100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Recht: een inleiding aantekeningen

Beoordeling
-
Verkocht
12
Pagina's
39
Geüpload op
19-04-2020
Geschreven in
2019/2020

Alle aantekeningen van alle lessen van het vak Recht: een inleiding van de minor Recht. Incl. voorbeelden, stellingen en een aantal oefenmeerkeuze vragen.

Voorbeeld van de inhoud

Recht; een inleiding

College 1 inleiding recht

Stelling: ‘Als je wordt gearresteerd, mag de politie je tijdens het hele
opsporingsonderzoek gevangen blijven houden, ook als dit bijvoorbeeld een jaar
duurt.’
 Nee, er zit een maximaal limiet aan. 14 dagen met verlengen van 90 dagen.

Pro forma = periode tussen verdenking en veroordeling.

Europees hof van de rechten van de mens (Staatsburg, Frankrijk): houdt zich
bezig met de grondrechten van Europeanen. Zij hebben bepaald dat pro forma 2 jaar
mag zijn. Dus NL is nog weinig.

Stelling: ‘Als iemand per ongeluk schade toebrengt aan een ander, moet hij de
schade vergoeden.’
 Ja, ook al is het per ongeluk je moet de schade vergoeden.

Stelling: ‘In het Nederlandse strafrecht wordt er beslist door een jury.’
 Nee, in België nog wel.

Stelling: ‘Levenslang in NL is ook echt je hele leven lang’
 Ja. Echt tot dat je sterft.

Alleen de koning kan een gratie verzoek inwilligen. Dat houdt in dat je van een
levenslange gevangenisstraf af kunt komen.

Stelling: ‘in NL hebben we twee wetten; het BW en Wetboek van strafrecht.’
 Nee, nog veel meer. Algemene wet bestuursrecht, grondwet, wegenverkeerswet
etc.

Stelling: ‘Er wordt niet streng genoeg gestraft door Nederlandse rechters.’
 Dit is een mening. Bijvoorbeeld in de zaak met Humeira is de jongen veroordeeld
tot doodslag (doding zonder voorbedachte rade) en niet tot moord.

Waarom is er recht?
- Om te voorkomen dat men eigen rechten gaat spelen
- Orde

4 functies van recht:
1. Normatieve functie: het vastleggen van normen en waarden. Tot hoe ver kun
je gaan. Zoals regels je mag niemand vermoorden.
2. Geschil oplossende functie: wanneer 2 partijen het niet met elkaar eens zijn
kunnen zij het voorleggen aan een neutrale derde partij die de knoop
doorhakt. Daar blijft het dan ook bij.
3. Additionele functie: toegevoegde functie, bijvoorbeeld het rechts rijden. Puur
bedoeld om de samenleving te ordenen.
4. Instrumentele functie: het recht kan gebruikt worden om geschillen op te
lossen.

,Wat is recht?
Alle regels die hier en nu gelden.
Een regel is een rechtsregel wanneer je hem bij de rechter kunt afdwingen.
Wanneer het in het wetboek staat.
Al deze regels bij elkaar is het positief recht: alle op dit moment geldende
rechtsregels in Nederland.

Rechtsregel? Waar is de regel neergelegd, waar staat de regel?
Rechtsbronnen:
1. In de wet: rechtsregel
2. In de jurisprudentie: de uitspraken van rechters zijn ook rechtsregels, de
rechtsspraak.
3. In het gewoonterecht: een rechtsregel omdat het nou eenmaal gewoonte is.
Het gebeurt al heel lang zo, vaste gedragslijn. Het hoort zo te gaan.
4. In de verdragen: internationale verdragen.
Deze 4 samen noemen we de rechtsbronnen; de vindplaatsen van alle
rechtsregels. Als het hier niet in staat is er geen sprake van een rechtsregel.

Wet- en regelgeving
De wet wordt in Nederland gegeven door een wetgever: de regering (de ministers en
de koning) en de Staten-Generaal (= eerste en tweede kamer samen): staat in
grondwet boek 2, pagina 2895.

Tweede kamer: 150 leden, de baas in ons land.
- Gekozen door het volk
- Controleren de regering. De regering bestuurt het land maar de tweede kamer
controleert hoe ze dat doen.
- Kan geen regels maken; alleen maar samen met de regering. Niet zelf.
- Leden van de tweede kamer kunnen wel een wetsvoorstel indienen. Het recht
van initiatief.

Eerste kamer: 75 leden, ook wel senaat genoemd.
- Leden worden gekozen door de provinciale staten.
- Kan geen regels maken; alleen maar samen met de regering. Niet zelf.
- Mogen geen wetsvoorstellen indienen.

Hoe komen wij aan die regering?  Door verkiezingen van het volk. De
vertegenwoordigers zitten in de tweede en eerste kamer.

Wie is de baas in je eigen gemeente?  Onze vertegenwoordigers: de
gemeenteraad.
- Burgemeesters mogen zelf regels maken (wel gebonden aan hogere regels),
alleen voor noodsituaties. Dat heet noodverordeningen.
- De gemeenteraad is eigenlijk de wetgever in de gemeente. Die maakt regels
als op welke dag je het vuilnis buiten moet zetten etc. dat noemen we
verordeningen.

