Systematische naamgeving koolstofverbindingen
Bij het geven van een naam aan een organische verbinding kijk je eerst welke bijzondere structuurelementen er
in het molecuul aanwezig zijn (zie ook Binas tabel 66C en D; 66D is onduidelijk en behandelt teveel):
- Zijn er karakteristieke groepen (groepen met andere atomen dan alleen C en H)? Zijn er karakteristieke groepen
die met een achtervoegsel kunnen worden weergegeven? Karakteristieke groepen die met een achtervoegsel
kunnen worden weergegeven zijn, in volgorde van afnemende belangrijkheid (prioriteit):
De belangrijkste hiervan wordt gekozen als achtervoegsel en wordt hoofdgroep genoemd.
- Zijn er meervoudige (dubbele of drievoudige) bindingen?
- Zijn er cyclische ketens?
Vervolgens werk je de onderstaande punten in de aangegeven volgorde af:
1. Kies een hoofdketen.
2. Geef de hoofdketen een naam (de stamnaam).
3. Voeg (indien nodig) aan de naam van de hoofdketen een achtervoegsel toe.
4. Voeg (indien nodig) aan de naam van de hoofdketen voorvoegsels toe.
5. Geef (indien nodig) een nummer aan achtervoegsels, meervoudige bindingen en voorvoegsels.
Deze punten worden nu verder uitgewerkt.
1. Kies de hoofdketen op basis van de volgende punten, waarbij je de punten in volgorde afwerkt:
a. De hoofdketen bevat zoveel mogelijk hoofdgroepen.
b. De hoofdketen bevat zoveel mogelijk meervoudige bindingen.
c. De hoofdketen bevat zoveel mogelijk C-atomen (oftewel: is de langste koolstofketen).
Bij verbindingen met cyclische én niet-cyclische ketens geldt punt c niet. De keuze welke je als hoofdketen neemt
is vrij nadat je punten a en b verwerkt hebt.
Opm.: Wij beperken ons tot die gevallen waarbij de hoofdketen alle hoofdgroepen en alle meervoudige
bindingen bevat.
2. De naam van een hoofdketen bestaat uit twee delen. Het eerste deel (de stam) geeft het aantal C-atomen aan:
aantal C: 1 2 3 4 5 6
stam: meth eth prop but pent hex
Vanaf 5 C-atomen wordt de stam afgeleid van Griekse telwoorden: zie Binas tabel 66C.
Het tweede deel (de uitgang) geeft aan of er enkele, dubbele of drievoudige bindingen zijn:
-aan: alleen enkele bindingen
-een: één dubbele binding (-adieen: twee dubbele bindingen etc.)
-yn: één drievoudige binding (-adiyn: twee drievoudige bindingen etc.)
-enyn: één dubbele en één drievoudige binding
Bij cyclische ketens wordt “cyclo-” voor de naam geplaatst, behalve bij zogenaamde aromatische ringstructuren:
daar worden aparte namen voor gebruikt, zoals benzeen (C6H6) :
Voorbeelden (nog zonder nummers):
methaan etheen propyn butadieen butenyn cyclopropaan