Ziekteleer voortplantingsorganen
10.2 het vrouwelijk geslachtsapparaat
10.2.1 Inleiding
Voor vrouwelijke landbouwhuisdieren is het belangrijk om nakomelingen te produceren. Bij koeien
wordt er gestreefd naar 1 kalf per koe per jaar. Gemiddeld duurt de dracht 280 dagen en een
puerperium (herstel van de geslachtsorganen) ongeveer 6 weken. Bij varkens duurt de
gravideitscyclus (van partus tot partus) 147 dagen dus een zeug kan per jaar ongeveer 2,4 keer
werpen. Merries zijn seasonal breeders (afnemende daglichtlengte zorgt voor anoestrus) en hebben
een draagtijd van 330-340 dagen. Merries worden 9-11 dagen post partum weer hengstig. Bij teven
duurt het gemiddeld 6 maanden voordat ze weer loops worden.
10.2.2 Ovarium
Abnormale anoestrus
Anoestrus is de rustperiode tussen 2 cycli in. Bij mono-oestrische dieren is dit de periode tussen 2
oestrische cycli. Bij een abnormale anoestrus zijn de ovaria zonder fysiologische reden weinig actief,
zijn er geen verschijnselen van oestrus en ovulatie en is er geen ovariële cyclus.
Rund:
Bij het rund kennen we verschillende vormen. Ware anoestrus betekend geen enkele activiteit van
de ovaria, door anatomische of endocrinologische afwijkingen. Hierbij spelen voeding, leeftijd,
productie en omgevingsfactoren een rol welke het endocriene systeem kunnen beïnvloeden.
Bij rectaal onderzoek voelen de ovaria klein en hard. Er ontbreekt altijd een corpus luteum.
Therapie bestaat uit het verbeteren van de lichamelijk conditie of wachten tot het dier volwassen is.
Hormonale behandeling met progestagenen (creëren kunstmatig corpus luteum) is mogelijk.
Bij andere vormen van anoestrus is er vaak enige vorm van ovariële activiteit maar geen
oestrusverschijnselen. Bij suboestrus wordt de oestrus niet waargenomen maar is een corpus luteum
wel aanwezig.
Bij suboestrus wordt behandeld met een injectie met prostaglandine F2A, wat zorgt voor luteolyse.
Anoestrus moet niet verward worden met recente ovulatie, dan is er nog sprake van een tonische
uterus.
Varken:
Bij het varken spreken we van een anafrodisie. Dit bevat het niet of niet tijdig of onvoldoende
duidelijk berig worden. Een verlengd interval tussen spenen en inseminatie (meer dan 6 dagen) zien
we vooral bij first time moms, vaak door een negatieve energiebalans op het moment van spenen.
Omgevingsfactoren kunnen ook veel van invloed zijn.
Wanneer het probleem zich bij gelten voordoet wordt er vaak voor gekozen om ze af te voeren. Als
behandeling kan het management geoptimaliseerd worden en hormonale therapie met een
combinatie van Equine chorionic gonadotropin en human chorionic gonadotropin. eCG stimuleerd
afhankelijk van het stadium van de ovaria ontwikkeling van de follikels, hCG stimuleert de ovulatie en
luteïnisatie van al aanwezige follikels. Toediening van deze hormonen tijdens de luteale fase kan
ontwikkeling van cysteuze ovaria induceren.
Paard:
Inactieve ovaria kunnen fysiologisch zijn bij jonge merries en in het anoestrusseizoen. Bij merries met
Cushing kunnen ook soms inactieve kleine ovaria gevonden worden. Inactieve ovaria zijn klein en
hard zonder corpus luteum.
1
, Willemijn Bekkers
Therapie berust op het verkorten van de anoestrus periode door middel van een verlengd
lichtregime tijdens het anoestrusseizoen. Analogen van GnRH of progestagenen kunnen ook als
therapie worden ingezet.
Hond:
Een teef die voor 18 maanden niet loops is geweest lijdt aan primaire anoestrus. Bij een teef die al
eerder loops is geweest wordt 12 maanden of een dubbel interval aangehouden en wordt het
abnormaal verlengd interoestrusinterval. Oorzakelijk kunnen hypothyreoïdie, stille loopsheid,
iatrogeen of slechte waarneming van loopsheid zijn. Hermafroditisme of pseudohermafroditisme zijn
het vaakst oorzakelijk voor primaire anoestrus. Bij ouderen teven wordt de interoestrus interval
langer. Bij hypercortisolisme zorgt de overmaat aan cortisol voor minder gonadotrofe hormonen
Naast algemeen gynaecologisch onderzoek kunnen hormoonbepalingen en hormoon testen gedaan
worden.
Therapie is afhankelijk van de oorzaaak.
Persisterende (pro-)oestrus bij de hond
Er is sprake van persisterende (pro-)oestrus wanneer na 25 dagen nog steeds verschijnselen van
oestrogeeninvloed merkbaar zijn.