En wie is dat in de provincie?  Provinciale staten
- Provinciale staten is de wetgever op provinciaal niveau.

,Een ministeriële regeling: een regel die gemaakt is door alleen een minister. Hij
mag alleen deze regel maken als hij daarvoor de opdracht heeft gekregen van de
regering en Staten-Generaal of alleen van de regering.

1. De wet
 Verschillende wetgevers
o Regering en Staten-Generaal; de hoogste wetgever. Hoe hoger de
regel hoe meer voorrang die heeft. Formele wetgever
o Regering (Mark Rutte, de koning en alle ministers), zij mogen ook
regels maken zonder de SG. Dit noemen we geen wet maar een
koninklijk besluit. Als deze regel in strijd is met een wet dan gaat een
hogere wet altijd voor.
o Minister; ministeriële regeling, mag alleen maar in opdracht van.
o Provincie (provinciale staten); zij mogen regels maken voor de hele
provincie. Betekent dat er verschillen zijn tussen de 12 provincies.
o Gemeente (gemeenteraad); ook hier geldt dat hogere regels voor gaan.

 Wet
o In formele zin = gemaakt door onze hoogste wetgever
o In materiële zin = de tegenhanger. Een document met regels die voor
iedereen gelden, opgesteld door een wetgever. Kan hoog en laag zijn.
Bijvoorbeeld dat je je hond in Enschede aan de lijn moet uitlaten. Ook
een Koninklijk besluit is een wet in materiële zin.
 Gemaakt door:
o Regering en Staten-Generaal
= wet in formele zin
o Regering
= Koninklijk besluit – AmvB (algemene maatregel van bestuur)
o Minister
= Ministeriële regeling
o Provincie (Provinciale Staten)
= Provinciale verordening
o Gemeente (Gemeente Raad)
= gemeentelijke verordening
Alles zijn wetten in materiële zin, alleen de eerste is wet in formele zin.

Er zijn dus 3 soorten wetten:
1. Wetten in formele zin, die niet tevens wetten in materiële zin zijn.
- Toestemmingswet voor een huwelijk: geldt alleen voor koningshuis
- Een begrotingswet: hierin wordt toestemming gegeven voor de begroting.
- Goedkeuringswet: waarin verdrag goed wordt gekeurd.
2. Wetten in formele zin, die ook weten in materiële zin zijn.
Wetten die zijn gemaakt door onze hoogste wetgever, maar tegelijkertijd staan
er regels in die voor ons allemaal gelden.
3. Wetten in materiële zin, die niet tevens wetten in formele zin zijn.
Bevatten regels voor ons allemaal maar zijn niet gemaakt door regering of
Staten-Generaal. Zijn op een lager niveau gemaakt.

, Hiërarchie
 Lex superior derogat legi inferiori = de wet hoger ontkracht wetten lager.
De rechter toetst dit. Uitzondering: art. 120 GW.
 Lex posterior derogat legi priori = de latere wet ontkracht de eerdere wet.
 Lex specialis derogat legi generali = de speciale wet ontkracht de algemene
wet.

2. De gewoonte
 Wanneer is iets een gewoonte?
 Vereisten
1. Vaste gedragslijn; iets moet al heel lang op die manier gaan.
2. Opinio necessitatis; de overtuiging dat het zo moet, dat het noodzakelijk is.


3. Jurisprudentie
 Rechterlijke uitspraak
 Uitspraak
 Vonnis; in een strafzaak, twee vechtende partijen
 Rechterlijke beschikking; bijvoorbeeld als je je naam wilt veranderen. Of
dat je geslacht op je ID kaart wordt veranderd.
 Arrest; uitspraak van gerechtshof of hoge raad.
 Niet gebonden aan eerdere (of hogere) uitspraken
De rechter is onafhankelijk

4. Het verdrag
 Geschreven overeenkomst tussen staten; een deal een contract.
 Bilateraal = tussen twee landen of multilateraal = tussen meer dan twee
landen

College 2 inleiding vermogensrecht

Nederland is een decentraliseerde eenheidsstaat omdat Den Haag kan zorgen dat
alles weer in de juiste banen kan worden geleid, zij houden de provincie en
gemeente wel in de gaten.

Indeling recht
 Objectief recht --- subjectief recht
 Publiek recht --- privaatrecht
 Formeel recht --- materieel recht
 Dwingend recht --- aanvullend recht

Objectief recht --- subjectief recht
Bundel 1 pag. 403: BW 6 art. 162 de onrechtmatige daad
Objectief recht = de regel zoals die luidt, zoals die voor iedereen geldt. De
objectieve regel uit de rechtsbron.
Subjectief recht = de daaruit voortvloeiende rechten en plichten. In een concrete
situatie. Kan dus per situatie verschillen.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
H1, h6, h8, h9, h11, h7, h12
Geüpload op
19 april 2020
Aantal pagina's
39
Geschreven in
2019/2020
Type
Samenvatting

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
ashleygrobben Saxion Hogeschool
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
49
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
40
Documenten
2
Laatst verkocht
12 uur geleden

4,0

3 beoordelingen

5
1
4
1
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen