To Do
Algemene economie H1
Algemene economie H2
Algemene economie H3
Algemene economie H4
Algemene economie H5
1
,INHOUDSOPGAVE
hoofdstuk 1. destep: economische factoren................................................................................................... 3
hoofstuk 1.1: destep..............................................................................................................................................3
economische factoren.......................................................................................................................................3
hoofdstuk 1.2 economische factoren....................................................................................................................3
1.2.1 economische factoren: B2C.....................................................................................................................3
1.2.2 ecobomische factoren: B2B.....................................................................................................................4
hoofdstuk 2 macro-economie: aanbod, conjuctuur en inflatie........................................................................4
hoofdstuk 2.1 bruto binnenlands product en economische groei........................................................................4
2.2 aanbodzijnde va de goederenmarkt...............................................................................................................5
2.3 vraagzijde van de goederenmarkt..................................................................................................................6
2.3.1 Vraagzijde: definities en formules............................................................................................................6
2.3.2 wisselwerking tussen ev en bbp...............................................................................................................7
2.3.3 factoren die de macro-economische bestedingen beinvloeden.............................................................8
2.3.4 Conjuctuurgolven.....................................................................................................................................9
2.3.5 inflatie: oorzaken en gevolgen...............................................................................................................10
hoofdstuk 3 macro- economie: arbeidsmarkt, export-en importsector en actuele stand van de economie....11
3.1 arbeidsmarkt.................................................................................................................................................11
3.1.1 vraag en aanbod van arbeid...................................................................................................................12
3.1.2 verband tussen arbeidsproductiviteit, economische groei en werkgelegenheid..................................12
3.1.4 Conjucturele en struturele werkloosheid..............................................................................................12
3.1.5 verband tussen arbeidsproductiviteit en loonkosten per eenheid product..........................................13
3.2 de export- en de importsector.......................................................................................................................13
3.2.1 factoren die van invloed zijn op de export.............................................................................................13
3.2.2 factoren die van invloed zijn op de import............................................................................................14
3.2.3 de handelsbalans van de betalingsbalans..............................................................................................14
3.3 actuele stand van de nederlandse economie en korte-termijnverwachtingen............................................14
3.3.1 export en import....................................................................................................................................14
3.3.2 economische groei en oorzaken............................................................................................................15
3.3.3 arbeidsmarkt..........................................................................................................................................15
3.3.4 ntwikkeling inflatie.................................................................................................................................15
3.3.5 koopkrachtontwikkeling.........................................................................................................................16
3.3.6 Overheidstekort en staatsschuld...........................................................................................................16
3.3.7 renteontwikkeling en gevolgen..............................................................................................................16
hoofdstuk 4. volledig vrije mededinging en prijsvorming..............................................................................16
4.1 vraag naar goederen.....................................................................................................................................16
4.1.1 vraagcurve..............................................................................................................................................17
4.2 aanbod van goederen...................................................................................................................................18
4.2.1 aanbodcurve...........................................................................................................................................18
4.3 marktevenwicht............................................................................................................................................18
4.4 marktonevenwichtigheid..............................................................................................................................19
2
,hoofdstuk 5. de inkomenselasticiteit en de prijselasticiteit van de vraag......................................................20
5.1 de inkomenselasticiteit van de vraag naar goederen...................................................................................20
Voorbeeld 1.....................................................................................................................................................20
voorbeeld 2.....................................................................................................................................................20
5.2 de prijselasticiteit van de vraag naar goederen...........................................................................................21
5.2.1 prijs- afzetfunctie....................................................................................................................................21
5.2.2 de prijselasticiteit van de vraag..............................................................................................................21
5.2.3 prijselasticiteit van de vraag en het verband met de omzet.................................................................21
5.3 de kruiselingse prijselasticiteit van de vraag................................................................................................21
5.4 de prijselasticiteit van het aanbod van goederen.........................................................................................22
HOOFDSTUK 1. DESTEP: ECONOMISCHE FACTOREN
HOOFSTUK 1.1: DESTEP
Er zijn 3 niveaus die de afzet- en omzet-mogelijkheden beïnvloeden: microniveau, mesoniveau en macroniveau.
