Orgaansystemen // Hoorcolleges Embryologie 1; bevruchting/innesteling 11-11
Het begin
Zaadcel (spermatozo) + eicel (ovum) = Bevruchte eicel (zygote)
Definities
Bevruchting = fertilisatie = conceptie
Geslachtcellen (gameten) —> spermatozo en eicellen
Gameten ontstaan in gonaden (geslachtsklieren) —> testis
(zaadballen) en ovarium (eierstok)
Gametogenese
oögenese: spermatogenese:
oögonium 46 = diploïd spermatogonium
ovum 23 = haploïd spermatozo
De zaadcel geeft de kern chromosomen door aan het kind. De eicel geeft
kernchromosomen + celorganellen aan het kind. De vrouw heeft dus meer invloed tijdens
de bevruchting.
Ovarium
Eens in de twee maanden per ovarium gaat het rijpingsproces richting een follikel. De
eicel zit in een blaasje met vocht —> de follikel. Dit blaasje wordt steeds groter, doordat
het gevuld wordt met vocht. Wanneer de follikel met daarin de eicel knapt wordt het
afgeschoten richting de fimbriae. De fimbriae vangt de eicel op. Zo kan de eicel worden
bevrucht en worden vervoerd naar de uterus.
,Blok: orgaansystemen; embryologie Freeke Coppens; ACTA
De zaadcel
Kop
- Kern; haploïde chromosomen
- Acrosoom —> bevat eiwit splitsende
enzymen om de and van de eicel te
kunnen binnendringen.
Tussenstuk
Het verdikte deel achter de kop van de
zaadcel bevat veel mitochondriën. Deze
voorzien de zaadcel van energie om voort te
kunnen bewegen riching de eicel.
Hoe meer mitochondriën, hoe actiever de
zaadcel.
Staart
De staart van de zaadcel is 65 mircometer lang.
Een spermatozoïde = actieve gameet
De eicel
De eicel is 3x zo goot dan de lengte van de
zaadcel.
Ovum
- Kern; haploïde chromosomen
- Membraan
Zona pellucida = de zonde die doorboord
moet worden door de zaadcel.
Corona radiata (stralenkrans) met
follikelcellen —> Overblijfselen van het uit
elkaar klappen van de follikel met daarin de eicel.
De follikelcellen zijn diploïde cellen.
De eicel = passieve gameet
Buitenbaarmoederlijke zwangerschap
Verschijnsel zwangerschap buiten de baarmoeder. Kritieke toestand voor moeder en kind.
Baarmoeder is gemaakt voor het uitrekken en groeien. Buiten de baarmoeder kan het
kind wel groeien maar het is er niet voor gemaakt.
Een tandarts moet bij zwangere vrouwen goed letten op de gebitselementen.
, Blok: orgaansystemen; embryologie Freeke Coppens; ACTA
Stappen van een bevruchte eicel
Uterus
—> spierlaag = myometrium
—> slijmvlieslaag = endometrium
Het endometrium groeit elke
maand weer.
Bij bevruchting
Als de eicel is bevrucht blijft het
endometrium groeien door
stimulatie door een hormoon.
Geen bevruchting
Wanneer de eicel niet wordt
bevrucht breekt het zich
maandelijks weer af.
Ovulatie = eisprong, eicel verlaat
de eierstok.
De bevuchting vindt plaats in de distale tubus van de eileider.
Rond dag 6 vindt de innesteling van de bevruchte eicel in de baarmoederwand plaats.
Innesteling = nidatie
Door inwerking van de uitscheidings-producten van de trophoblast wordt het
endometerium in de baarmoederwand plaatselijk verteerd zodat de blstocyste zich, met
de embryoblast naar het endometrium gericht, kan innestelen.
1e Week
Geen groei in volume van de cellen, maar groei in het aantal cellen —>
KLIEVINGSDELINGEN; cellen worden gesplitst
Dag 0 —> zygote met spermatozo
Dag 1 —> 2 dochtercellen
Dag 3 —> Morula; 16 cellen
Dag 6 —> Blastula met differentaties: 1. Embryoblast = deel gaat uitgroeien tot embryo
2. Trofoblast = onderdeel van de vliezen
3. Blastocoel = holte