College 1: (1A)
Soorten kennis
• Niet alle kennis is gebasseerd op onderzoek
• Naive kennis = kennis die gebasseerd is op aspecten zoals
o Gewoonte: wij doen het altijd zo
o Wishful thinking: gevoed door graag gelijk willen hebben
▪ Tunnelvisie: eerst geloven dan zien (tunnelvisie)
o Autoriteit: krant, docent, dominee
o Ideologie: Religie, politieke stroming, homeopahtie
o Intuitie: knowledge of the heart
Wat is onderzoek: we onderzoeken voortdurend
• Vaak een vaste volgorde in onderzoek
o Waarneming: iets valt op
o Theorie: je ontiwkkelet een idee
o Onderzek: je toetst het idee
Wat is wetenschap: systematisch geheel van kennis
• Kennis is theoretisch van aard
• Wetenschappelijk onderzoek: onderzoeksmethoden, is het repliceerbaar en waarover is
gerapporteerd
Methodenleer: het geheel van onderzoeksmethoden waarover de sociale wetenschap beschikt (alle
soort onderzoeksmethoden)
Methodologie: de wetenschap van ……….(de wetenschap van soicaal wetenschappelijk onderzoek
(hoe je schrijft))
,Repliceerbaar:
• Bevindingen niet afhankelijk van onderzoeker
• Eerlijk en controleerbaar
• Rol (on)bewuste beinvloeding
• Rol toeval (hoe meer mensen hetzelfde resultaat, hoe minder toeval er is)
• Onderzoek is publiceerbaar (rapport, artikel, boek)
Sociaal wetenschappelijk onderzoek
• Empirische benadering: (zintuigelijke) waarneming
o mensen bevragen en naar hun antwoorden luisteren
o mensen bekijken en gedrag te registreren
• complex geheel meetbaar en concreet maken
2 soorten onderzoeken
• theorievormend onderzoek
o wanneer nog maar heel weinig over een bepaald fonomeen bekend is
o de werkelijkheid verkennen of exploreren
• theorie toetsend onderzoek
o wanneer al theoretisch inzicht verworven is
o vooraf uitspraken doen over wat je verwacht aan te treffen (hypothese)
o toetsen of je de verwachtingen daadwerkelijk waarneemt
fundamenteel onderzoek: (brengt bijdrage aan de wetenschap zelf)
praktijkgericht onderzoek: gericht op bijdrage leveren bij praktijkproblemen
,College 2: (1B)
Hoe kom je tot data/onderzoek en hoe analyseer je dit?
Begin:
Je kijkt wat er al over bekend is → 100.000 artikelen → hoe weet je welke je moet hebben → hoe
weet je wat jij wil onderzoeken (iets wat al bekend is of nog niet)
10 elementen van onderzoeksplan
• probleemstelling
o vraagstelling (wat wil je weten)
o doelstelling (waaom wil je dit weten)
o Theoretisch raamwerk
• Onderzoeksontwerp (hoe gaat je onderzoek eruit zien)
o Hoe wil je het onderzoek opzetten
o Wat voor data wil je verzamelen
o Bij wie wil je die data verzamelen
o Wanneer wil j edie data verzamelen
o Hoe wil je die data analyseren
o Hoe wil je rapporteren
Literatuurstudie (mensen die zelf niet hebben toegevoegd, maar samengevat)
• Als je onderwerp en probleemstelling hebt
o Wat weten we over het onderwerp
o Beantwoorde onderzoeksvragen
o Gebruikte theorieën/perspectieven
o Gaten in onze kennis
o Conflicterende resultaten
Probleemstelling praktijkgericht onderzoek
• Welke middelen om dit probleem op te lossen
o Effectiviteit
o Risico
• Ook hierbij een literatuur studie doen
Metaanalyse: grootschalig onderzoek waarbij je kijkt naar een bepaald thema waar je prbeert tot een
samenvatting te komen
Vb: ondeerzoeken gedaan naar motivatie en schoolprestatie → 50 onderzoeken → hoe weet je hoe
sterk het nou is → metastudie = gewogen gemiddelde nemen van alle studies en daarbij een
gemiddelde nemen van een bepaald effect (krijg je een gemiddelde van een effect)
VRAAGSTELLING
Beschrijvende vraagstelling: 5 W vragen
Trendvraagstelling = twee tijdstippen vergelijken
Comparatieve vraagstelling = twee plaatsen met lekaar te vergelijken
Verklaarende vraagstelling = waaarom, waardoor en wat is de reden
Voorspellende vraagstelling → tot welke… leidt…, wat gebeurt er als gevolg van, uitgangspunten van
toetsen en hypothesen
, DOELSTELLING
Wetenschappelijke relevantie = kennisprolbeem → bijdragen aan kennisvorming
Maatschappelijke relevantie = praktijkprobleem → voor welke groep/ organisatie is het onderzoek
waardevol?
