HBO Social Work Voltijd (Hogeschool Windesheim in Zwolle)
Samenvatting (alle hoofdstukken die de docent heeft aangegeven, zijn hier beschreven. +
De vier experts en hun theorieën zijn bij elkaar gesorteerd)
Lilian de Lange
,Inhoudsopgave
H1.1....................................................................................................................................................3
1.3 en 1.5............................................................................................................................................4
H2.3....................................................................................................................................................8
2.5.....................................................................................................................................................10
2.6.....................................................................................................................................................10
H3.3..................................................................................................................................................12
H3.5..................................................................................................................................................15
H4.3..................................................................................................................................................17
H4.6..................................................................................................................................................18
H4.7..................................................................................................................................................19
Acht (8) fasen model van Erikson.....................................................................................................21
H5.4.1 t/m 5.4.3...............................................................................................................................23
H5.6 morele ontwikkeling.................................................................................................................26
H5.7 sociale ontwikkeling.................................................................................................................28
5.8 contact met andere sekse...........................................................................................................29
H6.2..................................................................................................................................................30
H6.3 ontwikkeling eigen geweten....................................................................................................31
H6.4..................................................................................................................................................31
H6.5 Normaal of abnormaal gedrag.................................................................................................33
H6.7 Het psychosociaal moratorium: identiteitsstatus ontwikkeling...............................................34
De 4 experts in het boek levensfasen...................................................................................................37
Expert Jean Piaget:...........................................................................................................................37
Expert Kohlberg:...............................................................................................................................41
Expert Erikson...................................................................................................................................43
Expert Bowlby:..................................................................................................................................45
,H1.1
Conceptie = het menselijk leven start na de bevruchting
Nature en nurture = Aspecten van menselijk gedrag
Verklaringsmodel menselijk gedrag = combinatie aanleg en aanleren
Gedrag is aangeleerd door omgeving. (nurture)
Gedrag wordt bepaald door aanleg. (nature)
Voorbeelden van aanleg/nature:
Voorbeelden van aanleren/nurture:
Na de geboorte
- Nature: Genen (uiterlijk, temperament) 40-50%
Nurture:
- Prenatale factoren
- Postnatale factoren
- Omgeving
- Individuele ervaringen
- Traumatische factoren
Onderscheid in de lichamelijke ontwikkeling: ontwikkeling van het specifieke individu (ontogenese)
en ontwikkeling van de soort (fylogenese)
Bij ontogenese speelt de interactie met de omgeving (moeder) een belangrijke rol. Bij fylogenese
speelt de ontwikkeling van de soort, de erfelijkheid meer de rol.
Prenatale ontwikkeling is afhankelijk de volgende 3 factoren:
1. Groei – toename van cellen, lengte en gewicht (erfelijk)
2. Rijping – in staat zijn om nieuwe functies te vervullen, nauwelijks beïnvloedt door de
omgeving, gebeurt min of meer automatisch; grotendeels autonoom proces waarin een
mens in staat is om steeds meer functies te vervullen
• Een lichamelijk of fysiologisch proces, dus vooral nature.
• Gaat om de ontwikkeling van het individu als een functie van de tijd.
De invloed van nurture zijn teratogenen
3. Rijping en leren beïnvloeden elkaar en het is moeilijk de specifieke bijdrage van elk te
onderscheiden.
Het groeien van een kind is een rijpingsproces; rijping is essentieel voor het leerproces. Zo
, heeft het weinig zin met een kind het lopen te oefenen zolang de hiervoor noodzakelijke
delen van het bewegingsapparaat (spieren, gewrichten, zenuwverzorging) nog niet rijp zijn
• Leren hangt sterk samen met groei en rijping.
• Leren is via interactie met de omgeving. Zodoende verwerf je kennis, inzicht en
vaardigheden.
Verschil tussen rijping en leren: Bij rijping gaat het dan om
lichamelijke groei. Bij leren gaat het om het verwerven van
kennis, inzicht en vaardigheden
Menselijke biologische ontwikkeling
1. Conceptie: bevruchting eicel met zaadcel (bevruchte
eicel = zygote)
2. Prenatale fase
- Eerste trimester (embryonale fase) bestaat uit 2 periodes:
(periode 1) eerste 2 weken de germinale fase (fase waarin de celdeling van de zygote
plaatsvindt), in de 3e week vormt het brein zich
(periode 2) 6 tot 10 weken -> ontwikkeling zenuwstelsel, ogen, hart, oren, tanden,
gehemelte, externe genitaliën. Met 9 weken een embryo van 3 centimeter, na 12 weken is de
structurele uitbouw volledig en wordt het een foetus genoemd
- Tweede trimester (3e tot en met 7e maand) foetus gaat buigen, strekken, handen sluiten en
kruip- en klimbewegingen doen (21 weken). Halverwege de zwangerschap is de foetus 25
centimeter. Reflexen ontwikkelen (deze geven informatie over het functioneren van de
hersenen). Eind 5e maand bijna alle hersencellen ontwikkeld, beweegt foetus minder en
worden zintuigen ontwikkeld.
- Derde trimester (laatste 3 maanden) snelle gewichtstoename, moeilijker bewegen, vaste
positie (meestal hoofd naar beneden), met 8 maanden 2700 gram en 45 centimeter lang.
Foetus kan licht en donker zien, bij harde muziek hoge tonen horen, smaken onderscheiden
(liefste zoete smaak).
1.3 en 1.5
Leer theoretische / behaviouristische visie
-> leeg blad en wordt bepaald door leerervaringen, wellicht prenatale geconditioneerd (nurture)
Biologische visie
-> interne of erfelijke invloeden bepalen de mens, geen sprake van prenataal bewustzijn (nature)
Omgevingspsychologische visie
-> wisselwerking tussen de sociale en ruimtelijke/materiele omgeving -> verschillen in hartslag
duiden op besef en weten (nurture)
Cognitivistische visie
-> informatieverwerking en zelfsturing zijn bepalend-> bewustzijn wordt aan vorming geheugen
gekoppeld. Vóór geboorte was geen sprake van geheugenvorming en geheugenstrategieën (nurture)
Psychoanalytische visie
-> visie waarbij biologische aanleg en opvoedingservaringen in eerste levensjaren belangrijk zijn voor
de persoonlijkheid die ontwikkelt. Wel sprake van besef in baarmoeder, maar later vergeten en
opgeslagen in onbewuste. (nature en nurture)
Humanistische visie
-> individuele beleving, zelfontplooiing en eigen verantwoordelijkheid zijn bepalend -> mix van
behaviouristische en psychoanalytische visie (nurture)
Bio-ecologische visie-> interactie tussen individu en meerdere omgevingen -> verschillende lagen
hebben verschillende mate van invloed (nurture)