Rijksuniversiteit Groningen
,Volledige schema’s
Voorwaarden voor strafbaarheid
1. Een gedraging
2. Die aan de bestanddelen van toepasselijke en verbindende delictsomschrijving
beantwoordt
3. Die wederrechtelijk is
4. En aan schuld te wijten is
Legaliteitsbeginsel
- ‘Wettelijke strafbepaling’: gebaseerd op een wet in formele zin
- ‘Voorafgegane strafbepaling’: verbod van terugwerkende kracht
- Lex certa-beginsel: eis van voldoende bepaalbaarheid
- Verbod van analogie. Maar: extensief interpreteren wel toegestaan
Aanvulling HR op mishandeling (art. 300 lid 1 Sr)
- Opzettelijk
- Pijn of letsel toebrengen
- Zonder dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat
Eisen tenlastelegging
1. Opgave van strafbare feit
2. Tijd
3. Plaats
4. Overtreden wetsartikel
5. Omschrijving van de omstandigheden
, Opzet (dolus)
- Op welke bestanddelen berust opzet?
o Hoofdregel: alle delictsbestanddelen die volgen na het woord “opzettelijk”
o Uitzonderingen:
▪ Strafverzwarende, geobjectiveerde omstandigheden
▪ Gemeengevaarlijke delicten
▪ Overige, minder goed zichtbare objectieve bestanddelen
▪ Opzettelijk en wederrechtelijk, geen opzet bij wederrechtelijk
- Van welke vorm van opzet is er sprake
o Opzet als bedoeling
o Opzet als noodzakelijkheidsbewustzijn
o Opzet als waarschijnlijkheidsbewustzijn
o Voorwaardelijke opzet
▪ Er moet een objectieve aanmerkelijke kans bestaan
▪ De dader moet zich bewust zijn van die kans (weten)
• Dader legt verklaring af
o Arresten: Slaan met pistool & Porsche
▪ Kijken of er a.d.h.v. verklaring verdachte sprake
is van voorwaardelijke opzet
• Dader legt geen verklaring af
o Drietrapsraket/normaliteits-sylogisme
▪ Ieder normaal mens weet dat als je … (… =
ervaringsregel)
▪ Verdachte is een normaal mens
▪ Verdachte weet dus ook dat ….
o ‘Feit van algemene bekendheid’
▪ Het is feit van algemene bekendheid dat bij …
de aanmerkelijke kans bestaat dat …
▪ Verdachte is daarmee ook bekend, dus hij weet
dit ook
▪ De dader moet die kans hebben aanvaard (willen). Deze aanvaarding
kan volgens het arrest Slaan met pistool kan worden afgeleid uit:
• Het geheel van gedragingen
• De aard en de ernst van die gedragingen
• De overige omstandigheden van het geval