Wat kunnen mensen op welke leeftijd?
Foetus - Kinderen kunnen al de vorm van
objecten voelen en opslaan
- Proeven en ruiken
- Wazig zicht (bij 1 jaar na de geboorte is
het zicht hetzelfde als van volwassenen)
- Dag/nacht ritme
- Ontwikkeling reflexen
- Spraakgeluiden onderscheiden van
andere geluiden
3-8 weken - Eerste lachje, nog niet gericht op iets
specifieks
1 maand - Begin herhalen van het gedrag gericht
op eigen lichaam
2 maanden - Het begin van het verdwijnen van
reflexen
- Onbewuste, niet selectieve hechting
verandert in wel selectieve hechting
(Bowlby).
- Kinderen gaan alleen nog lachen naar
mensen die ze kennen (Bowlby)
2/3 maanden - Baby’s kunnen hun gedrag afwenden
van iets wat niet interessant is
- Beginnen meer te letten op interne
kenmerken en minder op contouren
- Minder glimlachen naar onbekenden
- Kinderen beginnen
gezichtsuitdrukkingen te vertonen die
wijzen op woede en verdriet
3-5 maanden - Binoculaire dispariteit ontwikkelt
- Begrijpt violation of expectation
- Begin objectpermanentie
- Lachen in reactie op sociale, tactiele en
visuele stimulaties
4 maanden - Kinderen gaan diepte zien
- Remming van veel reflexen, deze
worden vervangen voor bewust
motorisch gedrag
- Meerdere schema’s combineren
- Herhalen van acties met objecten om
gevolgen te ontdekken
- Baby’s beginnen hardop te lachen
5 maanden - Neutraal staren naar onbekenden
6/7 maanden - Interpositie en lineair perspectief
ontwikkelt
- Kinderen beginnen te babbelen, klinkt
wereldwijd hetzelfde
- Reageren gestrest op onbekenden
- Onderscheid tussen helpers en
hinderaars
- Lachen vooral nog bij visuele stimulatie
, 8 maanden - Reacties worden complexer en meer
doelbewust
- Ontstaan objectpermanentie (denkt
Piaget, over het algemeen wordt
gedacht dat dit ontstaat rond de ¾
maanden)
- A niet B fout treedt wel op
- Hebben al een zeer doelgericht
coördinatievermogen
- Baby’s vertonen echte angst tegenover
vreemden
- Kind ontwikkelt een specifieke voorkeur
voor een of meerdere personen
- Het begin van vreemdenangst en
scheidingsangst
9 maanden - De aller vroegste herinnering kan zijn
van ongeveer 9 maanden, maar bij de
meeste mensen is het vanaf een jaar of
2/3.
10 maanden - Deze baby’s zijn heel makkelijk
afleidbaar
1 jaar - Auditief vermogen is ongeveer gelijk
aan die van een volwassene.
- Meesten slapen een hele nacht door
- Bewegingen worden preciezer en meer
gecontroleerd.
- Kinderen beginnen evenwicht te krijgen
- Objectmanipulatie begint
- Geen A niet B fout meer
- Het ontdekken van nieuwe manieren
met dezelfde gevolgen
- Tot 1 jaar: communicatie door geluiden,
gebaren, gezichtsuitdrukkingen en
imitatie
- Het gebruik van één woord zinnen
- Baby’s proberen anderen al te troosten
1,5 jaar - Schema’s worden mentaal
gecombineerd
- Begin van het symbolisch denken
- Begin uitgestelde imitatie
- Separatie-angst begint vanaf nu af te
nemen 1,5/2 jaar: kinderen gaan twee
woord zinnen gebruiken, telegramstijl
2 jaar - Eerste doelgerichte, fundamentele
bewegingen, met missende en verkeerd
gerangschikte onderdelen, beperkt of
overdreven gebruik van het lichaam en
een slechte ritmische coördinatie
- Begrijpt dat een object verplaatst kan
zijn zonder dat het kind het zelf heeft
gezien
Foetus - Kinderen kunnen al de vorm van
objecten voelen en opslaan
- Proeven en ruiken
- Wazig zicht (bij 1 jaar na de geboorte is
het zicht hetzelfde als van volwassenen)
- Dag/nacht ritme
- Ontwikkeling reflexen
- Spraakgeluiden onderscheiden van
andere geluiden
3-8 weken - Eerste lachje, nog niet gericht op iets
specifieks
1 maand - Begin herhalen van het gedrag gericht
op eigen lichaam
2 maanden - Het begin van het verdwijnen van
reflexen
- Onbewuste, niet selectieve hechting
verandert in wel selectieve hechting
(Bowlby).
