FYSIOTHERAPIE
Thema 3
HOC
, Thema 3
Week 1 - OAC 4: Diagnostisch proces/clinical reasoning
Uit een screeningsproces komt een pluis of niet-pluis gevoel dit is het doel.
Het gaat niet alleen om de rode vlaggen uit de par-Q.
Je kijkt ook naar de bewegingsrichtlijn, wat is normaal: toename participatie en vermindering van
functiestoornissen. Anders terug nar huisarts.
Niet pluis = als je een bekend patroon hebt maar 1 of meerdere afwijkende patronen.
Wel pluis, gevolg is anamnese en verder met behandelen.
Niet zomaar iemand gaan tapen, eerst screenen. Volgens het proces.
Methodisch handelen is een belangrijke voorwaarde om een probleem op efficiënte wijze op te lossen.
Vier kenmerken van fysiotherapeutisch methodisch handelen:
- Doelgericht
o Laten leiden door het doel wat je wil bereiken
o Laten leiden door concrete voorstelling van het resultaat van handelen
- Bewust
o Therapeut is zich bewust van
Oordelen gebaseerd op verschillende waarden en normen
Verschillende ideeën over bedoeling van fysiotherapeutische behandeling van
patiënt, fysiotherapeut en verwijzer
o Hij respecteert deze zonder zichzelf geweld aan te doen
o Hij neemt overwogen besluiten o.b.v. best practice overwegingen:
Best evidence
Clinical expertise
Patiënt values
- Systematisch
o Ordenen
o Regels gebruiken
- Procesmatig (7 fases van methodisch handelen)
o Aanmelding (screening/verwijzing)
o Anamnese/onderzoek
o Diagnose/indicatiestelling (je hoort wel/niet bij mij)
o Opstellen behandelplan: doelstellingen
o Behandeling
o (Eind) evaluatie
o Afsluiten behandelepisode
Strategieën voor probleemoplossing: HOUD HET SIMPEL!!
- Hypothetico-deductieve benadering: je hebt een opvatting/hypothese van wat het zou kunnen
zijn, daarna ga je praten en verder met je anamnese en strepen: is het wel/niet van
toepassing.
o Voordeel: je geeft richting en gaat heel specifiek op een bepaalde hypothese
uitkomen
o Nadeel: je ziet bepaalde excessieve dingen over het hoofd omdat je deze niet hebt
meegenomen in je hypothese
- Patroonherkenning: optelsom van aantal symptomen die jij als patroon gaat zien en herkent.
o Voordeel: snelheid
o Nadeel: tunnelvisie
- Algoritme of de beslisboom: pijlenschema volgen.
o Voordeel: heeft over een bepaald onderwerp een goede evidentie om tot iets
specifieks te komen. Tijd, het is redelijk snel
o Nadeel: als het over net iets anders gaat, ga je gelijk de mist in met je beslisboom
- Verzamelmethode: ligt aan therapeut alles wat hij/zij mogelijk acht wat in een bepaald
beeld zou passen. Wat jij najaagt, iemand die wat jonger/onzekerder is kan hierdoor van alles
erbij gaan halen.
o Voordeel: je hebt toevallig het goede getest
Thema 3
HOC
, Thema 3
Week 1 - OAC 4: Diagnostisch proces/clinical reasoning
Uit een screeningsproces komt een pluis of niet-pluis gevoel dit is het doel.
Het gaat niet alleen om de rode vlaggen uit de par-Q.
Je kijkt ook naar de bewegingsrichtlijn, wat is normaal: toename participatie en vermindering van
functiestoornissen. Anders terug nar huisarts.
Niet pluis = als je een bekend patroon hebt maar 1 of meerdere afwijkende patronen.
Wel pluis, gevolg is anamnese en verder met behandelen.
Niet zomaar iemand gaan tapen, eerst screenen. Volgens het proces.
Methodisch handelen is een belangrijke voorwaarde om een probleem op efficiënte wijze op te lossen.
Vier kenmerken van fysiotherapeutisch methodisch handelen:
- Doelgericht
o Laten leiden door het doel wat je wil bereiken
o Laten leiden door concrete voorstelling van het resultaat van handelen
- Bewust
o Therapeut is zich bewust van
Oordelen gebaseerd op verschillende waarden en normen
Verschillende ideeën over bedoeling van fysiotherapeutische behandeling van
patiënt, fysiotherapeut en verwijzer
o Hij respecteert deze zonder zichzelf geweld aan te doen
o Hij neemt overwogen besluiten o.b.v. best practice overwegingen:
Best evidence
Clinical expertise
Patiënt values
- Systematisch
o Ordenen
o Regels gebruiken
- Procesmatig (7 fases van methodisch handelen)
o Aanmelding (screening/verwijzing)
o Anamnese/onderzoek
o Diagnose/indicatiestelling (je hoort wel/niet bij mij)
o Opstellen behandelplan: doelstellingen
o Behandeling
o (Eind) evaluatie
o Afsluiten behandelepisode
Strategieën voor probleemoplossing: HOUD HET SIMPEL!!
- Hypothetico-deductieve benadering: je hebt een opvatting/hypothese van wat het zou kunnen
zijn, daarna ga je praten en verder met je anamnese en strepen: is het wel/niet van
toepassing.
o Voordeel: je geeft richting en gaat heel specifiek op een bepaalde hypothese
uitkomen
o Nadeel: je ziet bepaalde excessieve dingen over het hoofd omdat je deze niet hebt
meegenomen in je hypothese
- Patroonherkenning: optelsom van aantal symptomen die jij als patroon gaat zien en herkent.
o Voordeel: snelheid
o Nadeel: tunnelvisie
- Algoritme of de beslisboom: pijlenschema volgen.
o Voordeel: heeft over een bepaald onderwerp een goede evidentie om tot iets
specifieks te komen. Tijd, het is redelijk snel
o Nadeel: als het over net iets anders gaat, ga je gelijk de mist in met je beslisboom
- Verzamelmethode: ligt aan therapeut alles wat hij/zij mogelijk acht wat in een bepaald
beeld zou passen. Wat jij najaagt, iemand die wat jonger/onzekerder is kan hierdoor van alles
erbij gaan halen.
o Voordeel: je hebt toevallig het goede getest