Context: Doelstelling bepaald in overleg met opdrachtgever (afhankelijk van maatschappelijke,
politieke en sociale trends)
THEORETISCH RAAMWERK
Theoretisch raamwerk = een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid (relatie tussen
eigenschappen)
• Relatie tussen eigenschappen (samenhang tussen eigenschappen →)
• Oorzakelijk verband tussen eigenschappen (er is een oorzaak een gevolg →)
• Intermedierende factoren (mediatie)
o Afhankelijke en onafhankelijke (verwachting) variabele
▪ Afhankelijke variabele hangt af van de onafhankelijke variabele
• Interacterende factoren (moderatie) (3e variabele heeft invloed op 2 variabele)
Mate van controle van onderzoeker: oorzakelijk verband = veel controle
• Andere kenmerken uitsluiten
• Beschrijvend onderzoek = minder controle
Tijdsperspectief
Verleden of heden
Dataverzamelingsmethoden
• Interview
• Vragenlijst
• Obeservatie
Typen van verzamelde informatie
• Kwantitatief (getalsmatige informatie)
• Kwalitatieve informatie (informatie in tekst beeld en geluid)
o Uitschrijven van interviews
• Gemengde methoden (mixed method)
Bij wie?
• Personen of organisatieniveau
• Respondenten = wie moeten er antwoord geven
o Vaak individuen maar soms ook dieren
• Taak onderzoeker:
o Definieren en identificeren
o Steekproeftrekken
▪ Willekeurig of niet
Primair onderzoek = zelf gegevens verzamelen
• Laberatorium
Secundair ondrezoek = gebruikmaken van bestaande gegevens
• Archieven
• leerlingvolgsysteem
Soorten kennis
• Niet alle kennis is gebasseerd op onderzoek
• Naive kennis = kennis die gebasseerd is op aspecten zoals
o Gewoonte: wij doen het altijd zo
o Wishful thinking: gevoed door graag gelijk willen hebben
▪ Tunnelvisie: eerst geloven dan zien (tunnelvisie)
o Autoriteit: krant, docent, dominee
o Ideologie: Religie, politieke stroming, homeopahtie
o Intuitie: knowledge of the heart
Wat is onderzoek: we onderzoeken voortdurend
• Vaak een vaste volgorde in onderzoek
o Waarneming: iets valt op
o Theorie: je ontiwkkelet een idee
o Onderzek: je toetst het idee
Wat is wetenschap: systematisch geheel van kennis
• Kennis is theoretisch van aard
• Wetenschappelijk onderzoek: onderzoeksmethoden, is het repliceerbaar en waarover is
gerapporteerd
Methodenleer: het geheel van onderzoeksmethoden waarover de sociale wetenschap beschikt (alle
soort onderzoeksmethoden)
Methodologie: de wetenschap van ……….(de wetenschap van soicaal wetenschappelijk onderzoek
(hoe je schrijft))
,Repliceerbaar:
• Bevindingen niet afhankelijk van onderzoeker
• Eerlijk en controleerbaar
• Rol (on)bewuste beinvloeding
• Rol toeval (hoe meer mensen hetzelfde resultaat, hoe minder toeval er is)
• Onderzoek is publiceerbaar (rapport, artikel, boek)
Sociaal wetenschappelijk onderzoek
• Empirische benadering: (zintuigelijke) waarneming
o mensen bevragen en naar hun antwoorden luisteren
o mensen bekijken en gedrag te registreren
• complex geheel meetbaar en concreet maken
2 soorten onderzoeken
• theorievormend onderzoek
o wanneer nog maar heel weinig over een bepaald fonomeen bekend is
o de werkelijkheid verkennen of exploreren
• theorie toetsend onderzoek
o wanneer al theoretisch inzicht verworven is
o vooraf uitspraken doen over wat je verwacht aan te treffen (hypothese)
o toetsen of je de verwachtingen daadwerkelijk waarneemt
fundamenteel onderzoek: (brengt bijdrage aan de wetenschap zelf)
praktijkgericht onderzoek: gericht op bijdrage leveren bij praktijkproblemen
,College 2: (1B)
Hoe kom je tot data/onderzoek en hoe analyseer je dit?
