Samenvatting spraak-
taalstoornissen, blok 5
o De student verantwoordt de keuze voor het juiste diagnostiekinstrument met betrekking tot
spraak-,taalontwikkeling bij een gegeven casus.
o De student weet welke diagnostiekmiddelen je als logopedist tot je beschikking hebt en hoe
deze instrumenten gebruikt en geïnterpreteerd worden.
o De student verklaart de (onderliggende) theorie van de primaire en secundaire spraak-,
taalstoornissen.
o De student beschikt over de inhoudelijke kennis met betrekking tot kinderen met
spraaktaalstoornissen, zowel primair/specifiek als secundair/niet-specifiek van aard.
o De student kan verantwoorden welk ‘type’ kind met spraaktaalstoornissen waar wordt
opgevangen (dus: welk type spraaktaalstoornis (aard, ernst, mate) vind je waar?
o De student verantwoord met welke disciplines je als logopedist moet samenwerken en weet
in welke overlegvormen je als logopedist actief bent (mono- en multidisciplinair).
o De student weet welke behandelmogelijkheden je als logopedist tot je beschikking hebt en
wanneer en hoe je deze gebruik.
Inhoudsopgave
1. Opvangmogelijkheden (onderwijs):....................................................................................................2
1.1. Passend onderwijs:......................................................................................................................2
1.1.1. Doelen passend onderwijs:...................................................................................................2
1.2. Taken van een logopedist op het speciaal onderwijs (SO):..........................................................2
2. Spraakstoornissen (Speech sound disorder).......................................................................................5
2.1. Spraaktesten:...............................................................................................................................5
2.2. Behandelmethoden:....................................................................................................................5
3. Taal ontwikkelingsstoornissen (TOS) of (ernstige spraak moeilijkheden ESM) (Language disorder). .6
3.1. De aard van een TOS:...................................................................................................................6
3.2. Taaltesten:...................................................................................................................................6
3.2.1. Interpretatie taaltesten:.......................................................................................................8
3.3. Behandelmethodes:.....................................................................................................................9
3.4. Normale taalontwikkeling:.........................................................................................................12
1
, 1. Opvangmogelijkheden (onderwijs):
- Voorschoolse begeleiding / VVE (bijv. taaltrein)
- Regulier basisonderwijs:
o Passendonderwijs / extra begeleiding
o Speciaal basisonderwijs (SBO)
Communicatieve en pragmatische stoornissen (ivm ASS)
Alle taalmodaliteiten (ivm achterstanden)
- Speciaal onderwijs (basis / voortgezet):
o Cluster 1 (visueel gehandicapte kinderen)
o Cluster 2 (slechthorenden / doof/ spraaktaal stoornissen
Specifieke TOS
Alle taal modaliteiten
o Cluster 3 (ZMLK, lichamelijk of verstandelijk gehandicapt, langdurig ziek)
Alle taal modaliteiten (ivm achterstanden)
o Cluster 4 (ZMOK, kinderen met gedragsproblemen)
Communicatieve en pragmatische stoornissen (ivm ASS)
1.1. Passend onderwijs:
- Sinds augustus 2014
- Wet passend onderwijs: de commissie van onderzoek (CvO) van de instelling bepaalt of een
leerling recht op hun onderwijs of beter op een ander onderwijs past.
1.1.1. Doelen passend onderwijs:
- Alle kinderen krijgen een passende plek in het onderwijs.
- Als het kan gaat het kind naar een reguliere school. Als dat niet kan, in het speciaal
onderwijs.
- Scholen krijgen meer mogelijkheden voor ondersteuning op maat.
- De mogelijkheden en de onderwijsbehoefte van kind zijn bepalend, niet de beperkingen.
- Kinderen komen niet meer langdurig thuis te zitten.
Bij passend onderwijs wordt er gekeken naar wat het kind wel kan.
1.2. Taken van een logopedist op het speciaal onderwijs (SO):
- Observeren, onderzoeken, diagnosticeren
- Directe en indirecte behandeling
- Ouderbegeleiding
- Groepslogopedist / samenwerking met leerkracht
- Verwijzende en adviserende rol
- Multi- en interdisciplinaire aanpak
Slagboomdiagnostiek: is er wel of geen stoornis, hierdoor wordt een diagnose gesteld.
