5.1 Voedingsbehoefte
De voedingsbehoefte is voor elk zoogdier anders. Deze voedingsbehoefte is onder andere afhankelijk
van de volgende factoren:
Diersoort
Gewicht van het dier
Activiteit
Leeftijd
Periode van het jaar
Klimaat
Dragend of zogend
Soort voedsel
Niet elk zoogdier eet hetzelfde voer. Zo zijn er vleeseters, alleseters, planteneters etc. De voersoort
die een dier nodig heeft is afhankelijk van het spijsverteringsstelsel van het dier. Zo kan een vleeseter
geen plantaardig materiaal verteren en een planteneter geen dierlijk voedsel. Om te begrijpen
waarom welk dier welk voedsel nodig heeft is het belangrijk om de basiskennis van voeding en de
spijsvertering te begrijpen.
5.2 Nutriënten
Al het voedsel is opgebouwd uit zes voedingsstoffen (nutriënten) te weten:
Water
Eiwitten
Koolhydraten
Vetten
Mineralen
Vitamines
Elke voedingsstof heeft zijn eigen eigenschappen en functies. Hieronder worden die kort besproken.
Water
Water is het belangrijkste nutriënt, een groot gedeelte van een dier bestaan namelijk uit water.
Water heeft de volgende functies in het lichaam van een dier:
Bouwstof
Oplos- en transportmiddel (bloed, urine)
Hulpmiddel bij het behouden van de lichaamstemperatuur (verdamping door zweten, hijgen)
Belangrijk bestanddeel van melk
De waterbehoefte is per diersoort anders. Zo hebben dieren die in woestijngebieden leven een
lagere waterbehoefte. De waterbehoefte is grofweg afhankelijk van de volgende factoren:
, Watergehalte van het voedsel
Omgevingstemperatuur
Relatieve luchtvochtigheid
Fysiologische toestand (groei, dracht, lactatie….)
Zoutopname
Volgens de Wet dieren moeten dieren onbeperkt de beschikking hebben over drinkwater. Dus ook
als de waterbehoefte van het dier laag is moet het wel altijd de beschikking hebben over drinkwater.
Ververs water elke dag en controleer de wateropname van het dier. Een verminderde wateropname
is vaak een eerste indicatie dat er iets mis is.
Eiwitten
Eiwitten (proteïne) kunnen van plantaardige- maar ook van dierlijke afkomst zijn. Eiwit is een
belangrijke bouwstof en is te herkennen in:
Kraakbeen, pezen
Spierweefsel
Huid, haar en nagels (keratine)
Bloedeiwitten
Enzymen
Hormonen
Antilichamen
Eiwitten zijn opgebouwd uit lange ketens van verschillende aminozuren. Er zijn 20 verschillende
aminozuren. Deze aminozuren kunnen in iedere combinatie worden gerangschikt wat een oneindig
aantal mogelijkheden geeft. In de natuur zijn ongeveer 500 verschillende aminozuren bekend. Wel
belangrijk te onderkennen is dat aminozuren te onderscheiden zijn in essentiële- en niet essentiële
aminozuren. Essentiële aminozuren kunnen niet door het lichaam zelf worden aangemaakt, dit in
tegenstelling tot de niet-essentiële aminozuren. Dit houdt dus in dat de voeding van dieren altijd
voldoende essentiële aminozuren moet bevatten. Welke aminozuren essentieel zijn is per diersoort
verschillend.
Biologische waarde
De biologische waarde van een eiwit geeft de kwaliteit van het eiwit weer. Hoe hoger de biologische
waarde van het eiwit is des te meer essentiële aminozuren in de juiste verhouding zitten er in het
(voer)eiwit. Over het algemeen hebben dierlijk eiwitten heeft een hogere biologische waarde dan
plantaardige eiwitten.
Koolhydraten
Koolhydraten zijn hoofdzakelijk energieleveranciers en hoofdzakelijk van plantaardige afkomst. Ze
zijn op te delen in:
Monosacharide
o Glucose (druivensuiker)