!1
CONSTRUCTIE SEM 1
VRAAG 1
a. Constructies bestaan uit materialen, elementen en structuren. Op welke verschillende
manieren kunnen we elementen in constructies onderscheiden? Welke soorten
elementen ken je? Geef en omschrijf!
We hebben 4 soorten elementen:
• Balken of liggers: is een horizontaal constructie element die veelal uit
hout, staal of beton word gemaakt.
• Kolommen: Verticaal, veelal uit hout, staal of beton gemaakt.
• Platen: is een horizontaal, vlak constructie element
• Wanden: is een verticaal, vlak constructie element
Je kunt de elementen ook nog eens anders onderverdelen:
= 1D of 2D = 1 van de afmetingen is veel kleiner/groter t.o.v. de andere afm.
Element 1D 2D
Horizontaal Balk Plaat
Verticaal Kolom Wand
b. Wat is het verband tussen elementen en structuren? Verklaar je antwoord!
Elementen zijn een deel van de structuur.
Vb: alle dragende elementen samen vormen de draagstructuur.
c. Skeletbouw en massiefbouw zijn 2 soorten van structuren. Wat is het verschil tussen
beide soorten? Verklaar je antwoord!
MASSIEFBOUW:
= gebruik van wanden, dezelfde elementen
• In functie van elementen:
Dragende elementen en scheidende elementen zijn dezelfde
• In functie van krachten:
Krachten worden overgedragen over de ganse structuur
SKELETBOUW:
= gebruik van weinig of geen wanden, verschillende elementen
, !2
• In functie van elementen:
Dragende elementen en scheidende elementen zijn verschillende
• In functie van krachten:
Krachten worden slecht overgedragen over enkele punten in de
structuur
VRAAG 2
a. Leg uit – gebruik eventueel een schets om te verduidelijken:
Sterkte = de weerstand tegen doorbuigen
Stijfheid = de weerstand tegen vervorming
Stabiliteit = de weerstand tegen beweging
Reactiekracht Verbindingen wekken krachten op om bewegingen te
blokkeren, deze krachten zijn reactiekrachten.
Normaalkracht Is een kracht ten opzichte van het element,
= geeft aanleiding tot trek en/of druk
Dwarskracht Is een kracht ten opzichte van het element, kracht die
inwerkt loodrecht op de as van een element
Spatkracht De horizontale component van een schuin aangrijpende
kracht (bij bogen, bruggen,…). Doet de constructie uit
elkaar “spatten”.
Moment of Is een kracht ten opzichte van het element,
hefboomkracht ontstaat bij elke kracht die inwerkt op een afstand van
het steunpunt
Gebruikslasten = alle inwerkende krachten bij gebruik
= veranderlijke lasten
Eigengewicht = het gewicht van de ganse constructie
= dode lasten
b. Waarom kunnen we krachten het best voorstellen als vectoren? Leg uit
Omdat een kracht een fysische grootheid is waar de grootte en richting van
groot belang zijn en een vector is een fysische grootheid met grootte en
richting.
CONSTRUCTIE SEM 1
VRAAG 1
a. Constructies bestaan uit materialen, elementen en structuren. Op welke verschillende
manieren kunnen we elementen in constructies onderscheiden? Welke soorten
elementen ken je? Geef en omschrijf!
We hebben 4 soorten elementen:
• Balken of liggers: is een horizontaal constructie element die veelal uit
hout, staal of beton word gemaakt.
• Kolommen: Verticaal, veelal uit hout, staal of beton gemaakt.
• Platen: is een horizontaal, vlak constructie element
• Wanden: is een verticaal, vlak constructie element
Je kunt de elementen ook nog eens anders onderverdelen:
= 1D of 2D = 1 van de afmetingen is veel kleiner/groter t.o.v. de andere afm.
Element 1D 2D
Horizontaal Balk Plaat
Verticaal Kolom Wand
b. Wat is het verband tussen elementen en structuren? Verklaar je antwoord!
Elementen zijn een deel van de structuur.
Vb: alle dragende elementen samen vormen de draagstructuur.
c. Skeletbouw en massiefbouw zijn 2 soorten van structuren. Wat is het verschil tussen
beide soorten? Verklaar je antwoord!
MASSIEFBOUW:
= gebruik van wanden, dezelfde elementen
• In functie van elementen:
Dragende elementen en scheidende elementen zijn dezelfde
• In functie van krachten:
Krachten worden overgedragen over de ganse structuur
SKELETBOUW:
= gebruik van weinig of geen wanden, verschillende elementen
, !2
• In functie van elementen:
Dragende elementen en scheidende elementen zijn verschillende
• In functie van krachten:
Krachten worden slecht overgedragen over enkele punten in de
structuur
VRAAG 2
a. Leg uit – gebruik eventueel een schets om te verduidelijken:
Sterkte = de weerstand tegen doorbuigen
Stijfheid = de weerstand tegen vervorming
Stabiliteit = de weerstand tegen beweging
Reactiekracht Verbindingen wekken krachten op om bewegingen te
blokkeren, deze krachten zijn reactiekrachten.
Normaalkracht Is een kracht ten opzichte van het element,
= geeft aanleiding tot trek en/of druk
Dwarskracht Is een kracht ten opzichte van het element, kracht die
inwerkt loodrecht op de as van een element
Spatkracht De horizontale component van een schuin aangrijpende
kracht (bij bogen, bruggen,…). Doet de constructie uit
elkaar “spatten”.
Moment of Is een kracht ten opzichte van het element,
hefboomkracht ontstaat bij elke kracht die inwerkt op een afstand van
het steunpunt
Gebruikslasten = alle inwerkende krachten bij gebruik
= veranderlijke lasten
Eigengewicht = het gewicht van de ganse constructie
= dode lasten
b. Waarom kunnen we krachten het best voorstellen als vectoren? Leg uit
Omdat een kracht een fysische grootheid is waar de grootte en richting van
groot belang zijn en een vector is een fysische grootheid met grootte en
richting.