Thema 1
Algemene bouwprincipes menselijk lichaam
Anatomie ontleedkunde, een opengesneden lichaam
De wetenschap van de inwendige en uitwendige vorm, structuur en
organisatie van organismen.
De anatomische positie is staand, met de handpalmen naar voren gericht.
De rechterkant is de rechterkant vanuit de patiënt kijkend.
Richtingen en posities
Anterior – posterior
Superior – inferior
Lateraal – mediaal
Proximaal – distaal
Dorsaal – palmair/plantair
Craniaal – caudaal
Ventraal – dorsaal De anatomische vlakken
Vertakkingen aorta
Aorta ascendens het stijgende deel van de aorta
Arcus aortae de aortaboog
Aorta descendens thoracalis het dalende deel van de aorta in de
thorax
Aorta descendens abdominalis het dalende deel van de aorta in
het abdomen
Arteria iliaca communis dextra et sinistra het gezamenlijke deel
van de arterie van het darmbot dat gesplits is in een linker en
rechter deel
a. iliaca externa dextra et sinistra het deel van de gesplitste a.
iliaca communis dat meer naar buiten afwijkt, loopt door tot in het
been
a. iliaca interna dextra et sinistra het deel van de gesplitste a.
iliaca communis dat meer naar binnen wijkt, voorziet het bekken
van bloed
a. femoralis communis dextra et sinistra het deel van de aorta na de a. iliaca externa, in
het bovenbeen
,Topografische anatomie regio’s
- Hoofd
- Cervix
- Thorax
- Abdomen
- Pelvis bekken
- Extremiteiten
Bij het bekijken van het lichaam met behulp van medische hulpvorming is de afspraak dat er
altijd tegen de onderkant wordt aangekeken.
De musculus pectoralis major (grote borstspier) behoort vanwege zijn functie, het bewegen
van de arm, bij de extremiteiten. Dit geldt ook voor de musculus serratus anterior (voorste
gezaagde spier), die het schouderblad beweegt. De musculus obliquus externus abdominis is
een rompwandspier en behoort tot de romp.
Een rompwandspier is een spier die zijn oorsprong en aanhechting in de rompwand heeft.
Schoudergordel: bestaat uit de clavicula en de scapula en behoort tot de extremiteiten
Bekkengordel: bestaat uit het os caxae en het os sacrum en behoort tot de romp vanwege de
functie voor de stabiliteit van de romp.
De musculus intercostalis externus trekken de ribben omhoog bij inademhaling.
De musculus intercostalis internus trekken de ribben omlaag en helpt bij uitademing.
In de hals bevinden zich soortgelijke hulpademhalingsspieren, de musculus scalenus.
De musculus obliquus externus zorgt dat draaien met de romp mogelijk is.
De musculus obliquus internus maakt het intrekken van de buik mogelijk en draaien van de
wervelkolom.
De musculus rectus abdominis zorgt dat flexie mogelijk is en stabiliseert de romp
De musculus transversus abdominis kan de ribben en buikwand samentrekken en zorgt voor
stabiliteit.
De grens tussen thorax en abdomen is het diafragma. Het is dé respiratoire spier. De
bovenkant van het diafragma bevindt zich net onder de tepels. De onderkant zit aan de
onderste ribben vastgehecht. Door de parachutevorm omvat het ook de hoger liggende
buikorganen. Het diafragma bestaat uit een pezig en een gespierd deel. De vena cava inferior
loopt door het pezige deel om te voorkomen dat deze dichtgeknepen wordt. De oesophagus
(ter hoogte van T10) en aorta (ter hoogte van T12) lopen door het gespierde deel.
De grens tussen de thorax en hals ligt boven de clavicula. De longen steken hier iets bovenuit
maar behoren tot de thorax.
, Bouwplan topografie; rompwand
Segmentatie houdt in dat de bouwelementen van een lichaam dezelfde onderdelen
bevatten. De bouwelementen zijn op elk segmentaal niveau gelijk.
Algemene bouw
Vijf regio’s met in totaal 33 wervels
o Cervicaal 7
o Thoracaal 12
o Lumbaal 5
o Sacraal 5
o Coccygeale 4
Verbonden met
o Synoviale gewrichten
o Tussenwervelschijven
o Ligamenten
Spieren
o Intrinsiek (bevinden zich direct in een
bepaald lichaamsonderdeel, bv hand)
o Extrinsiek (bevinden zich in de
omgeving van een bepaald lichaamsdeel, zoals de onderarm)
Standen wervelkolom
Lordose: voorwaartse kromming
Kyfose: achterwaartse kromming
Scoliose: zijwaartse kromming
Bij een abnormale kromming spreek je van hyperkyfose of hyperlordose.
De standaard wervel
De standaardwervel is een thoracale wervel.
- Corpus vertebrae = wervellichaam, vangt
de kracht op
- Lamina arcus vertebrae = platte deel van
de wervelboog
- Pediculus arcus vertebrae = boogvoetjes
- Processus spinosus = dorsale uitsteeksel
- Processus transversi = laterale uitsteeksel
- Processus articularis = de plek waarmee
een wervel vastzit aan een andere wervel
- Foramen vertebrale = de holte in de wervelboog
- 4 gewrichtsvlakjes waar de wervels ten opzichte van elkaar kunnen bewegen
De wervels zijn op lumbaal niveau groter omdat deze meer gewicht moeten dragen. Tussen
de wervels zitten tussenwervelschijven. Dit zijn kussentjes gevuld met vocht die zorgen voor
demping. Als deze uitbollen kan het ruggenmerg of de spinale zenuwen klem komen te
zitten.
