Inhoud
9. Motivatie en emotie...........................................................................................................................1
1. Het begrip ‘motivatie’ uitleggen.....................................................................................................2
3. Uitleggen wat ‘attitude’ is, hoe deze gevormd en veranderd kan worden.....................................3
5. Geheugen...........................................................................................................................................5
1. Beschrijven hoe informatie in het sensorisch, het werkgeheugen en het langetermijngeheugen
verwerkt wordt;..................................................................................................................................5
2. beschrijven hoe informatie uit het geheugen teruggehaald wordt................................................9
3. de begrippen ‘impliciet geheugen’ en ‘expliciet geheugen’ uitleggen..........................................10
4. beschrijven welke problemen kunnen optreden bij het opslaan en terughalen van herinneringen
..........................................................................................................................................................10
5. concrete aanbevelingen geven om het onthouden/ opslaan van informatie bij patiënten te
bevorderen.......................................................................................................................................11
4. Leren en omgeving...........................................................................................................................12
1. De principes van klassieke conditionering uitleggen en toepassen..............................................12
2. De principes van operante conditionering uitleggen en toepassen..............................................14
3. Een praktisch voorbeeld van aversieve conditionering verzinnen en beschrijven........................16
4. De sociaal-leertheorieën met betrekking tot leren uitleggen.......................................................17
9. Motivatie en emotie
Onderwerpen tav gedragsverandering/leefstijlverandering/therapietrouw
Medicijnen innemen
Mobiliseren
Afspraken nakomen
Zelfzorg
Vochtbeperking/zoutloos dieet
Stoppen met roken/alcohol/drugs
Voeding/dieet/afvallen
Bewegen
Therapietrouw
Het correct opvolgen van een behandelvoorschrift
Medicatie
Verzorging
Leefstijl/dieet
Screening
1
,Medicatie: gemiddeld neemt 50% medicatie niet/verkeerd in
Medicatie acute aandoening: 20-30% therapie-ontrouw
Medicatie preventie: 30-40% therapie-ontrouw
Medicatie chronische aandoening: 50% therapie-ontrouw
Dieet: 72% therapie-ontrouw
1. Het begrip ‘motivatie’ uitleggen
Motivatie zijn innerlijke drijfveren om op een bepaalde manier te kunnen handelen, al kunnen ze
door allerlei factoren worden beïnvloed, zowel interne als externe. Motivatie is een term voor alle
processen die te maken hebben met de aanzet, de richting, de intensiteit en het volhouden van
lichamelijke en psychische activiteiten.
In bredere zin verwijst het concept motivatie naar alle processen met betrekking tot:
a) Het voelen van een behoefte of verlangen
b) Het activeren, selecteren, sturen en volhouden van mentale en fysieke activiteit die gericht is
op bevrediging van de behoefte of het verlangen
c) Het reduceren van de behoeftesensatie
Motivatie
Intrinsiek
Motivatie van binnenuit: omdat je het leuk vindt om te doen/het voor jou belangrijk is/
uitdaging/voldoening
Extrinsiek
Motivatie van buitenaf: beloning (geld)/aanzien/goedkeuring/aandacht) of het vermijden van
negatieve consequenties
2. Het ‘model van het geplande gedrag’ toepassen (de samenhang tussen
attitudes, intenties en gedrag)
Strategieën voor gedragsverandering
Anamnese
o Model van het geplande gedrag
Geven van informatie/voorlichting/advies
Cognitief gedragsmatige interventies
o Operante conditionering: belonen bij ‘goed gedrag’
o Motiverende gespreksvoering
Stap 1
Uitvinden of jouw patiënt van plan is het gedrag te gaan veranderen/toepassen en zo nee, hoe hij/zij
denkt over het onderwerp.
anamnese aan de hand van het model van het geplande gedrag
Model van het geplande gedrag
2
, 3. Uitleggen wat ‘attitude’ is, hoe deze gevormd en veranderd kan worden
Attitude
1. Overtuigingen tav het gedrag/gedragsverandering
2. + de waarde die iemand hecht aan die overtuigingen
Sociale norm
1. Attitude ten aanzien van het gedrag/de gedragsverandering van belangrijke anderen
(vrienden/ouders/partner)
2. Hoeveel waarde hecht patiënt aan de mening van anderen?
Eigen effectiviteit/waargenomen gedragscontrole
1. Hoeveel (zelf)vertrouwen heeft patiënt ten aanzien van gedragsverandering?
2. Overtuiging dat je zelf controle kunt uitoefenen over bepaald gedrag
Welke aspecten vragen aandacht?
Onrealistisch optimisme
Mensen hebben de neiging (gezondheids)risico’s voor zichzelf lager in te schatten dan voor
vergelijkbare anderen
‘’Voedingsvoorlichting is voor anderen belangrijk, niet voor mij’’
‘’Ik eet niet te vet en voldoende groente en fruit’’
‘’Ik heb een normaal gewicht’’
Stap 2
3