Paragraaf 1 – De ene spier is de andere niet
Spieren kunnen alleen actief verkorten, niet
verlengen. Trekt de buigspier van je arm samen,
dan verlengt de strekspier; trekt de strekspier
samen, dan verlengt de buigspier(ze werken in
paren). Spieren die in tweetallen werken en een
tegengestelde beweging veroorzaken, noem je
antagonisten. Armspieren zijn skeletspieren. Dit
type spieren bestaat uit spierbundels, groepen
lange spiervezels, verpakt in bindweefsel.
Spiervezels zijn met elkaar in de lengterichting
vergroeide spiercellen. Elke spiervezel bevat
honderden spierfibrillen. Deze organellen zijn
opgebouwd uit lange ketens van de
eiwitmoleculen actine en myosine. Als de
eiwitketens in elkaar schuiven verkorten de
spierfibrillen. Gebeurt dit in de lengte van een
skeletspier met meerdere fibrillen, dan trekt de spier samen en verandert hij via zijn pezen de hoek
van de botten ten opzichte van elkaar. Trekken zijn antagonisten samen, dan rekken die de verkorte
spiervezels weer uit.
Dwarsgestreept spierweefsel (willekeurig)
bestaat uit bundels met elkaar vergroeide cellen:
spiervezels. Glad spierweefsel (onwillekeurig)
bestaat uit aparte spiercellen. Bij het
dwarsgestreepte hartspierweefsel
(onwillekeurig) vormen de cellen een vertakt
netwerk (netwerkstructuur). Dwarsgestreepte
spierweefsel zijn de enige spieren welke je met
de wil (willekeurige spieren) aan kan sturen. Het
dwarsgestreept hartspierweefsel zijn niet
beïnvloedbaar met de wil, ze gaan automatisch en dus onwillekeurige spieren. Glad spierweefsel
helpt de slagaders met het bloed rondpompen deze spieren zijn niet met elkaar vergroeit. De
samentrekking van gladde spieren komt trager op gang dan die van skeletspieren, maar kan langer
doorgaan. Net als bij het dwarsgestreepte spierweefsel, schuiven in gladde spiercellen actine- en
myosine-eiwitten langs elkaar.
Spiervezels bestaan uit spierfibrillen met actine- en myosinemoleculen. De hartspier en
skeletspieren zijn dwarsgestreepte spieren. Gladde spieren en de hartspier zijn onwillekeurige
spieren. Tegengestelde bewegingen komen tot stand door antagonisten.
Elk skeletspier bevat twee soorten spiervezels: langzame spiervezels welke relatief traag
samentrekken maar lang volhouden en snelle spiervezels welke snel samentrekken maar in korte tijd
vermoeid raken. De langzame spiervezels houden lang vol dankzij de myoglobine, een spiereiwit dat
extra zuurstof kan binden en opslaan (vergelijkbaar met hemoglobine). Langzame spiervezels met
veel myoglobine zijn rood, snelle spiervezels zijn wit en bevatten weinig myoglobine.
, Tijdens krachtraining worden de skeletspieren kort en zwaar belast, dan maken de spiervezels extra
actine- en myosine-eiwitten aan. Door duurtraining vergroot je de hoeveelheid myoglobine en het
aantal mitochondriën in de langzame spiervezels. Door te trainen leren je hersenen spieren beter aan
te sturen. Hierdoor kun je na een tijdje je spieren steeds preciezer coördineren totdat het vanzelf
gaat.
De langzame spiervezels van de skeletspieren trekken trager samen dan snelle. Zij kunnen dankzij
hun voorraad myoglobine lang blijven werken. De hersenen kunnen veel geoefende bewegingen
steeds beter coördineren.
Paragraaf 2 – Je gezichtszintuig
Licht komt je oog als eerst binnen via de hoornvlies. De
ooglens is elastisch en bol van vorm, hij hangt via lensbandjes
en kringspieren van het straalvormig lichaam. Door de lens
boller of platter te maken, accommoderen, breken de
lichtstralen sterker of minder sterk, waardoor van
verschillende afstanden het beeld scherp op je netvlies valt.
De netvlies bevat veel zintuigcellen: kegeltjes en staafjes. In
de gele vlek zijn alleen kegeltjes aanwezig en kijk je enorm
scherp, deze vlek licht direct achter het midden van de lens. Alle
kegeltjes sturen hun eigen informatie naar de hersenen. Om het
netvlies ligt het vaatvlies welke het oog van O2 en voeding
voorziet. Via de oogzenuw komen bloedvaten het oog binnen. Op
de plek van de oogzenuw zitten geen zintuigcellen en dus ook geen
zicht: de blinde vlek.
Eerste plaatje: De kringspier in het straalvormig lichaam is
samengetrokken. De diameter van de kringspier is klein. Door zijn
elasticiteit neemt de lens zijn natuurlijke, bolle vorm aan (dichtbij
scherp). Tweede plaatje: de kringspier is verslapt, zijn diameter is
groot door de druk in de oogbol. De lensbandjes staan strak en
trekken de lens plat (veraf
scherp).
Kringspieren in de iris trekken bij veel licht samen
waardoor de pupil vernauwt en er minder licht het
oog binnendringt. Bij weinig licht trekken hun
antagonisten, de straalsgewijs lopende spiertjes,
samen waardoor de pupil verwijdt. Pigmentcellen achter het
netvlies beschermen tegen beschadiging van de zintuigcellen
door te veel licht.
Staafjes en kegeltjes zijn via zenuwcellen verbonden met de hersenen. De spiertjes in de iris trekken
samen of ontspannen naar mate de hoeveelheid licht waar het oog aan blootgesteld word, dit heet
ook wel de pupilreflex.
De zintuigcellen in de ogen zijn gespecialiseerd in het registreren van één bepaalde prikkel, de
adequate prikkel. Een zintuigcel reageert pas op een adequate prikkel boven een minimale sterkte