Arbeid vs. Kapitaal: De hoeveelheid die een bedrijf kan produceren hangt af van de relatie en omvang van
productiefactoren arbeid + bedrijfskapitaal.
• Arbeid: tijd en inspanning die mensen besteden aan de productie en goederen van diensten.
= variabel. Mensen kunnen makkelijk vervangen worden, uurloon, oproepkrachten,
uitzendkrachten.
• Bedrijfskapitaal: alle geproduceerde middelen die je voor productie van andere goederen en
diensten kunt gebruiken. Kapitaal = vast; kosten en kapitaalgoederen = afschrijvingen.
Grondstoffen – halffabricaten – energie
Arbowetten: Wetten die de veiligheid en gezondheid van de werknemers beschermen. Strengere
Arboregels leiden toe dat werkgevers extra kosten moeten maken wat tot een verhoging van de
arbeidskosten per product of dienst leidt.
Human Resource manag: Beleid dat erop gericht is de kwaliteit van medewerkers te vergroten. Binnen grote ondernemingen
is een voortdurend proces van opleiden, bij en omscholen van medewerkers.
Arbeidsproductiviteit: Door financiële beloningen van werknemers kunnen de geleverde prestaties, proberen
ondernemingen de arbeidsproductiviteit te verhogen. Bij het vaststellen van beloning voor
werknemers kan de onderneming zowel rekening houden met de omvang van de geleverde
prestaties als de wijze waarop de taken zijn uitgevoerd.
• Stukloon Werknemer per geleverde prestatie vast bedrag ontvangt
• Tijdloon Vaste vergoeding per periode (week of per maand). Geleverde
arbeidsprestatie niet rechtstreeks invloed op vergoeding.
• Premieloonstelsel Combinatie tijdloon + stukloon. Werknemer ontvangt een vast
basisuurloon. Daarnaast betaalt werkgever een premie als de
geleverde prestatie een bepaalde norm overtreft.
• Winstverdeling Naast tijdloon deel van winst van de onderneming.
• Bonusregeling Extra betaling ontvangen als bepaalde doelstellingen behalen.
Uurtarief: Totale arbeidskosten: totale productieve uren.
Beschikbare uren: Aantal uren dat de werknemer in principe voor de organisatie kan worden ingezet. Staat in
arbeidsovereenkomst.
Productieve uren: Productieve uren zijn lager dan het aantal gewerkte uren. Productieve uren zijn uren die in
rekening kunnen worden gebracht aan de afnemer van het product of aan andere afdelingen
binnen de eigen organisatie.
Productieve uren: Vakantie – feestdagen – verlof – ziekte – persoonlijke verzorging – inwerktijd – overleg – studies
Totale loonkosten: De kosten van personeelsafdeling + arbobeleid + huisvesting + beoordeling +
functioneringsgesprekken.
Loonkosten: Loonkosten die rechtstreeks met de medewerkers samenhangen kunnen worden afgeleid van
primaire (werkgeverslasten berekend) en secundaire arbeidsvoorwaarden (cao).
• Loonkosten die samenhangen met de primaire arbeidsvoorwaarden:
o Brutobeloning: vakantietoeslag – 13e maand – winstuitkering – overwerken – ziektekosten
o Verzekeringen: wettelijke verzekeringen (WAO – WWA – WIA) of andere collectieve
verzekeringen zoals pensioensverzekering en aanvullende nabestaandenverzekering.
• Kosten die verband houden met de secundaire arbeidsvoorwaarden:
o Reis en verblijfkosten – studiekosten – kinderopvang – auto van de zaak
Verloop voorraad:
• FIFO: Eerst is ingekocht à eerste verkopen
• LIFO: Laatste is ingekocht à eerste verkopen
• GIP: Gemiddelde inkoopprijs (gewogen gemiddelde) van de aanwezige voorraad
op het moment van inkoop.
Governance MKB: MKB kent 2 groepen stakeholders:
Contract partijen: Werknemers – leveranciers – afnemers
Sociaal maatschappelijke partijen: Geografische omgeving – de maatschappij
Vermogensverschaffers:
DGA/familie: Primaire stakeholders is de aandeelhouder.
Huisbankier: Vaak lokaal dus grote persoonlijk betrokkenheid met het bedrijf
KVV verschaffers: vaak sterke, persoonlijke band met toeleverancier
Overige stakeholders:
• Werknemers en afnemers zijn meer betrokken bij ondernemingssuccessen dan in grote
ondernemingen. Men ziet vaak langdurige arbeidsrelaties.
• Bij afnemers is vaak afspraken van een vaste relatie (kwaliteit i.p.v. prijs)