observatie ten bate van de therapeutische ingreep
9.1 de theoretische achtergrond
Ook de therapeut observeert en wel als outsider. Hij heeft daarbij een voorkeur voor
maten dien in termen van tijd (frequentie, duur en latentie) kunnen worden uitgedrukt.
Bij gedragsobservatie gaat het om de behandeling (modificatie) van
gedragsproblemen aan de hand van gedragsanalyse.
Gedrag heeft een functie, waarbij de functie staat voor óf het effect van een bepaald
gedrag op de omgeving (anders gezegd het doel dat het gedrag heeft voor de
persoon die dat gedrag vertoont) óf juist omgekeerd: het effect van de omgeving op
het gedrag (de antecedenten). De functionele analyse van de gedragstherapeut
moet uiteindelijk resulteren in hypothesen die in interventies met herhaalde metingen
en in verschillende omgevingen worden getoetst.
Kenmerkend voor gedragstherapie is;
1. De focus op (uitwendig waarneembaar) gedrag in relatie tot de omgeving
2. Richt men zich op het verloop van het gedrag in de tijd (een vorm van sequentiële
analyse)
3. Onderzoekt men het gedrag in verschillende omgevingen (onder verschillende
stimuluscondities) op zoek naar oorzaken van het gedrag onder studie.
Het ABC-schema is een hulpmiddel in de psychologie om gedrag te begrijpen. Het
bestaat uit drie onderdelen:
A: Antecedent (wat gebeurt er vóór het gedrag?)
B: Behavior (het gedrag zelf)
C: Consequentie (wat gebeurt er ná het gedrag?)
Het idee is dat de antecedenten en consequenties invloed hebben op het gedrag.
Door te observeren wat ervoor en erna gebeurt, kun je beter begrijpen waarom
iemand bepaald gedrag vertoont en hoe je dit kunt veranderen.
9.2 een narratief en objectief observatieverslag
Een narratief verslag is gebaseerd op de directe observatie van gedrag onder
natuurlijke condities met als doel de omgevingsfactoren (wat ging er vooraf en wat
gebeurde er achteraf) van probleemgedrag in kaart te brengen. Het ABC-schema is
een discriptieve analyse.
9.3 van verslag naar ABC-schema
Het is belangrijk een veelvoud van dergelijke schema’s onder verschillende
omstandigheden, eventueel met verschillende relevante anderen en onder
verschillende condities (thuis, op school) te maken, om zich te krijgen op de talloze
bekrachtigers (consequenties) die het probleemgedrag van het kind in stand houden.
Doel van het ABC-schema is ook inzicht te krijgen in de functie van het
probleemgedrag.
De descriptieve analyses, inclusief de bijbehorende ABC-schama’s, vormen de basis
voor de topografische analyse. Topografische analyse is bedoeld om na te gaan
hoe het gedrag over een aantal uiteenlopende situaties zich voordoet en waaruit het