At the money: exercise price = prijs onderliggend aandeel
In the money : prijs onderliggend aandeel > exercise price
Deep in the money: prijs onderliggend aandeel >>> exercise prijs
Out of the money: prijs onderliggend aandeel < exercise prijs
Long call= recht om aandeel te kopen
Short call = verplichting om het aandeel te verkopen
Long put = je hebt het recht om het aandeel te verkopen
Short put = je heb verplichting om het onderliggende aandeel te verkopen
Week 7 Short-term finance Activiteiten creëren
patronen van inkomende en uitgaande geldstromen
die zijn:
→ Niet-gesynchroniseerd, betaling van contant geld
voor grondstoffen gebeurt niet op hetzelfde moment
als de ontvangst van contant geld uit de verkoop
→ Onzeker, toekomstige verkopen en kosten zijn niet
met zekerheid bekend De cash cycle begint wanneer
contant geld wordt betaald voor materialen en
eindigt wanneer contant geld wordt geïnd uit
receivables. Kloof tussen instroom en uitstroom van
geld: noodzaak voor financiële besluitvorming op
korte termijn! Het verschil wordt bepaald door de
lengte van de operating cycle en de accounts payable
period. Het verschil kan worden ingekort door het
wijzigen van:
inventory period, accounts receivable period,
accounts payable period.
Inventory period → de tijd die nodig is om onbewerkt
te bestellen materialen en een product produceren
en verkopen
Accounts receivable → de tijd die nodig is om
contante ontvangsten te innen
Cash cycle → de tijd tussen contante uitbetalingen en
het innen van contant geld
Accounts payable → de tijdsduur waarin het bedrijf
de betaling van de aankoop van verschillende
middelen kan uitstellen, bijvoorbeeld arbeid en
grondstoffen
In the money : prijs onderliggend aandeel > exercise price
Deep in the money: prijs onderliggend aandeel >>> exercise prijs
Out of the money: prijs onderliggend aandeel < exercise prijs
Long call= recht om aandeel te kopen
Short call = verplichting om het aandeel te verkopen
Long put = je hebt het recht om het aandeel te verkopen
Short put = je heb verplichting om het onderliggende aandeel te verkopen
Week 7 Short-term finance Activiteiten creëren
patronen van inkomende en uitgaande geldstromen
die zijn:
→ Niet-gesynchroniseerd, betaling van contant geld
voor grondstoffen gebeurt niet op hetzelfde moment
als de ontvangst van contant geld uit de verkoop
→ Onzeker, toekomstige verkopen en kosten zijn niet
met zekerheid bekend De cash cycle begint wanneer
contant geld wordt betaald voor materialen en
eindigt wanneer contant geld wordt geïnd uit
receivables. Kloof tussen instroom en uitstroom van
geld: noodzaak voor financiële besluitvorming op
korte termijn! Het verschil wordt bepaald door de
lengte van de operating cycle en de accounts payable
period. Het verschil kan worden ingekort door het
wijzigen van:
inventory period, accounts receivable period,
accounts payable period.
Inventory period → de tijd die nodig is om onbewerkt
te bestellen materialen en een product produceren
en verkopen
Accounts receivable → de tijd die nodig is om
contante ontvangsten te innen
Cash cycle → de tijd tussen contante uitbetalingen en
het innen van contant geld
Accounts payable → de tijdsduur waarin het bedrijf
de betaling van de aankoop van verschillende
middelen kan uitstellen, bijvoorbeeld arbeid en
grondstoffen