Begin:
Je kijkt wat er al over bekend is → 100.000 artikelen → hoe weet je welke je moet hebben → hoe
weet je wat jij wil onderzoeken (iets wat al bekend is of nog niet)
10 elementen van onderzoeksplan
• probleemstelling
o vraagstelling (wat wil je weten)
o doelstelling (waaom wil je dit weten)
o Theoretisch raamwerk
• Onderzoeksontwerp (hoe gaat je onderzoek eruit zien)
o Hoe wil je het onderzoek opzetten
o Wat voor data wil je verzamelen
o Bij wie wil je die data verzamelen
o Wanneer wil j edie data verzamelen
o Hoe wil je die data analyseren
o Hoe wil je rapporteren
Literatuurstudie (mensen die zelf niet hebben toegevoegd, maar samengevat)
• Als je onderwerp en probleemstelling hebt
o Wat weten we over het onderwerp
o Beantwoorde onderzoeksvragen
o Gebruikte theorieën/perspectieven
o Gaten in onze kennis
o Conflicterende resultaten
Probleemstelling praktijkgericht onderzoek
• Welke middelen om dit probleem op te lossen
o Effectiviteit
o Risico
• Ook hierbij een literatuur studie doen
Metaanalyse: grootschalig onderzoek waarbij je kijkt naar een bepaald thema waar je prbeert tot een
samenvatting te komen
Vb: ondeerzoeken gedaan naar motivatie en schoolprestatie → 50 onderzoeken → hoe weet je hoe
sterk het nou is → metastudie = gewogen gemiddelde nemen van alle studies en daarbij een
gemiddelde nemen van een bepaald effect (krijg je een gemiddelde van een effect)
VRAAGSTELLING
Beschrijvende vraagstelling: 5 W vragen
Trendvraagstelling = twee tijdstippen vergelijken
Comparatieve vraagstelling = twee plaatsen met lekaar te vergelijken
Verklaarende vraagstelling = waaarom, waardoor en wat is de reden
Voorspellende vraagstelling → tot welke… leidt…, wat gebeurt er als gevolg van, uitgangspunten van
toetsen en hypothesen
, DOELSTELLING
Wetenschappelijke relevantie = kennisprolbeem → bijdragen aan kennisvorming
Maatschappelijke relevantie = praktijkprobleem → voor welke groep/ organisatie is het onderzoek
waardevol?
Context: Doelstelling bepaald in overleg met opdrachtgever (afhankelijk van maatschappelijke,
politieke en sociale trends)
THEORETISCH RAAMWERK
Theoretisch raamwerk = een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid (relatie tussen
eigenschappen)
• Relatie tussen eigenschappen (samenhang tussen eigenschappen →)
• Oorzakelijk verband tussen eigenschappen (er is een oorzaak een gevolg →)
• Intermedierende factoren (mediatie)
o Afhankelijke en onafhankelijke (verwachting) variabele
▪ Afhankelijke variabele hangt af van de onafhankelijke variabele
• Interacterende factoren (moderatie) (3e variabele heeft invloed op 2 variabele)
Mate van controle van onderzoeker: oorzakelijk verband = veel controle
• Andere kenmerken uitsluiten
• Beschrijvend onderzoek = minder controle
Tijdsperspectief
Verleden of heden
Dataverzamelingsmethoden
• Interview
• Vragenlijst
• Obeservatie
Typen van verzamelde informatie
• Kwantitatief (getalsmatige informatie)
• Kwalitatieve informatie (informatie in tekst beeld en geluid)
o Uitschrijven van interviews
• Gemengde methoden (mixed method)
Bij wie?
• Personen of organisatieniveau
• Respondenten = wie moeten er antwoord geven
o Vaak individuen maar soms ook dieren
• Taak onderzoeker:
o Definieren en identificeren
o Steekproeftrekken
▪ Willekeurig of niet
Primair onderzoek = zelf gegevens verzamelen
• Laberatorium
Secundair ondrezoek = gebruikmaken van bestaande gegevens
• Archieven
• leerlingvolgsysteem