
tijdsperiode worden geproduceerd
o Nationaliteit maakt niet uit, alleen de productie binnen een land
o BBP = BNP - betalingen van buitenlandse landen voor binnenlandse
productiefactoren
+ betalingen aan buitenlandse landen voor buitenlandse
productiefactoren
4 soorten uitgavens:
1. Private consumptie: uitgaven door binnenlandse particuliere huishoudens
2. Investeringen: uitgaven door particuliere binnenlandse huishoudens
,International finance
3. Overheidsuitgaven: uitgaven van de binnenlandse overheid aan goederen en
diensten
4. Lopende rekening: netto-uitgaven door buitenlanders aan binnenlandse
goederen en diensten
Export – import
Rekening houden met het volgende als je BNP berekend:
1. Afschrijving van fysiek kapitaal: afschrijving wordt afgetrokken van het BNP
2. Eenzijdige overdrachten van en naar andere landen:
Vb. Betalingen van buitenlandse werknemers aan het thuisland, buitenlandse hulp,
pensioenbetalingen aan buitenlandse gepensioneerden
Maar: afschrijving en eenzijdige overdrachten zijn voornamelijk exogeen aan
overheidsbeleid
DUS:
Nationaal inkomen = BNP – afschrijving + eenzijdige overdrachten
= waarde van binnenlandse productie
Uitgaven en productie in een open economie
ofwel: export > import = positief handelsbalans, export < import = negatief handelsbalans
Current account = lopende rekening
Trade balance = handelsbalans
,International finance
Besparingen S en de lopende rekening
government deficit = overheidstekort
Hoge overheidstekort betekent een negatieve lopende rekening wanneer andere
factoren constant blijven
Ricardian equivalence = hogere overheidstekort heeft geen effect op het
totale niveau van de vraag in de economie
o Doel: totale vraag in de economie te verhogen
o De Ricardiaanse equivalentie gaat uit van de veronderstelling dat rationele
huishoudens anticiperen op toekomstige belastingen. Wanneer de overheid
geld leent in plaats van de belastingen direct te verhogen, zullen huishoudens
begrijpen dat deze schuld in de toekomst afbetaald moet worden, wat
waarschijnlijk tot hogere belastingen zal leiden. Volgens de theorie zullen
huishoudens hierop anticiperen door hun huidige consumptie te verminderen
en meer te sparen, om zich voor te bereiden op de toekomstige belastingdruk
Negatieve lopende rekening is slecht voor de toekomstige generaties, want
zij moeten het terugbetalen
o Negatieve lopende rekening is voor de huidige samenleving dan wel
goed, want dit betekent veel consumptie
___________________
Betalingsbalans
= rapporteert alle transacties tussen binnen- en buitenlandse landen
Rekeningen op de betalingsbalans:
1. Lopende rekening
Import en export van goederen en diensten
o Fysieke goederen
o Diensten
, International finance
o Import en export van kapitaal en arbeid
2. Financiële rekening
Import en export van financiële activa
Verschil tussen verkoop van binnenlandse financiële activa aan
buitenlanders en aankopen van buitenlandse financiële activa door
binnenlandse burgers
o Financiële instroom: binnenlandse activa die aan buitenlanders
worden verkocht, zijn een krediet (+), omdat de binnenlandse
economie geld verwerft
o Financiële uitstroom: buitenlandse activa gekocht door
binnenlandse burgers zijn een debet (-), omdat de binnenlandse
economie geld opgeeft
Elke transactie komt twee keer in de betalingsbalans terecht: als een credit (+) en als een
debet (-)
(dubbele boekhouding)
3. Kapitaalrekening
Stromen van speciale categorieën activa
o Vb. niet-markt-, niet-geproduceerde of immateriële activa zoals
kwijtschelding van schulden, auteursrechten en handelsmerken
In een gesloten economie is nationale spaarsaldo gelijk aan investeringen
In een open economie is nationale spaarsaldo niet gelijk aan investeringen