Algemene bouwprincipes menselijk lichaam
Anatomie ontleedkunde, een opengesneden lichaam
De wetenschap van de inwendige en uitwendige vorm, structuur en
organisatie van organismen.
De anatomische positie is staand, met de handpalmen naar voren gericht.
De rechterkant is de rechterkant vanuit de patiënt kijkend.
Richtingen en posities
Anterior – posterior
Superior – inferior
Lateraal – mediaal
Proximaal – distaal
Dorsaal – palmair/plantair
Craniaal – caudaal
Ventraal – dorsaal De anatomische vlakken
Vertakkingen aorta
Aorta ascendens het stijgende deel van de aorta
Arcus aortae de aortaboog
Aorta descendens thoracalis het dalende deel van de aorta in de
thorax
Aorta descendens abdominalis het dalende deel van de aorta in
het abdomen
Arteria iliaca communis dextra et sinistra het gezamenlijke deel
van de arterie van het darmbot dat gesplits is in een linker en
rechter deel
a. iliaca externa dextra et sinistra het deel van de gesplitste a.
iliaca communis dat meer naar buiten afwijkt, loopt door tot in het
been
a. iliaca interna dextra et sinistra het deel van de gesplitste a.
iliaca communis dat meer naar binnen wijkt, voorziet het bekken
van bloed
a. femoralis communis dextra et sinistra het deel van de aorta na de a. iliaca externa, in
het bovenbeen
,Topografische anatomie regio’s
- Hoofd
- Cervix
- Thorax
- Abdomen
- Pelvis bekken
- Extremiteiten
Bij het bekijken van het lichaam met behulp van medische hulpvorming is de afspraak dat er
altijd tegen de onderkant wordt aangekeken.
De musculus pectoralis major (grote borstspier) behoort vanwege zijn functie, het bewegen
van de arm, bij de extremiteiten. Dit geldt ook voor de musculus serratus anterior (voorste
gezaagde spier), die het schouderblad beweegt. De musculus obliquus externus abdominis is
een rompwandspier en behoort tot de romp.
Een rompwandspier is een spier die zijn oorsprong en aanhechting in de rompwand heeft.
Schoudergordel: bestaat uit de clavicula en de scapula en behoort tot de extremiteiten
Bekkengordel: bestaat uit het os caxae en het os sacrum en behoort tot de romp vanwege de
functie voor de stabiliteit van de romp.
De musculus intercostalis externus trekken de ribben omhoog bij inademhaling.
De musculus intercostalis internus trekken de ribben omlaag en helpt bij uitademing.
In de hals bevinden zich soortgelijke hulpademhalingsspieren, de musculus scalenus.
De musculus obliquus externus zorgt dat draaien met de romp mogelijk is.
De musculus obliquus internus maakt het intrekken van de buik mogelijk en draaien van de
wervelkolom.
De musculus rectus abdominis zorgt dat flexie mogelijk is en stabiliseert de romp
De musculus transversus abdominis kan de ribben en buikwand samentrekken en zorgt voor
stabiliteit.
De grens tussen thorax en abdomen is het diafragma. Het is dé respiratoire spier. De
bovenkant van het diafragma bevindt zich net onder de tepels. De onderkant zit aan de
onderste ribben vastgehecht. Door de parachutevorm omvat het ook de hoger liggende
buikorganen. Het diafragma bestaat uit een pezig en een gespierd deel. De vena cava inferior
loopt door het pezige deel om te voorkomen dat deze dichtgeknepen wordt. De oesophagus
(ter hoogte van T10) en aorta (ter hoogte van T12) lopen door het gespierde deel.
De grens tussen de thorax en hals ligt boven de clavicula. De longen steken hier iets bovenuit
maar behoren tot de thorax.
, Bouwplan topografie; rompwand
Segmentatie houdt in dat de bouwelementen van een lichaam dezelfde onderdelen
bevatten. De bouwelementen zijn op elk segmentaal niveau gelijk.
Algemene bouw
Vijf regio’s met in totaal 33 wervels
o Cervicaal 7
o Thoracaal 12
o Lumbaal 5
o Sacraal 5
o Coccygeale 4
Verbonden met
o Synoviale gewrichten
o Tussenwervelschijven
o Ligamenten
Spieren
o Intrinsiek (bevinden zich direct in een
bepaald lichaamsonderdeel, bv hand)
o Extrinsiek (bevinden zich in de
omgeving van een bepaald lichaamsdeel, zoals de onderarm)
Standen wervelkolom
Lordose: voorwaartse kromming
Kyfose: achterwaartse kromming
Scoliose: zijwaartse kromming
Bij een abnormale kromming spreek je van hyperkyfose of hyperlordose.
De standaard wervel
De standaardwervel is een thoracale wervel.
- Corpus vertebrae = wervellichaam, vangt
de kracht op
- Lamina arcus vertebrae = platte deel van
de wervelboog
- Pediculus arcus vertebrae = boogvoetjes
- Processus spinosus = dorsale uitsteeksel
- Processus transversi = laterale uitsteeksel
- Processus articularis = de plek waarmee
een wervel vastzit aan een andere wervel
- Foramen vertebrale = de holte in de wervelboog
- 4 gewrichtsvlakjes waar de wervels ten opzichte van elkaar kunnen bewegen
De wervels zijn op lumbaal niveau groter omdat deze meer gewicht moeten dragen. Tussen
de wervels zitten tussenwervelschijven. Dit zijn kussentjes gevuld met vocht die zorgen voor
demping. Als deze uitbollen kan het ruggenmerg of de spinale zenuwen klem komen te
zitten.