Economie module 3
Hoofdstuk 1 & 2
Inhoudsopgave
HOOFDSTUK 1....................................................................................................... 2
PARAGRAAF 1.................................................................................................................... 2
PARAGRAAF 2.................................................................................................................... 3
HOOFDSTUK 2....................................................................................................... 5
PARAGRAAF 1.................................................................................................................... 5
PARAGRAAF 2.................................................................................................................... 5
PARAGRAAF 3.................................................................................................................... 6
PARAGRAAF 4.................................................................................................................... 7
PARAGRAAF 5.................................................................................................................... 8
PARAGRAAF 6.................................................................................................................... 9
, Hoofdstuk 1
Paragraaf 1
Onder een markt verstaan we het geheel van factoren waaronder vragers
en aanbieders elkaar ontmoeten om producten te verhandelen. Omdat er
bijvoorbeeld veel bakkers zijn, maar één Ferrari-merk heeft Ferrari veel
meer invloed op de prijs van zijn product.
Een concrete markt is de plaats waar vragers en aanbieders elkaar
ontmoeten; denk aan de stoffenmarkt, of een site online. Een abstracte
markt omvat alle factoren waaronder vrager en aanbieder elkaar
ontmoeten. Voorbeelden hiervan zijn “de huizenmarkt” of “de
arbeidsmarkt”.
De kenmerken van een markt beïnvloeden hoeveel invloed aanbieders
hebben op de prijs van hun product. Al deze kenmerken noemen we
samen de marktstructuur. De belangrijkste hiervan zijn:
(1)Het aantal aanbieders – invloed neemt af bij meer aanbieders
(2)De marktaandelen – invloed neemt toe bij meer aandelen
(3)De toetredingsdrempels – invloed neemt toe bij hogere
toetredingsdrempels
(4)De productdifferentiatie – invloed neemt toe bij meer
differentiatie
Als er één aanbieder is, hoeft deze zich alleen te houden aan de wet van
de vraag (hoge prijs? minder klanten). Hij hoeft zich namelijk geen
zorgen te maken dat klanten bij een prijsverhoging hun product bij de
concurrent gaan halen.
Het marktaandeel van een aanbieder maakt ook uit. Een marktaandeel is
de afzet van een aanbieder als deel van de totale afzet. Wanneer deze
marktaandelen van een aanbieder hoger zijn dan 35%, spreken we van
een dominante aanbieder.
Andere factoren die meespelen zijn toetredingsdrempels. Als er voor de
productie van een product een fabriek gebouwd moet worden, is de
investering in zo’n fabriek een drempel. Als de productie speciale kennis
vereist, is het vinden van genoeg werknemers met die kennis zo’n
drempel. Bij toetredingsdrempels geldt: hoe hoger de drempel, hoe
minder andere aanbieders over de drempel kunnen stappen, hoe meer
invloed de aanbieders (die al over de drempel zijn) over de prijs hebben.
Als laatste factor is er nog de productdifferentiatie. Wanneer een product
verschillende versies heeft (bijvoorbeeld van verschillende merken) en de
consument het verschil niet merkt, is het een homogeen product.
Elektriciteit is hier een voorbeeld van. Wanneer de consument het
verschil wel merkt, is het een heterogeen product. Fietsen, telefoons,
chips, en meubilair zijn voorbeelden hiervan.
Heterogene producten verschillen wel van elkaar, maar bevredigen
dezelfde behoefte. De producten zijn elkaar substituten, maar in de ogen
Hoofdstuk 1 & 2
Inhoudsopgave
HOOFDSTUK 1....................................................................................................... 2
PARAGRAAF 1.................................................................................................................... 2
PARAGRAAF 2.................................................................................................................... 3
HOOFDSTUK 2....................................................................................................... 5
PARAGRAAF 1.................................................................................................................... 5
PARAGRAAF 2.................................................................................................................... 5
PARAGRAAF 3.................................................................................................................... 6
PARAGRAAF 4.................................................................................................................... 7
PARAGRAAF 5.................................................................................................................... 8
PARAGRAAF 6.................................................................................................................... 9
, Hoofdstuk 1
Paragraaf 1
Onder een markt verstaan we het geheel van factoren waaronder vragers
en aanbieders elkaar ontmoeten om producten te verhandelen. Omdat er
bijvoorbeeld veel bakkers zijn, maar één Ferrari-merk heeft Ferrari veel
meer invloed op de prijs van zijn product.
Een concrete markt is de plaats waar vragers en aanbieders elkaar
ontmoeten; denk aan de stoffenmarkt, of een site online. Een abstracte
markt omvat alle factoren waaronder vrager en aanbieder elkaar
ontmoeten. Voorbeelden hiervan zijn “de huizenmarkt” of “de
arbeidsmarkt”.
De kenmerken van een markt beïnvloeden hoeveel invloed aanbieders
hebben op de prijs van hun product. Al deze kenmerken noemen we
samen de marktstructuur. De belangrijkste hiervan zijn:
(1)Het aantal aanbieders – invloed neemt af bij meer aanbieders
(2)De marktaandelen – invloed neemt toe bij meer aandelen
(3)De toetredingsdrempels – invloed neemt toe bij hogere
toetredingsdrempels
(4)De productdifferentiatie – invloed neemt toe bij meer
differentiatie
Als er één aanbieder is, hoeft deze zich alleen te houden aan de wet van
de vraag (hoge prijs? minder klanten). Hij hoeft zich namelijk geen
zorgen te maken dat klanten bij een prijsverhoging hun product bij de
concurrent gaan halen.
Het marktaandeel van een aanbieder maakt ook uit. Een marktaandeel is
de afzet van een aanbieder als deel van de totale afzet. Wanneer deze
marktaandelen van een aanbieder hoger zijn dan 35%, spreken we van
een dominante aanbieder.
Andere factoren die meespelen zijn toetredingsdrempels. Als er voor de
productie van een product een fabriek gebouwd moet worden, is de
investering in zo’n fabriek een drempel. Als de productie speciale kennis
vereist, is het vinden van genoeg werknemers met die kennis zo’n
drempel. Bij toetredingsdrempels geldt: hoe hoger de drempel, hoe
minder andere aanbieders over de drempel kunnen stappen, hoe meer
invloed de aanbieders (die al over de drempel zijn) over de prijs hebben.
Als laatste factor is er nog de productdifferentiatie. Wanneer een product
verschillende versies heeft (bijvoorbeeld van verschillende merken) en de
consument het verschil niet merkt, is het een homogeen product.
Elektriciteit is hier een voorbeeld van. Wanneer de consument het
verschil wel merkt, is het een heterogeen product. Fietsen, telefoons,
chips, en meubilair zijn voorbeelden hiervan.
Heterogene producten verschillen wel van elkaar, maar bevredigen
dezelfde behoefte. De producten zijn elkaar substituten, maar in de ogen