Les 1 - Epitheelweefsel
Epitheelweefsel
1. Eenlagig plat epitheel
2. Eenlagig kubus
3. Eenlagig cilindrisch epitheel
4. Meerlagig
5. ..
6. Meerrijg (pseudomeerlagig) Cilindrisch epitheel
, • Kenmerken
o Cellen strak met elkaar verbonden
o Oriëntatie:
▪ apicaal (buitenzijde van epitheel)
▪ basaal (bij basaalmembraan)
o Microvilli & cilia (apicale zijde) → oppervlakte vergroting
o Verschillende soorten (zie vorige dia)
o Bedekkend ↔ secretoir epitheel (klieren)
• Functies
o Bedekken en beschermen van oppervlakten
o Absorptie
o Secretie
Basaalmembraan (basement membraan)
• Grens tussen epitheel en (bind)weefsel
o Lamina basalis (basal lamina) +
o Lamina reticularis (reticular lamina)
• Functie
o Filter (bepalen welke moleculen erdoor kunnen)
o Constructieve steun (→ hechting)
Lamina basalis: hechting epitheelcellen
- integrines van de epitheelcel verbinden met collagene vezels uit de lamina basalis
- lamina basalis → is de echte basaal membraan
- integrines zijn verbonden met de cellen
Verbindingen tussen cellen
• Uitgebreid aanwezig in epitheel
o Tight/occluding junctions
o Adherens junctions
o Desmosomes
o Hemidesmosomes
o Gap junctions
,Tight junctions (zonula occludens)
- zorgen voor afsluiting (geen water kan tussen de cellen komen)
- aan bovenkant
- Occluding: ‘afsluitend’
→ Moleculen moeten door de cel (transcellulaire pathway) i.p.v. langs de cel
(paracellulaire pathway)
- Transmembraan eiwitten occludine en claudine grijpen in elkaar
→ kunnen aangetoond worden met immunologie
Adherens junctions (zonula adherens)
- aan bovenkant (net onder occluding junction)
- adherent: ‘hechtend’ → verbind cellen stevig met elkaar → zorgen voor communicatie
- transmembraan eiwitten cadherines grijpen in elkaar
Desmosoom
- Lateraal en basaal (= hemidesmosoom)
- dubbel hemidesmosoom → sterkste verbinding
- Geen ‘ring’ maar een ‘spot’ (macula) → Verbindt cellen stevig met elkaar (adherens)
- Transmembraan eiwitten cadherines
- Hemidesmosoom: integrines
• Voorbeeld:
o Stratum spinosum (prickle cell layer) van de huid
o Zeer veel desmosomen → om ervoor te zorgen dat de cellen vast blijven zitten
o Krimp tijdens fixatie: cellen met ‘spina’
Gap junctions (nexus verbinding)
• Communicatiekanaaltjes → gaat echt iets doorheen
• Transmembraan eiwitten: connexins
o Vormen ring van 6: connexons
o Veel connexons naast elkaar = gap junction
• Het gat is Ca 1,5 nm in diameter
→ Bijv. signaal transductie moleculen
Cytoskelet
is een netwerk van vezels
bestaat uit:
• Microtubuli (rond de kern en in de cel)
, o Doorsnede van 25 nm
• Microfilament (actine filamenten)
o Doorsnede van 5-7 nm
• Intermediair filament
o Doorsnede van 8-10 nm
▪ Keratine
▪ Vimentine
▪ Desmine
▪ GFAP
▪ Neurofilament
▪ Lamine
Celoppervlak specialisaties → apicaal
• Microvilli (actine)
o Oppervlakte vergroting
o Zitten in de darmen
o Ca. 1 x 0,1 micrometer
• Cilia (microtubuli)
o (zeer) Beweeglijk, langer dan
microvilli
o Zitten in de longen
o Bevatten microtubuli
o Ca. 5-10 x 0,2 micromteter
o 9x2 + 2
o Dyeïne → zorgt voor de beweging
• Stereocilia (actine)
o Langer dan microvilli
o Bijv. in mannelijk geslachtsorgaan en in je oor → Oppervlaktevergroting voor
absorptie en secretie (functie lijkt op microvilli)
o Binnenoor → sensorische cellen
o Hypertrofie → cel onder sport of stress wordt groter
o Hyperplasie → cel onder stress of schadelijke stoffen gaat vermeerderen
o Atrofie → cel onder stress wordt kleiner
Klieren
• Epitheelcellen met als voornaamste functie produceren en secreteren van macromoleculen
• Soorten producten:
→ Eiwitten, vetten, koolhydraten, combinaties, water (zweet)
, • Soorten klieren:
o Exocrien → geeft naar buiten af (zweet)
o Endocrien → geeft naar binnen af (hormonen)
Vorming van exocriene en endocriene klieren
Klier groeit naar binnen (exocriene klier met kanaal)
Klier groeit naar binnen (endocriene klier zonder kanaal maar met bloedvaten)
Pancreas
heeft combinatie van endocriene en exocriene klieren
Eilandjes van langerhans → exocrien
→ pancreatitis is erg gevaarlijk, vreet alles weg (nucleases)
Exocriene klier – secretie
• Via exocytose van vesicles / secretoire granules
• Sereus ‘waterig’
o Eiwitten (vaak zonder suikergroepen) →
spijsverteringsenzymen
o Veel RER en Golgi
• Muceus ‘slijmerig’
o Glycoproteïnes (mucines)
o Vb. slijmbekercellen → Alcian Blue kleuring
• Seromuceus → combinatie
o Mix van verteringsenzymen met slijm
o Vb. speekselklieren
, Vernieuwing van epitheelweefsel
• Hoge vernieuwingsgraad (turnover)
o Staat bloot aan schadelijke invloeden van buitenaf
o Enkele dagen (maag-darm) tot 1-2 maanden (huid)
o Stamcellen in speciale ‘niches’ → zijn speciale ruimtes
• Tumorvorming door hoge turnover en schade
o Carcinoom: kwaadaardige tumor van epitheel
• Voorbeeld: cervixcarcinoom (baarmoederhalskanker)
Link HVP ↔ cervixcarcinoom
→ HPV heeft een effect op de epitheelcellen
Bevolkingsonderzoek
- cellen krijgen een afwijkend uiterlijk → cytologie
- normale cellen hebben een kleine kern en groot cytoplasma (ratio is goed)
- afwijkende cellen hebben vaak grote kern en klein cytoplasma (ratio niet in tact)