College 1 – Inleiding (H1, H2, H3)
11-2-2020
- Toets 90V2-ORTPM
o Gezamenlijk toets psychopathologie en orthopedagogiek
▪ 6 open vragen bij ieder vak
▪ Casus waarbij er per vak 2 open vragen worden gesteld
waarbij je de stof moet toepassen
o Onder gecontroleerde omstandigheden
- Te kennen hoofdstukken (orthopedagogiek)
o H1, H2, H3, H5, H6.3, H7, H10.6, H1, H12, H13 en H14
- Te kennen hoofdstukken (inleiding in de pedagogiek)
o H4 en H10
- H7 Van Hoof & de Vries → Silverpoint
- College 1: H1,2,3
- College 2: H10.6, H11 en H12
- College 3: H4 Becker en H7 Van Hoof & de Vries
- College 4: H10 Becker, H6.3, H7, H13 en H14 van Sprang
- Pedagogiek
o Opvoedkunde
▪ Richt zich op het handelen / vaardigheden van de opvoeder
▪ Ervaringskennis (vaak met ouders)
o Opvoedingsleer
▪ Richt zich op het vergaren van kennis over opvoeden
▪ Praktijkkennis
o Opvoedingswetenschap
▪ Handelingswetenschap: theorieën en methoden
▪ Theoretische kennis
- Opvoeding (volgens Becker)
o Opvoeding is álle omgang tussen ouder en kind waarbij de ouder
gericht een relatie aangaat met het kind
o In deze omgang biedt de ouder liefde, geborgenheid, veiligheid,
intimiteit, aandacht, grenzen, instructie, ondersteuning en controle
o Hierdoor zal het kind tot zelfontplooiing komen, over het nodige
zelfvertrouwen, de nodige zelfstandigheid en zelfredzaamheid
beschikken om richting te geven aan zijn verdere leven
,- Opvoedingsopgave
o Iedere opvoeder (ouder) staat voor een opvoedingsopgave
o Alle gedragingen van de opvoeder die het mogelijk maken het kind
optimaal te laten ontwikkelen
o Een veilige en uitnodigende leefomgeving
o Liefde, hulp en ondersteuning van de opvoeder
o De wijze waarop de opvoeder dit doet is belangrijk → opvoedingsstijl
- De cultuur en periode waarin men opgroeit, bepalen in grote mate de
wijze waarop een opvoeding plaatsvindt. Iedere tijd en samenleving heeft
zijn eigen ideeën, opvattingen en idealen
- In deze tijd zijn alle gezinsvormen mogelijk; samengestelde gezinnen of
eenoudergezinnen etc.
- De manier waarop opvoeders met hun kinderen omgaan, ligt veelal in een
bepaald uitgangspunt of ‘mensbeeld’ ten grondslag
- Belemmeringen in de opvoeding
o Opvoedingsproblemen
▪ Bijzondere omstandigheden
▪ Hulp bieden bij de opvoedingsopgaven
▪ Gedeeltelijk, tijdelijk of permanent overnemen van de opvoeding
(door bijv. uithuisplaatsing, onder toezicht stelling)
o De voorgaande punten vinden plaats als: De ontwikkeling van het
kind komt in het geding
o Er is hier sprake van een orthopedagogische vraagstelling
- Wanneer is er sprake van een orthopedagogische vraagstelling?
o Als het kind in zijn of haar gedrag aangeeft waar orthopedagogisch
handelen gewenst en noodzakelijk is → wij als professionals moeten
het gedrag van het kind kunnen lezen en de bijpassende hulp kunnen
bieden of inschakelen
o De opvoeders (ouders) kunnen het gedrag over het algemeen goed
‘lezen’, maar zitten verlegen om handelingsmogelijkheden
▪ Voorbeeld van het kind met ADHD → orthopedagogische
vraagstelling → ‘Geef mij een rustige, prikkelarme omgeving in
deze drukte’ of ‘Geef mij duidelijkheid, zodat ik weet waar ik aan
toe ben en wat ik kan verwachten’.
,- Observeren is heel belangrijk bij orthopedagogiek
- Het terrein van de orthopedagogiek
o De problematische leer- en opvoedingssituatie van kinderen en
jeugdigen
- De taak van de orthopedagoog
o Hulp bieden aan het in zijn/haar ontwikkeling bedreigde kind
- De orthopedagogiek richt zich op:
o Zintuigelijke functioneringsproblemen
o Motorische functioneringsproblemen
o Cognitieve functioneringsproblemen
o Emotionele functioneringsproblemen
o Meervoudige functioneringsproblemen (combinatie van)
o Problematische functioneringsproblemen
- Hulpwetenschappen
o Het werkgebied van de orthopedagogiek is vaak erg breed en complex
en gebruikt kennis van:
▪ De psychiatrie; psychologie; sociologie; filosofie
o Een orthopedagoog werkt vaak in een multidisciplinair team samen
met:
▪ Psychiater
▪ Psycholoog
▪ Arts
▪ Fysiotherapeut
▪ Logopedist
▪ Maatschappelijk werker
▪ Agogisch medewerkers
▪ Ervaringsdeskundigen
- De praktijk van het handelen
o Moet zoveel mogelijk gericht zijn op de mogelijkheden en talenten van
ieder individu
o Gericht op het creëren van optimale ontplooiingsmogelijkheden
- Pedagogische opvoedingsdoelen
o Doel van ouders: de kinderen op laten groeien tot een volwassen
persoon die zich zelfstandig kan handhaven in de maatschappij →
intentioneel opvoeden
▪ Zelfstandigheid
▪ Zelfredzaamheid
▪ Zelfvertrouwen
, o Doel van opvoeders (ouders of orthopedagogen) van kinderen met
een beperking → het kind helpen zich optimaal te ontwikkelen en te
ontplooien, te streven naar een voor hem/haar bereikbare mate van
lichamelijke en geestelijke volgroeidheid
o → ouders zullen hun toekomstbeeld en hun doelen moeten
bijstellen, zij zullen hun kinderen creatiever en intenser hulp
moeten bieden
- Bijzondere opvoeding
o Opvoedingsfactor
▪ Niet bewuste keuze van de opvoeder
▪ Het zijn stimulerende situaties die het kind aanzetten tot acties
(imitaties)
o Opvoedingsmiddel
▪ Binnen de orthopedagogiek maakt men veel gebruik van
specifieke opvoedingsmiddelen
▪ Bewust en doelgericht
▪ Handelingen, activiteiten en situaties om opvoedingsdoelen te
bereiken zoals:
• Belonen
• Straffen
• Stimuleren
• Uitleggen
• Voordoen