Samenvatting personeelsmanagement.
Hoofdstuk 4
Functievorming:
1. Taakvorming: afgerond geheel van werkzaamheden. (bijvoorbeel een docent heeft als
taken: lesgeven, toetsing, mentorschap etc.)
2. Taken en uren: het bepalen per taak hoeveel uur daaraan besteed moet worden.
Nauwkeurigere berekening is mogelijk met een jaartaakbelastin waarin meegenomen de
seizoensinvloeden (pieken en dalen).
3. Functievorming: Taken die bij elkaar horen worden gegroepeerd in een functie.
4. Bevoegdheden en verantwoordelijkheden:
a. Bevoegdheid: houdt een (voor)recht in. ‘’Wat mag je doen om je werk goed uit te
kunnen voeren.
b. Verantwoordelijkheid: houdt een plicht in, je bent hierop aanspreekbaar. “wat
moet je doen om het werk goed uit te voeren.”
Functiebeschrijving: gedetailleerde opsomming van alle zaken die te maken hebben met jouw
functie.
- Typering van de onderneming
- Functie naam
- Plaats in de organisatie (organogram)
- Taken
- Contacten
- Bevoegdheden
- Verantwoordelijkheden
- Werkomstandigheden (fysieke ruimte waar je werkt)
- Functie eisen
- Functiewaardering (welke loonschaal?)
- Functiebeoordeling
Prioriteitenmatrix van Eisenhouwer: het indelen van taken op basis van belangrijkheid en
urgentie.
Register referentiefunctie horeca: hier kan je informatie verkrijgen over hoe een functie in te
delen. Er staan voorbeeld functies op deze website die over te nemen zijn of waarvan je onderdelen
kunt gebruiken voor een eigen functie.
, Het personeelsbudget
Brutoloon (het afgesproken loon op de overeenkomst)
- Inhoudingen (inhoudingen door het bedrijf, o.a. loonbelasting en pensioenpremies).
+ vergoedingen (vergoedingen door bedrijf voor gemaakte kosten van personeel)
= Nettoloon (bedrag dat wordt overgemaakt door werkgever aan werknemer)
Brutoloon: dit is het loon dat is afgesproken met de werkgever n de arbeidsovereenkomst. Het
bestaat uit:
- Brutoloon (kan ook stukloon zijn)
- 8% vakantietoeslag (wettelijk geregeld als minimum)
Inhoudingen: over het brutoloon moet nog loonheffing betaalt worden. Dit bestaat uit:
1. Loonheffingen:
a. Loonbelasting (voorheffing op inkomstenbelasting.)
b. (voorheffing op) premies voor volksverzekering
i. Algemene OuderdomWet (AOW)
ii. Algemene NabestaandenWet (ANW)
iii. Wet Langdurige Zorg (WLZ)
iv. Wajong (jong gehandicapten)
2. Pensioen premie
a. Premie voor een later uit te keren loon bovenop de AOW. Deze wordt na de
pensionering uitgekeerd vanuit de pensioensverzekering.
Werknemersverzekeringen: worden betaald door de werkgever:
- WLZ: wet langdurige zorg
- WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (arbeidsongeschikten van vóór 1
januari 2004)
- WIA: Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen
- WW: Werkeloosheidswet
- ZW: Ziektewet
Nettoloon: het uiteindelijke loon dat je als werknemer uitbetaald krijgt.
Personeelsbudget en kosten.
Personeelsbudget bestaat uit het primaire personeelsbudget en het secundaire personeelsbudget.
1. Primair personeelsbudget:
a. Ook wel loonbudget, bestaat uit de brutolonen, sociale werkgeverspremies en
vakantiegeld.
2. Secundair personeelsbudget:
a. Kosten voor personeelsuitje, kantinekosten, onkosten, opleidingen enz.
Het personeelsbudget kan geschat worden op 1,3 x het brutojaarloon.
Hoofdstuk 4
Functievorming:
1. Taakvorming: afgerond geheel van werkzaamheden. (bijvoorbeel een docent heeft als
taken: lesgeven, toetsing, mentorschap etc.)
2. Taken en uren: het bepalen per taak hoeveel uur daaraan besteed moet worden.
Nauwkeurigere berekening is mogelijk met een jaartaakbelastin waarin meegenomen de
seizoensinvloeden (pieken en dalen).
3. Functievorming: Taken die bij elkaar horen worden gegroepeerd in een functie.
4. Bevoegdheden en verantwoordelijkheden:
a. Bevoegdheid: houdt een (voor)recht in. ‘’Wat mag je doen om je werk goed uit te
kunnen voeren.
b. Verantwoordelijkheid: houdt een plicht in, je bent hierop aanspreekbaar. “wat
moet je doen om het werk goed uit te voeren.”
Functiebeschrijving: gedetailleerde opsomming van alle zaken die te maken hebben met jouw
functie.
- Typering van de onderneming
- Functie naam
- Plaats in de organisatie (organogram)
- Taken
- Contacten
- Bevoegdheden
- Verantwoordelijkheden
- Werkomstandigheden (fysieke ruimte waar je werkt)
- Functie eisen
- Functiewaardering (welke loonschaal?)
- Functiebeoordeling
Prioriteitenmatrix van Eisenhouwer: het indelen van taken op basis van belangrijkheid en
urgentie.
Register referentiefunctie horeca: hier kan je informatie verkrijgen over hoe een functie in te
delen. Er staan voorbeeld functies op deze website die over te nemen zijn of waarvan je onderdelen
kunt gebruiken voor een eigen functie.
, Het personeelsbudget
Brutoloon (het afgesproken loon op de overeenkomst)
- Inhoudingen (inhoudingen door het bedrijf, o.a. loonbelasting en pensioenpremies).
+ vergoedingen (vergoedingen door bedrijf voor gemaakte kosten van personeel)
= Nettoloon (bedrag dat wordt overgemaakt door werkgever aan werknemer)
Brutoloon: dit is het loon dat is afgesproken met de werkgever n de arbeidsovereenkomst. Het
bestaat uit:
- Brutoloon (kan ook stukloon zijn)
- 8% vakantietoeslag (wettelijk geregeld als minimum)
Inhoudingen: over het brutoloon moet nog loonheffing betaalt worden. Dit bestaat uit:
1. Loonheffingen:
a. Loonbelasting (voorheffing op inkomstenbelasting.)
b. (voorheffing op) premies voor volksverzekering
i. Algemene OuderdomWet (AOW)
ii. Algemene NabestaandenWet (ANW)
iii. Wet Langdurige Zorg (WLZ)
iv. Wajong (jong gehandicapten)
2. Pensioen premie
a. Premie voor een later uit te keren loon bovenop de AOW. Deze wordt na de
pensionering uitgekeerd vanuit de pensioensverzekering.
Werknemersverzekeringen: worden betaald door de werkgever:
- WLZ: wet langdurige zorg
- WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (arbeidsongeschikten van vóór 1
januari 2004)
- WIA: Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen
- WW: Werkeloosheidswet
- ZW: Ziektewet
Nettoloon: het uiteindelijke loon dat je als werknemer uitbetaald krijgt.
Personeelsbudget en kosten.
Personeelsbudget bestaat uit het primaire personeelsbudget en het secundaire personeelsbudget.
1. Primair personeelsbudget:
a. Ook wel loonbudget, bestaat uit de brutolonen, sociale werkgeverspremies en
vakantiegeld.
2. Secundair personeelsbudget:
a. Kosten voor personeelsuitje, kantinekosten, onkosten, opleidingen enz.
Het personeelsbudget kan geschat worden op 1,3 x het brutojaarloon.