Bloederige uitvloeiing, aantrekkelijkheid voor reuen en een lage progesteronconcentratie in perifeer
bloed. Een kort interoestrus interval kan aanwijzing zijn voor een anovulatoire vorige cyclus.
Het kan veroorzaakt worden door een ovulatiestoornis, cysteuze follikels, ovariumtumoren,
iatrogeen of een leverafwijking (zeer zelden). Bij jonge honden is vaak een ovulatiestoornis
oorzakelijk.
Therapie bestaat uit GnRH preparaten om luteïnisatie te verkrijgen. Wanneer dit geen succes heeft
kunnen progestagenen (oraal in lage dosering) de symptomen stoppen. Eventueel kan een
ovariëctomie worden verricht.
Persisterende oestrus bij de fret
Fretten hebben seizoensgebonden oestrus en geïnduceerde ovulatie. Fretten kunnen een halfjaar
loops blijven.
De overmaat aan geproduceerde oestrogenen kan leiden tot beenmergsuppressie en daardoor
pancytopenie.
Er wordt daarom aangeraden om fretten waar niet mee gefokt worden de oestrus te voorkomen.
Cysteuze ovariële follikels bij het rund
Hierbij zijn de ovaria cysteus ontaard, alleen de follikel is betrokken. COF vormt onderdeel van een
endocriene stoornis waarbij hypothalamus, hypofyse, ovaria endometrium en mogelijk de bijnieren
betrokken zijn.
We zien variërende verschijnselen van anoestrus tot nymfomanie (frequent, lang en onregelmatig
tochtig).
Bij rectaal onderzoek vinden we nooit een corpus luteum maar wel 1 of meer cysten op de ovaria.
Een cyste is een follikel van meer dan 2,5 cm in diameter die langer dan 10 dagen aanwezig blijft.
Suppletietherapieën hebben de voorkeur, gebaseerd op het uitblijven van adequate hypofysaire LH-
release of het tekort aan progesteron. Dit is met behulp van GnRH of hGC of progesteron
(intravaginaal inbrengen). Daarnaast kunnen cysten transvaginaal worden aangeprikt en
leeggezogen. Een geluteïniseerde cyste kan behandeld worden met prostaglandinen.
Spontaan herstel is mogelijk maar alleen kort na de partus. De prognose is doorgaans gunstig.
Persisterende di-oestrus bij het paard
De meest voorkomende fysiologische oorzaak is waarschijnlijk het persisterende corpus luteum
(normaal afgebroken door prostaglandine F2a). Het progesteron gehalte blijft hoog waardoor de
merrie niet hengstig wordt.
2
, Willemijn Bekkers
Therapie bestaat uit toediening van exogeen prostaglandine F2a.
Een persisterende anovulatoire follikel geeft een vergelijkbaar probleem. Dit zijn follikels die niet op
het verwachte tijdstip ovuleren maar blijven groeien en worden geluteïniseerd.
Het zijn structuren van 5 tot 10 cm doorsnede met spinnenweb achtige doorsnede op een echo.
Behandeling bestaat uit exogeen prostaglandine F2a.
Neoplasieën
Ovariumtumoren bij hond en kat
Primaire ovariumtumoren komen bij hond en kat heel weinig voor. De ovariumtumoren kunnen van
epitheliale oorsprong zijn of afkomstig zijn van stroma- of kiemcellen. Adenomen/ cystadenomen of -
carcinomen zijn epitheliaal en granulosaceltumoren (meest voorkomende functionele tumor),
thecaceltumoren en luteale celtumoren zijn stromaal. De stromale tumoren zijn
hormoonproducerend. Teratomen of dysgerminomen zijn tumoren vanuit kiemcellen en gaan uit van
ectoderm, mesoderm of endoderm.
Als een ovariumtumor oestrogenen en evt progesteron produceert kan de hond verschijnselen van
persisterende (pro-)oestrus vertonen. Daarnaast kunnen verkorte interoestrusintervallen,
beenmerghypoplasei, cysteuze endometriumhyperplasie en toename van mama weefsel voorkomen.
Zowel bij hond als kat kan symmetrisch haarverlies voorkomen door folliculaire atrofie en
telogenisatie van de haarcyclus. De tumoren zijn meestal unilateraal en metastaseren zelden.
Bij ovariumtumoren van epitheliale oorsprong zien we ascites, vanwege obstructie van lymfevaten.
De oestrische cycli zijn wel normaal en de tumoren kunnen metastaseren.
Therapie bestaat meestal uit totale ovariohysterectomie tenzij de eigenaar nog graag wil fokken, dan
kan eenzijdige ovariëctomie worden overwogen.
Prognose is goed bij afwezigheid van metastasen.
Ovariumtumoren bij paard
Ovariumtumoren komen niet vaak voor. De granulosacel-thecaceltumor is de meest voorkomende
ovariële tumor. Het aangetaste ovarium produceert vaak hormonen die het gedrag van de merrie
kunnen beïnvloeden. 90% van de tumoren produceert hoge concentraties inhibine (indirect
verantwoordelijk voor atrofie van contralateraal ovarium) en is mede oorzaak van infertiliteit van de
merrie. De tumoren zijn bijna altijd unilateraal en metastaseren nauwelijks.