- Kinderen gaan alleen nog lachen naar
mensen die ze kennen (Bowlby)
2/3 maanden - Baby’s kunnen hun gedrag afwenden
van iets wat niet interessant is
- Beginnen meer te letten op interne
kenmerken en minder op contouren
- Minder glimlachen naar onbekenden
- Kinderen beginnen
gezichtsuitdrukkingen te vertonen die
wijzen op woede en verdriet
3-5 maanden - Binoculaire dispariteit ontwikkelt
- Begrijpt violation of expectation
- Begin objectpermanentie
- Lachen in reactie op sociale, tactiele en
visuele stimulaties
4 maanden - Kinderen gaan diepte zien
- Remming van veel reflexen, deze
worden vervangen voor bewust
motorisch gedrag
- Meerdere schema’s combineren
- Herhalen van acties met objecten om
gevolgen te ontdekken
- Baby’s beginnen hardop te lachen
5 maanden - Neutraal staren naar onbekenden
6/7 maanden - Interpositie en lineair perspectief
ontwikkelt
- Kinderen beginnen te babbelen, klinkt
wereldwijd hetzelfde
- Reageren gestrest op onbekenden
- Onderscheid tussen helpers en
hinderaars
- Lachen vooral nog bij visuele stimulatie
, 8 maanden - Reacties worden complexer en meer
doelbewust
- Ontstaan objectpermanentie (denkt
Piaget, over het algemeen wordt
gedacht dat dit ontstaat rond de ¾
maanden)
- A niet B fout treedt wel op
- Hebben al een zeer doelgericht
coördinatievermogen
- Baby’s vertonen echte angst tegenover
vreemden
- Kind ontwikkelt een specifieke voorkeur
voor een of meerdere personen
- Het begin van vreemdenangst en
scheidingsangst
9 maanden - De aller vroegste herinnering kan zijn
van ongeveer 9 maanden, maar bij de
meeste mensen is het vanaf een jaar of
2/3.
10 maanden - Deze baby’s zijn heel makkelijk
afleidbaar
1 jaar - Auditief vermogen is ongeveer gelijk
aan die van een volwassene.
- Meesten slapen een hele nacht door
- Bewegingen worden preciezer en meer
gecontroleerd.
- Kinderen beginnen evenwicht te krijgen
- Objectmanipulatie begint
- Geen A niet B fout meer
- Het ontdekken van nieuwe manieren
met dezelfde gevolgen
- Tot 1 jaar: communicatie door geluiden,
gebaren, gezichtsuitdrukkingen en
imitatie
- Het gebruik van één woord zinnen
- Baby’s proberen anderen al te troosten
1,5 jaar - Schema’s worden mentaal
gecombineerd
- Begin van het symbolisch denken
- Begin uitgestelde imitatie
- Separatie-angst begint vanaf nu af te
nemen 1,5/2 jaar: kinderen gaan twee
woord zinnen gebruiken, telegramstijl
2 jaar - Eerste doelgerichte, fundamentele
bewegingen, met missende en verkeerd
gerangschikte onderdelen, beperkt of
overdreven gebruik van het lichaam en
een slechte ritmische coördinatie
- Begrijpt dat een object verplaatst kan
zijn zonder dat het kind het zelf heeft
gezien