Macro- omgeving bestaat uit factoren en ontwikkelingen in de maatschappij die invloed hebben op
afzetmogelijkheden en de keuze van doelgroepen. DESTEP gebruik je bij macroniveau.
ECONOMISCHE FACTOREN
Economische ontwikkelingen bepalen de randvoorwaarden voor koopgedrag van iedereen. De economische
groei beïnvloedt de afzet van bedrijven en is daarom erg van belang en vormt zo een randvoorwaarden.
Economische krimp noem je negatieve economische groei. Om te kunnen inspelen op macro-economische
ontwikkelingen moet je dit kunnen inschatten als bedrijf.
HOOFDSTUK 1.2 ECONOMISCHE FACTOREN
Economische variabelen kunnen worden onderscheiden tussen factoren die de mogelijkheid voor besteding
begrenzen en factoren die feitelijk bestedingen bepalen. Hierna deze 2 factoren overlappen voor
overeenkomsten.
1.2.1 ECONOMISCHE FACTOREN: B2C
Factoren die invloed hebben op consumptie individuele huishoudens:
- Koopkracht (reële inkomen)
o Nominaal inkomen is inkomen uitgedrukt in geld
o Inflatie betekend stijging algemene prijspeil goederen en diensten. Door prijsstijging daalt
waarde geld. Voor hetzelfde bedragen wordt er minder gekocht.
o Koopkracht is de reële waarde van het nominaal inkomen. De hoeveelheid goederen en
diensten die met nominaal inkomen kan worden gekocht. Koopkracht is hetzelfde als reële
inkomen en is dus het nominale inkomen gecorrigeerd voor inflatie
3
, o Inkomenselasticiteit is het verband tussen de verandering van de vraag ten gevolge van een
verandering van het inkomen.
- Rentestand
o Bij hogere rente zijn mensen minder geneigd om consumptieve kredieten en hypotheken af
te sluiten. Een renteverhoging trek wel meer mensen om te gaan sparen.
- Consumentenvertrouwen
o De verwachting ten opzichte van de Nederlandse economie
o Laag vertrouwen vertaalt zich naar afwachtende houding
- Vermogenspositie
- Mogelijkheid tot lenen
1.2.2 ECOBOMISCHE FACTOREN: B2B
Hier is het van belang om te weten hoe bestedingen van bedrijven zich ontwikkelen. Factoren die investeringen
bij B2B beïnvloeden zijn:
- Afzetverwachtingen
o Je moet vertrouwen hebben in je producten en diensten, als dit zo is dan zijn de
afzetverwachtingen goed
- Beschikbaarheid risicokapitaal
o Dit kan je genereren uit ingehouden winsten of uit geleend geld
- Rentestand
o Hoe hoger, doe duurder lenen is dit kan ook voor remmingen leiden bij investeringen
HOOFDSTUK 2 MACRO-ECONOMIE: AANBOD, CONJUCTUUR EN INFLATIE
HOOFDSTUK 2.1 BRUTO BINNENLANDS PRODUCT EN ECONOMISCHE GROEI
Als er economische groei is dan neemt de koopkracht van de meeste consumenten toe. Bij macro-economie
heb je het over een heel land. Hierbij heb je het over de goederenmarkt, arbeidsmarkt en vermogensmarkt
(aanbod en vraag naar geld). Ook is er een verband tussen economische groei en bestedingen: een lagere
economische groei leidt tot lagere groei van inkomen en ook omgekeerd.
Het reële BBP tegen marktprijzen behalen de totale productie van goederen nen dienste in een land. Product =
inkomen. Dit wil zeggen: waarde van productie is gelijk aan inkomen als beloning van productiefactoren. Reële
BBP is gelijk aan reële bruto-inkomen.
Groei van reële BBP noem. Je economische groei. Als de economie meer dan twee kwartalen negatief groeit
spreek je van recessie. Dit leidt tot slecht draaiende bedrijven, werkloosheid, minder te besteden en een
overheidstekort dat oploopt.
Nominale inkomen is het BBP in geldeenheden. Het BBP wordt bepaald door de aanbod- en vraagkant van de
economie.
4