De merrie kan nymfomaan, anoestrisch of agressief gedrag vertonen.
Therapie bestaat uit unilaterale ovariëctomie.
Zeer zelden komen ook teratomen en carcinomen voor (vaak aanwezig vanaf de geboorte) welke per
toeval worden gevonden als de merrie wordt ingezet voor de fok. Ze zijn echografisch te
onderscheiden door aanwezigheid van bot of kraakbeen massa en gedrag en cyclus van de merrie
worden niet beïnvloed.
Ovariumtumoren bij rund
Ovariumtumoren worden niet vaak gediagnosticeerd bij het rund. Granulosatumoren zijn het meest
voorkomend en kunnen verschillende steroïden produceren maar vooral oestrogenen en
androgenen.
Bij oestrogeenproductie kunnen de koeien nymfomaan worden, bij progesteron of androgenen zijn
ze meestal anoestrisch. Metastasering is zeldzaam.
Ovariumtumoren bij pluimvee
Ovariumtumoren zien we voornamelijk bij kippen die in de eerste levensweek geïnfecteerd zijn met
het Marekvirus. Door een mutatie in het aviaire retrovirus van aviaire leukose kan deze nu ook
ovariumtumoren veroorzaken. Bij oudere kippen worden regelmatig granulosa-thecaceltumoren van
het ovarium gevonden en deze produceren veel oestrogenen.
3
, Willemijn Bekkers
Door de oestrogenen gaan hennen uitwendige kenmerken vertonen van leggende hennen maar
leggen geen eieren. Soms kan door tumorvorming in het linker ovarium het rudimentaire rechter
ovarium zich ontwikkelen tot testis en testosteron produceren. Hierdoor krijgen hennen sporen, een
grote kam en een hanenstaart.
10.2.3 Uterus en cervix
Endometritis
Endometritis is een ontsteking van het endometrium van de uterus. Bij een metritis is ook het
myometrium betrokken. Bij een pyometra is er sprake van een endometritis waarbij de cervix
gesloten is en de uterus overvuld is met purulent exsudaat. Normaal vormen de vulva, het vestbulum
vaginae en de overgang van het vestibulum naar de vagina samen met de cervix een natuurlijke
fysieke barrière. Verstoring van de barrière kan uteriene infecties veroorzaken. Tijdens de oestrus en
tijdens inseminatie of dekking wordt deze barrière verbroken. Op deze 2 momenten staat het
geslachtsapparaat onder invloed van oestrogenen, waarbij het endometrium hyperemische wordt en
een verhoogde leukocytenactiviteit en uterusactiviteit vertoond en de pH ongunstig is voor
pathogenen. Het geboorteproces loopt niet aseptisch en bij runderen wordt pas 3 weken post
partum bij 75% van de koeien geen kiemen meer in uterussecretum aangetroffen. Het aantal kiemen
per milliliter lochia blijkt afhankelijk te zijn van de hygiënische omstandigheden van de partus, het
verloop van de partus en puerperium. We onderscheiden 2 vormen van post partum, acute
endometritis puerperalis en chronische endometritis puerperalis. Bij het paard zien we vooral acute
endometritis post partus of na inseminatie of dekking en bij hond en kat zien we vooral endometritis
post oestrum en soms de acute vorm post partum. Ook spermacellen wekken een fysiologisch
ontstekingsproces op wat ervoor zorgt dat ook dode spermacellen weer worden afgevoerd. Bij het
paard wordt dit postcoïtale endometritis.
Cysteuze endometriumhyperplasie (CEH)/ endometritiscomplex bij hond en kat
Bij de teef komt endometritis post oestrum het vaakst voor. Dit is een proces wat wordt
voorafgegaan door cysteuze verandering van de uterusklieren en proliferatieve veranderingen van
het endometrium. Ook bij de poes wordt dit complex aangetroffen. Endometritis wordt slechts
zelden primair door een bacteriële infectie veroorzaakt. Geslachtshormonen (progesteron) spelen
een belangrijke rol bij het ontstaan. Door oestrogenen komen er meer progesteronreceptoren omdat
het endometrium dan gevoeliger blijft te zijn voor vreemde stoffen. Dit mede omdat tijdens de
oestrus de cervix open
staat. Doordat oudere teven
al vaak gedurende lange tijd
onder invloed van
progesteron hebben
gestaan zien we vaak een
cysteuze ontaarding van de
klierbuizen van het
endometrium en
verandering in stroma. Bij
een geringe CEH neemt de
uterus slechts weinig in
omvang toe en neemt een
kurkentrekkerachtige vorm
aan. Daarnaast is de mucosa
bedekt met blaasjes en de
uterus kan door een verhoogde secretie ook in omvang toenemen. Hierbij is de wand erg dun met
een mucoïde inhoud (mucometra).
4