Categorieën
- Stemmingsepisoden
o Depressieve episode
▪ Eventueel met gemengde kenmerken
o Manische episode
o Hypomane episode
- Stemmingsstoornissen
o Depressieve stemmingsstoornissen
▪ Disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis
▪ Depressieve stoornis
▪ Persisterende depressieve stoornis
▪ Premenstruele stemmingsstoornis
▪ Depressieve stoornis door een middel/medicatie
▪ Depressieve stoornis door een somatische aandoening
▪ Andere gespecificeerde depressieve stoornis
▪ Ongespecificeerde depressieve stoornis
o Bipolaire stemmingsstoornissen
▪ Bipolaire I-stoornis
▪ Bipolaire II-stoornis
▪ Cyclothyme stoornis
▪ Bipolaire stoornis door een middel/medicatie
▪ Bipolaire stoornis door een somatische aandoening
▪ Andere gespecificeerde bipolaire stoornis
▪ Ongespecificeerde bipolaire stoornis
Depressieve episode
- 2 weken
- 5 symptomen
- Sombere stemming en/of verlies aan interesse of plezier
o Gewichtsverlies, gewichtstoename
o Insomnia of hypersomnia
o Psychomotorische agitatie of vertraging
o Vermoeidheid/verlies van energie
o Waardeloosheid/schuldgevoelens
o Problemen cognitieve functies, besluiteloosheid
o Recidiverende suïcide gedachten/-plannen/-pogingen
Manische episode – bij bipolaire-I-stoornis
- 1 week
- 3 symptomen
- Periode van uitgelaten of prikkelbare stemming
o Verhoogd zelfgevoel
o Afgenomen slaapbehoefte
o Spraakzamer dan normaal
o Gedachtevlucht
o Verhoogde afleidbaarheid
o Dadendrang, psychomotorische agitatie
o Daden met grote kans op pijnlijke consequenties
Hypomane episode – bij bipolaire-II-stoornis
, - 4 dagen
- 3 symptomen
- Verhoogde, expansieve of prikkelbare stemming die verschilt van niet-depressieve
(‘normale’) stemming
o Verhoogd zelfgevoel
o Afgenomen slaapbehoefte
o Spraakzamer dan normaal
o Gedachtevlucht
o Verhoogde afleidbaarheid
o Dadendrang, psychomotorische agitatie
o Daden met consequenties
- Geen duidelijke verstoring dagelijks functioneren
Andere criteria
- Klinisch significante lijdensdruk
- Niet door middel of door somatische aandoening
- Bijvoorbeeld bij depressieve stoornis: nooit (hypo)manische episode
- Niet beter verklaard door een psychotische/andere psychische stoornis
- Differentiaaldiagnose
Epidemiologie – depressieve stoornis
- Geslachtsverschillen
o
o
Cijfers: prevalentie vs incidentie
, - Prevalentie (= aantal gevallen per duizend of per honderdduizend op een moment/binnen
een bepaalde tijd)
- Incidentie (= aantal nieuwe gevallen in een bepaald tijdvak)
- Probleem: waar meten? Welke instrumenten? Welke definitie?
o Waar meten?
▪ Filtermodel
• Algemene bevolking
• Eerste lijn (huisarts)
• (H)erkenning in eerste lijn
• Generalistische GGZ (vroeger eerste lijn)
• Specialistische GGZ ambulant of residentieel (vroeger tweede en
derde lijn)
• Cultuur
o Welke instrumenten?
▪ Zelfrapportage
▪ Vragenlijsten
▪ Diagnostische interviews
o Welke definitie?
▪ Basis van afkappunt
▪ Basis DSM-IV/DSM-V criteria
- Gevolg: enorme verschillen
- 0.1-60%
- Voorzichtig met interpretatie
- Ziektelast in samenleving
- Kosten: €660 miljoen
Beloop
- NEMESIS (2002) (250 Nederlanders)
o Gemiddelde duur episode: 3 maanden
o 50% herstel binnen 3 maanden, 63% binnen 6 maanden, 76% binnen 12 maanden
o 20% herstelt niet na 24 maanden
Behandeling: % herstelde patiënten
- Pillen (medicatie)
- Praten (therapeutische behandelingen)
-
-
, Samenvatting
- Prevalentie: afhankelijk van setting en definitie
- Depressieve stoornissen: komen vaak voor en worden vaak onderbehandeld, met name in de
basis GGZ
- Beloop: meestal gunstig, maar kans op recidief hoog
- De behandelingsmogelijkheden zijn veelbelovend
- Ruimte voor verbetering
- Nog veel onbekend: voorspellers van behandelsucces, gepersonaliseerde medicijnen,
uitkomsten van therapie op de langere termijn
Rouw, depressie en veerkracht in verschillende
culturen – 11-11-2019
Rouw
- In het Engels nauwkeuriger
o Grief (= gevoelens en bijbehorende gedragingen)
o Morning (= sociale uitdrukking van rouw, rouwrituelen)
- Gaat vaak samen maar hoeft niet
Rouwrituelen
- Kaalslag ten aanzicht van rituelen in Westerse wereld
Misvattingen over rouwgevoelens
- Vaste, uniforme reacties
- Fasen- of stadiagewijze verwerking
- Het verlies dient doorwerkt te worden
- Positieve gevoelens zijn nagenoeg afwezig
- De nabestaande hervindt evenwicht binnen 1 à 1,5 jaar
Rouwgevoelens
- Duur en intensiteit van rouw onderschat
- Secundaire verliezen
- Geslachtsverschillen in omgaan met rouw
- Goede verliesverwerking
o Leven niet meer dag in dag uit in het teken van overlijden
o NIET: nooit meer intens verdriet over verlies
Vier rouwtaken – Worden
- Accepteren van de realiteit van het verlies
- Aanvaarden van emoties horende bij het verlies
- Je leven herinrichten na het verlies
- De overledene emotioneel een plaats geven
Gecompliceerde rouw
- Onderreacties
o Ontkennen van het overlijden
o Vermijding van gevoelens
- Overreacties
o Vermijding van bepaalde situaties/voorwerpen
o Vermijding van praten over de overledene
- Vermijding is aangrijpingspunt voor cognitieve gedragstherapie: blootstelling