, 1. Samenvatting:
Een Nederlandse man kijkt terug op zijn jeugd in het voormalige Nederlands-Indië. Zijn vader
was daar administrateur op een grote theeplantage in Kebon Djati. Zijn beste vriend was een
inlandse jongen, Oeroeg, die even oud was als hij. Oeroegs vader werkte op de theeplantage.
De jongens waren, ondanks het standsverschil, onafscheidelijk. Alleen Oeroeg is zich bewust
van dit standsverschil.
Omdat de ik-persoon beter Soedanees dan Nederlands spreekt, laat zijn vader hem op zijn 6e
bijles volgen bij meneer Bollinger, een onderwijzer die op de theeplantage werkt. Als zijn
Nederlands is verbeterd kan hij naar school. De ik-persoon is zich niet bewust van het
standsverschil tussen Oeroeg en hem. Hij vraagt zich af of Oeroeg ook naar school gaat. Daar
geven zijn ouders geen duidelijk antwoord op.
Wanneer de ouders van de ik-persoon een feest geven, besluiten ze om naar Telaga Hideung,
het Zwarte Meer, te gaan. Er gaan verhalen rond dat er gevaarlijke planten in het water zitten,
maar dit houdt ze niet tegen om met een vlot het meer op te gaan. De ik-persoon wil niet,
maar hij moet toch mee het meer op. Ze zijn lichtelijk dronken en ook veel te zwaar met zijn
allen. Hierdoor breekt het vlot doormidden en valt de ik persoon in het water. Hij verdrinkt
bijna, maar gelukkig is de vader van Oeroeg, Deppoh, er op tijd bij om hem te redden. Zelf
overleeft hij het niet, doordat hij vast komt te zitten in de waterplanten.
Door de dood van Deppoh moet de familie van Oeroeg verhuizen, maar omdat de ik-persoon
zo gehecht is aan Oeroeg mag hij blijven. De vader van de ik-persoon voelt zich
verantwoordelijk voor het ongeluk en besluit Oeroeg, op zijn kosten, naar school te laten gaan.
Wel naar een andere school dan zijn zoon, omdat hij een inlander is. Ze mogen wel samen met
de trein naar Soekaboemi reizen.
Tussen de moeder van de ik-persoon en meneer Bollinger ontstaat een relatie. Dit zorgt
ervoor dat de ouders van de ik-persoon gaan scheiden. De moeder verhuist naar Europa en de
ik-persoon en zijn vader blijven op de plantage. De ik-persoon zit hier niet echt mee. Hij heeft
niet een hele goede band met zijn ouders en voelt zich beter op zijn gemak bij Sidris, de
moeder van Oeroeg. Meneer Bollinger moet ook vertrekken en wordt vervangen door Gerard
Stokman. Deze jaagt en heeft veel jachttrofeeën. Dit vinden de twee jongens heel spannend en
ze zoeken Stokman vaak op en mogen ook een keer mee op jacht.
Gerard Stokman behandelt de jongens gelijk, want hij vindt dat je huidskleur geen invloed zou
moeten hebben op hoe je wordt behandeld.
Wanneer de vader van de ik-persoon lang verlof krijgt en wil gaan reizen, wil hij zijn zoon
naar Nederland sturen. De ik-persoon wil dat niet. Hij wil bij Oeroeg blijven. Zijn vader
brengt hem naar een pension in Soekaboemi bij Lida, een voormalig verpleegster. Oeroeg
blijft op de plantage wonen. De ik-persoon mist Oeroeg heel erg en spijbelt van school om
Oeroeg te kunnen zien. Lida besluit daarom om Oeroeg ook in huis te nemen, zodat ze weer
bij elkaar zijn en niet meer zullen spijbelen.