Handelingsgerichte diagnostiek: om aanknopingspunten voor de behandeling te zoeken. Mate van de
problematiek (t.b.v. De behandeling)
2
taalstoornissen, blok 5
o De student verantwoordt de keuze voor het juiste diagnostiekinstrument met betrekking tot
spraak-,taalontwikkeling bij een gegeven casus.
o De student weet welke diagnostiekmiddelen je als logopedist tot je beschikking hebt en hoe
deze instrumenten gebruikt en geïnterpreteerd worden.
o De student verklaart de (onderliggende) theorie van de primaire en secundaire spraak-,
taalstoornissen.
o De student beschikt over de inhoudelijke kennis met betrekking tot kinderen met
spraaktaalstoornissen, zowel primair/specifiek als secundair/niet-specifiek van aard.
o De student kan verantwoorden welk ‘type’ kind met spraaktaalstoornissen waar wordt
opgevangen (dus: welk type spraaktaalstoornis (aard, ernst, mate) vind je waar?
o De student verantwoord met welke disciplines je als logopedist moet samenwerken en weet
in welke overlegvormen je als logopedist actief bent (mono- en multidisciplinair).
o De student weet welke behandelmogelijkheden je als logopedist tot je beschikking hebt en
wanneer en hoe je deze gebruik.
Inhoudsopgave
1. Opvangmogelijkheden (onderwijs):....................................................................................................2
1.1. Passend onderwijs:......................................................................................................................2
1.1.1. Doelen passend onderwijs:...................................................................................................2
1.2. Taken van een logopedist op het speciaal onderwijs (SO):..........................................................2
2. Spraakstoornissen (Speech sound disorder).......................................................................................5
2.1. Spraaktesten:...............................................................................................................................5
2.2. Behandelmethoden:....................................................................................................................5
3. Taal ontwikkelingsstoornissen (TOS) of (ernstige spraak moeilijkheden ESM) (Language disorder). .6
3.1. De aard van een TOS:...................................................................................................................6
3.2. Taaltesten:...................................................................................................................................6
3.2.1. Interpretatie taaltesten:.......................................................................................................8
3.3. Behandelmethodes:.....................................................................................................................9
3.4. Normale taalontwikkeling:.........................................................................................................12
1
, 1. Opvangmogelijkheden (onderwijs):
- Voorschoolse begeleiding / VVE (bijv. taaltrein)
- Regulier basisonderwijs:
o Passendonderwijs / extra begeleiding
o Speciaal basisonderwijs (SBO)
Communicatieve en pragmatische stoornissen (ivm ASS)
Alle taalmodaliteiten (ivm achterstanden)
- Speciaal onderwijs (basis / voortgezet):
o Cluster 1 (visueel gehandicapte kinderen)
o Cluster 2 (slechthorenden / doof/ spraaktaal stoornissen
Specifieke TOS
Alle taal modaliteiten
o Cluster 3 (ZMLK, lichamelijk of verstandelijk gehandicapt, langdurig ziek)
Alle taal modaliteiten (ivm achterstanden)
o Cluster 4 (ZMOK, kinderen met gedragsproblemen)
Communicatieve en pragmatische stoornissen (ivm ASS)
1.1. Passend onderwijs:
- Sinds augustus 2014
- Wet passend onderwijs: de commissie van onderzoek (CvO) van de instelling bepaalt of een
leerling recht op hun onderwijs of beter op een ander onderwijs past.
1.1.1. Doelen passend onderwijs:
- Alle kinderen krijgen een passende plek in het onderwijs.
- Als het kan gaat het kind naar een reguliere school. Als dat niet kan, in het speciaal
onderwijs.
- Scholen krijgen meer mogelijkheden voor ondersteuning op maat.
- De mogelijkheden en de onderwijsbehoefte van kind zijn bepalend, niet de beperkingen.
- Kinderen komen niet meer langdurig thuis te zitten.
Bij passend onderwijs wordt er gekeken naar wat het kind wel kan.
1.2. Taken van een logopedist op het speciaal onderwijs (SO):
- Observeren, onderzoeken, diagnosticeren
- Directe en indirecte behandeling
- Ouderbegeleiding
- Groepslogopedist / samenwerking met leerkracht
- Verwijzende en adviserende rol
- Multi- en interdisciplinaire aanpak
Slagboomdiagnostiek: is er wel of geen stoornis, hierdoor wordt een diagnose gesteld.
Handelingsgerichte diagnostiek: om aanknopingspunten voor de behandeling te zoeken. Mate van de
problematiek (t.b.v. De behandeling)
2